READING

Rikko gaat niet voor de lieve vrede, maar voor de ...

Rikko gaat niet voor de lieve vrede, maar voor de echte


Rikko Voorberg kreeg veel over zich heen toen hij besloot om een alternatieve dodenherdenking te houden. Hij wilde herdenken, maar tegelijkertijd zijn ogen niet sluiten voor de situatie in Europa. Onkies, vonden mensen. Maar Rikko kon niet anders.

Herdenken is hard werken. Het is denken aan toen én jezelf nu spiegelen. Het is terugdenken en je realiseren dat die ellende van toen roept om de actie Nie Wieder van ons. Daarom besloot ik een installatie te realiseren in de Hoftuin van Amsterdam op 4 mei. Met mijn recente bezoek aan het helse vluchtelingenkamp Idomeni nog vers in het geheugen, kon ik niet anders dan prikkeldraad meenemen in de installatie. Voor sommigen was mijn idee een verlossing, een manier om te herdenken zonder de wrangheid van het moment uit het oog te verliezen, voor de ander was het heiligschennis. Of gewoon onkies.

Eenheid verscheuren?

Er kwam pittige kritiek van weldenkende mensen. Bij de Tafel van Tijs, een christelijk opinieprogramma op NPO 2, werd ik stevig doorgezaagd. Sympathiek, maar eigenlijk moest je het toch niet willen, was de teneur. Je zaait verdeelheid tijdens Dodenherdenking, een van de weinige momenten die eenheid geeft. Hans Boutellier twitterde mij: ‘4 mei is te eenheidsscheppend om te belasten met nieuwe intenties, van welke aard dan ook.’ Die Boutellier is er niet zomaar een. Hij is onder andere bijzonder hoogleraar Veiligheid & burgerschap VU en woordvoerder Kennisplatform Integratie en samenleving. Steeds weer maak ik duidelijk dat het geen nieuwe intenties zijn, maar iets dat je aan de doden verschuldigd bent.

Maar het is een fascinerend verwijt. Je scheurt de eenheid. En dat kan nooit goed zijn. Toch is het vaak nodig. En ja, natuurlijk ook met dodenherdenking. Eenheid in zichzelf is helemaal geen hoge waarde. Eenheid waarin en waartoe, dat is relevant. Net als vrijheid niet relevant is, tenzij het vrijheid van een onderdrukkend regime is of vrijheid om mens te zijn of lief te hebben.

De geboorte van de Hofnar

Waar ging het om? In de Hoftuin van de Protestantse Diaconie te Amsterdam, een grote openbare binnentuin middenin de stad, maakte ik een installatie. Het was mijn eerste installatie in mijn functie als Hofnar, in het leven geroepen door diezelfde Diaconie. Zij zochten nieuwe vormen van protest en engagement, alert, creatief en hoopvol. Het idee van de Hofnar werd geboren, een personage dat bestaat om op komische of cynische wijze de systemen te ontmaskeren. En de nar was nog niet droog achter de oren of 4 mei diende zich aan.

Als je op de woensdag van dodenherdenking de tuin binnenwandelde, zag je een kring van mensen staan. Mensen uit Nederland, Somalie, Sudan, Eritrea, Syrië, Irak en weet ik waar vandaan. Zij stonden achter een gesloten cirkel vlijmscherp officieel NATO-scheermesprikkeldraad zonder een ingang. Niemand kon de cirkel betreden. Binnen de cirkel stond een tv-toestel waarop de herdenking op de Dam te zien was. Een grote tafel stond er tegenover met daarachter twaalf figuren met kubusvormige maskers.

Elk personage droeg op dat masker vier verschillende gezichten. Youp van’t Hek zat aan tafel, samen met Job Cohen, Mark Rutte, ikzelf, Arjan Plaisier en allerlei andere burgers van Nederland. Zij zaten allemaal aan één kant van de tafel, afgezien van het lege midden leek het een beetje op dat klassieke schilderij van het laatste avondmaal van Da Vinci. Een verwijzing naar de joods-christelijke traditie waarmee in het vluchtelingendebat vrij opportuun wordt geschermd.

Een teken van hoop of een aanklacht?

Rondom het prikkeldraad stonden allemaal kleine koepeltentjes, achteloos neergezet rond rokende vuurtjes. Tijdens de twee minuten gaven de omstanders rond het prikkeldraad elkaar een hand, terwijl ze keken naar de vertegenwoordigers van Nederland die naar de herdenking keken. Daarna, bij het leggen van de kransen, gingen er bermbloemen rond, geplukt bij de rivier de Amstel en in het park. Fluitekruid, Koolzaad. Iedereen hing zijn stukje groen in het prikkeldraad. Voor de één een teken van hoop: ooit zou er grasland zijn zonder dit soort barrières. Voor de ander een aanklacht; zoals het bloemetje daar hing te bungelen in dat vlijmscherpe draad.

Na deze ceremonie bleven de tafelzitters zitten en verspreidden de omstanders zich over het grasveld om te eten, te drinken, na te praten, kennis te maken en later nog naar muziek te luisteren. Zanger en gitarist Cyriaque uit Ivoorkust en percussionist Oumar uit Guinee, de een met papieren, de ander zonder, speelden een aantal liederen. Maar niet voordat zij een gepassioneerde ‘preek’ afstaken over het belang van elkaar als mensen zien. ‘Voor de hemel gelden geen papieren, maar of je mens bent geweest voor de ander’. Even later een Syrische man uit de noodopvang, achter de microfoon. A capella Arabische liederen, aangemoedigd door zijn vrienden.

Nieuw verzet is nodig

Het waren oud-verzetsstrijder Stephane Hessel en Annette Konig, overlever en vriendin van Anne Frank, die mij indirect hiertoe hebben aangezet. Zelf heb ik de oorlog niet meegemaakt, Tijs en Boutellier ook niet. Stephane roept ons echter op tot verzet, juist als oud-verzetsstrijder. Hij zegt dat nieuw verzet door de jongere generaties nodig is, omdat de waarden die zij als verzetsstrijders hebben opgebouwd na de oorlog weer te grabbel worden gegooid. En hij doelt dan met name op de manier waarop we omgaan met vluchtelingen en migranten. En Annette Konig schrijft hoe ze met afschuw kijkt naar Nederland, hoe er hier wordt omgegaan met moslims. ‘Het is dezelfde uitsluiting die ons Joden ten deel viel’, schrijft ze. Ik mag het niet zeggen, zij wel.

Maar vergelijk je dan Nederland met de Nazi´s, vroeg men? Wat een vraag. Natuurlijk niet. Er zijn geen vluchtelingen opgesloten in deze installatie. Nederland zit opgesloten, achter zijn hekken. Als een rijke die zijn geld beschermt met hoge muren en dan zich eigenlijk niet meer zonder beveiliging op straat kan vertonen. Een gevangene. We zijn nu niet vergelijkbaar met de nazi’s toen, maar met Amerika dat in de oorlog schepen vol Joodse vluchtelingen terugstuurde naar de hel van Europa. En met Zwitserland, dat gevluchte Joden in quarantaine plaatste uit angst voor Verjudisierung.

Stil genoeg om de roep te horen?

Was de stilte stil genoeg? Die op de Dam? Om de roep van moeders met kleine kinderen te horen achter het prikkeldraad dat wij Europeanen spanden om hen buiten te houden? Wij moorden niet, nee zeg. Dat doet IS. Dat doet Assad. En als we ze lang genoeg daar laten zitten, doet Moeder Natuur het wel. De geschiedenis herhaalt zich nooit exact hetzelfde, maar ze herhaalt zich wel.

De vluchtelingen waren dankbaar. Zij zouden nooit met hun vingers aan 4 mei zijn gekomen. Ik wel, want het was mijn land, mijn traditie, onze herdenking. En ik weet wat het is om iets heilig te verklaren. Dat deden we vroeger in mijn kerk ook. En nog steeds trouwens. Soms werd het zo heilig dat het alle relevantie verloor. Dan kon je er niets anders meer mee dan het vol ontzag op afstand houden. We begonnen er met een grote boog omheen te lopen en dat helpt de zaak niet verder.

Vieren, ondanks alles

Ik was niet de enige die zo aan de slag was. Op 4 mei organiseerde Matthias Voor de Poorte van PopUpKerk Arnhem ook een herdenking mét vluchtelingen. Hij had met een mede-PopUpper een Syriër gesproken die zei: ‘wij willen niet herdenken, wij willen de oorlog liefst vergeten’. Hij had daarop bakken vol aarde geplaatst in een park vlakbij de noodopvang, en iedereen die wilde kon daarin iets begraven. Bloembollen liefst. Als symbool van hoop. Als teken dat wat je begraaft, mogelijk op een ander moment in een heel andere vorm weer boven de grond komt en mooi is, liefdevol.

En op 5 mei schoven overal in het land vluchtelingen aan op vrijheidsmaaltijden. Mensen die soms nog twee jaar met samengeknepen billen moeten wachten tot Nederland de gezinshereningspapieren voor elkaar heeft en maar moeten hopen dat hun vrouw en kinderen voor die tijd niet gedood zijn. Zij zaten er. En deelden eten. Dat is een eerste stap. Volgende week komen er 150 mensen uit Turkije aan. Ons flinterdunne luchtbrugje laat de eerste voetgangers over. En dat is iets om te vieren. Ondanks alles.

Met deze installatie wilde ik voor mijzelf en anderen voelbaar maken wat de situatie van Europa is, waarbinnen wij herdenken. Dat we dat doen binnen vlijmscherp prikkeldraad, met legers die oorlogsvluchtelingen op afstand houden. Ik wilde het voelen en het zien. En het was lelijk. Heel lelijk. Maar het samen zien, de handen ineenslaan, de bloemen ophangen en elkaar ontmoeten blijkt krachtig en verbindend. Ik hoop dat we de doden recht hebben gedaan. We gaan niet voor de lieve vrede, maar voor echte. Die soms, even opduikt. En die we moeten vieren. Met open ogen en open harten.

Foto: Studio Tandem



INSTAGRAM
Lazarus op instagram