‘Papa, slangen kunnen niet praten’

Heb jij ook zo’n bijdehand kind? Het zoontje van de Amerikaanse schrijver en theoloog Peter Enns (je gaat meer van hem horen binnenkort) zette z’n vader even voor het blok tijdens het lezen van het Bijbelverhaal van Adam en Eva. Maar hij besloot om geen ‘gewenst’ antwoord te geven. 

Bijna twintig jaar geleden was m’n oudste nakomeling zes jaar. Een van onze rituelen bij het naar bed brengen was een stukje lezen uit de Bijbel. Op een avond bevonden we ons in het verhaal van de tuin van Eden – Adam en Eva, een stukje fruit, en een slang met stembanden.

Terwijl ik voorlas, bleef m’n zoon maar zuchten, alsof hij ongeduldig, of zelfs geërgerd was. Als de enige oudtestamenticus in de kamer en het absolute toonbeeld van de ideale vader negeerde ik hem en las verder.

Maar hij bleef zuchten. Hij waagde het zelfs me te onderbreken. ‘Papa, slangen kunnen niet praten.’

De vrouw zei tegen de slang: ‘we mogen de vruchten eten van alle bo…

‘Papa. Slangen. Kunnen. Niet. Praten.’

Een zesjarige met een geloofscrisis

Met een gevoel van naderend onheil stopte ik met voorlezen en vroeg hem waar hij last van had. De daaropvolgende minuten luisterde ik naar een zesjarige die bezig was zijn geloof te deconstrueren, wat hierop neerkwam:

Twee naakte mensen, magisch fruit van een magische boom, en een pratend dier. Kom op, zeg. Dit is duidelijk een verhaal dat niet heel veel afwijkt van de tekenfilms die ik kijk of de andere boeken je me voorleest, en daarvan verwacht je ook niet dat ik dat accepteer als de werkelijkheid. Dus…, het lijkt me dat de Bijbel een verhaal is, en dat brengt me gevaarlijk dicht bij de gedachte dat God misschien ook een verhaal is. En daarom – denk even met me mee, pap – weet ik niet zeker waarom ik echt zou moeten geloven dat God echt is, dus kun je alsjeblieft stoppen met voorlezen en mag ik nog wat water?

Mijn zesjarige had een geloofscrisis.

Nou, dat is geweldig. Ik zie de krantenkoppen al voor me: ‘Omstreden hoogleraar Oude Testament brengt ketterse zoon groot’ (meer nieuws met beeldmateriaal om 11 uur).

Een beetje opgelucht

Mijn eerste reactie was angst: ‘Ssssst! Zachtjes praten! Hij kan je horen.’ Maar, in een van die momenten die voor mij het onbetwijfelbare bewijs vormen van Gods bestaan, werd mijn mond verhinderd te zeggen wat mijn hersenen wilden zeggen.

Ik probeerde een andere aanpak: ‘Je gelooft echt niet meer in God? Oké, nou, vertel Hem dat dan maar.’

Laten we niet praten over het probleem, vertel het maar gewoon aan God. Wees eerlijk tegen Hem.

Dat had mijn zoon niet verwacht. Hij keek me aan alsof er spinnen uit mijn neusgaten kwamen kruipen. Hij keek ook een beetje opgelucht.

Corrigeren was onverstandig geweest

Ik heb nu niet een of ander overwinningsverhaal om te delen, zoiets als ‘En de jongen groeide op en werd de volgende Billy Graham en C. S. Lewis ineen.’ We hebben elk onze eigen weg te gaan. Maar in de loop van de jaren ben ik God dankbaar dat ik de theologie van mijn zoon niet heb gecorrigeerd, want dat zou volslagen onverstandig zijn geweest.

Had ik door schaamte of dwang hem de juiste dingen laten zeggen (zodat ik me beter zou kunnen voelen over mijn ouderlijke vaardigheden), had ik geprobeerd om zijn geestelijke reis te ‘beheersen’, dan zou ik verantwoordelijk zijn geweest voor het creëren van weer een religieuze leegloper, weer iemand die, al op jonge leeftijd, in staat was het religieuze spel te spelen.

Ik zou mijn zoon een fnuikende les hebben geleerd – dat geloof in God vereist dat hij oneerlijk is tegenover God en zichzelf.

Oneerlijkheid verlaagt het evangelie

Ik ben trots op die kleine zesjarige, die zichzelf (en mij) genoeg vertrouwde om geen spelletjes te spelen. En ik ben dankbaar dat ik, door een trillend ogenblik van Gods genade, niet (te veel) knipperde met mijn ogen.

Het leven binnen het christendom kan soms aanvoelen als een show. We kunnen ons nogal druk maken en de schone schijn ophouden – zelfs daar waar het evangelie de trotse vernedert en de huichelaar ontmaskert. Oneerlijkheid verlaagt het evangelie tot het zoveelste voorwerp dat beheerst en bewerkt moet worden voor persoonlijk gewin. Het is niet langer datgene wat ons onze echte identiteit geeft, maar iets wat bewerkt is om zo, samen met al het andere, vast te kunnen houden aan onze onechte wezen.

We vervaardigen velerlei redenen om een houding van oneerlijkheid te handhaven. Voor velen van ons weerspiegelt het onvermogen om voor God uit te spreken waar je je écht bevindt en wat je écht denkt een mensenleven van ontaard geestelijk onderwijs: ‘God heeft zoveel moeite gedaan om jou te redden, dus het minste wat je kunt doen is ervoor zorgen dat je de boel op orde hebt, om Hem niet teleur te stellen.’

In een perverse omkering verwordt ‘vasthouden aan het evangelie’ tot een reden om vast te houden aan zelfbedrog.

Ik heb geleerd dat God, voor onze eigen bestwil, die toestand niet eeuwig laat voortduren.

Dit blog is eerder verschenen op het blog van Peter Enns

4 reacties op “‘Papa, slangen kunnen niet praten’”

  1. Wat vreemd dat dit slimme jongetje niet al aan de bel trok toen hij hoorde dat God in zes dagen de hemel en de aarde schiep met alles erop en eraan. ‘Papa, dat kan toch helemaal niet?’

    Zou God, die de mens een tong gaf om te praten niet zo machtig zijn, dat Hij ook bij hoge uitzondering een dier een stem geeft?

  2. Wat vreemd dat dit slimme jongetje niet al aan de bel trok toen hij hoorde dat God in zes dagen de hemel en de aarde schiep met alles erop en eraan. ‘Papa, dat kan toch helemaal niet?’

    Zou God, die de mens een tong gaf om te praten niet zo machtig zijn, dat Hij ook bij hoge uitzondering een dier een stem geeft?

  3. Wat vreemd dat dit slimme jongetje niet al aan de bel trok toen hij hoorde dat God in zes dagen de hemel en de aarde schiep met alles erop en eraan. ‘Papa, dat kan toch helemaal niet?’

    Zou God, die de mens een tong gaf om te praten niet zo machtig zijn, dat Hij ook bij hoge uitzondering een dier een stem geeft?

  4. Wat vreemd dat dit slimme jongetje niet al aan de bel trok toen hij hoorde dat God in zes dagen de hemel en de aarde schiep met alles erop en eraan. ‘Papa, dat kan toch helemaal niet?’

    Zou God, die de mens een tong gaf om te praten niet zo machtig zijn, dat Hij ook bij hoge uitzondering een dier een stem geeft?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *