Geloof jij in God als superheld? Of lijkt dat godsbeeld je onwaarschijnlijk?

Tegenwoordig geloven maar nog maar weinig mensen in God. Dat komt omdat iedereen denkt dat hij een superheld is. Maar dat is God niet, terwijl onze wereld er wel een zou kunnen gebruiken…  

Overdag een gewone sterveling, ‘s nachts de schrik van de misdaad: Batman. Talloze verhalen en films zijn er over hem verschenen en hij heeft nog altijd een trouwe schare fans.

Eigenlijk is Batman gewoon Bruce Wayne. Hij heeft een grotemensenbaan en ziet er onberispelijk uit. Pas ‘s nachts is Bruce Batman. Wie zou er niet willen zijn als Bruce?

Helaas heeft de naïeve Batman niet helemaal in de gaten dat de misdadigers die hij ‘s nachts bestrijdt, worden veroorzaakt door het systeem waar hij overdag aan bijdraagt. Misdadigers zijn de outcasts, zij kregen geen kansen, zij werden aangekeken op hun kleur, zij worden nooit ergens aangenomen. Misdadigers worden gecreëerd door het systeem waar ze zich tegen verzetten.

En dus dweilt Batman met de kraan open. Als het systeem van ‘overdag’ niet verandert, blijven er misdadigers ontstaan, hoeveel hij er ‘s nachts ook bestrijdt.[1]

God wordt tot de superhelden gerekend

Bijna alle mensen van vandaag de dag rekenen God (onbewust) tot de superhelden. Sommige mensen geloven zelfs dat zo’n superheld-God echt bestaat (net als bij Batman). Hij is druk bezig om al jouw en mijn problemen op te lossen. Hij kan bovennatuurlijke dingen doen en bemoeit zich actief met jouw leven.

Veel atheïsten baseren zich trouwens ook op zo’n superheld-God. Lees de boeken van ‘nieuwe atheïsten’ als Dawkins, Harris en Hitchens maar eens. De God waar ze heel sterk niet in geloven, is net Batman.

Want ook als je niet in God gelooft, moet je een beeld hebben van waar je dan precies niet in gelooft. En dus heeft iedereen wel een beeld van God.

En dat beeld van God is bijna altijd God-als-superheld.

Laten we beginnen bij de ratio, niet bij God

Dat zit zo: sinds de wetenschappelijke revolutie zijn moderne mensen gewend om de wereld met een wetenschappelijke bril te bekijken. Descartes begon er al mee. In een door religieuze oorlogen verscheurde tijd stelde hij voor: laten we nou eens beginnen bij de ratio – niet bij geloof.

 

En hoe belangrijker die rationele bril werd, hoe moeilijker het werd om nog te geloven in een superheld-God, die op bovennatuurlijke wijze ingrijpt in onze wereld (zie ook blog 2).

Zelfs theologen geloofden niet meer in die superheld-God. In het vorige blog zagen we hoe Dietrich Bonhoeffer, opgesloten in een concentratiekamp, definitief stopte met geloven in zo’n God (daar noemde ik hem de ‘God of the gaps’).

Van God kun je niet meer zeker zijn, concludeerden alle grote denkers. Maar om ‘m nou direct dood te verklaren (zoals Nietzsche later deed) is ook zo wat. God is nog wel ergens goed voor: om mensen te inspireren en te helpen om goed te doen in de wereld.

In een wereld waar God nooit ingrijpt, moeten mensen hun eigen boontjes doppen en daar kunnen ze best wat inspiratie bij gebruiken. Immanuel Kant en John Locke kozen deze lijn. Geloven in God helpt je om een goed mens te zijn, zeiden ze. God grijpt niet in, maar je komt wel verder als je in hem gelooft.

En zo krijg je vanaf de Verlichting iets wat liberale theologie heet. Alle bovennatuurlijke randjes, elk bovennatuurlijk ingrijpen wordt weggehaald bij God. Wat overblijft, is inspiratie, mooie woorden en een aanmoediging om zelf iets goeds van de wereld te maken. Er zijn vandaag de dag nog steeds veel liberale kerken waar je iets dergelijks hoort.

God verdwijnt naar de achtergrond. En niet veel later was hij dood (volgens Nietzsche). Wat overblijft is de mens. Het liefst de beste exemplaren die we hebben. Nelson Mandela, Martin Luther King, Gandhi.

De mens vergoddelijkt, zoals ook Mandela, King en Gandhi een bijna goddelijke status hebben. Zij zijn de inspiratiebronnen van de moderne tijd. Als er mensen zijn die iets van God begrepen hebben, dan zijn zij het. Als je iets van God wilt zien, kijk dan naar hen.

We moeten het alleen doen, alles ligt op ons bord

Die liberale theologie heeft een groot voordeel: je hoeft niet meer te geloven in een onwaarschijnlijke superman-God. Geloven in God kan prima met een wetenschappelijke bril op. God kan inspireren tot een beter leven, zoals ook Mandela, King en Ghandi inspireren. Maar liberale theologie heeft ook een nadeel: we moeten het alleen doen (zie ook blog 4). Goed mens zijn, de wereld verbeteren, Gods koninkrijk op aarde realiseren, alles ligt op ons bord.

En wij, mensen, worden daar moe van. We zijn er trouwens ook niet zo goed in. Als de 20e eeuw iets heeft laten zien, dan is het dat mensen elkaar verschrikkelijke dingen aandoen. Daar heb je geen God voor nodig: communisme, fascisme, nazisme, kapitalisme.

Met z’n allen hebben we het Batman-probleem. Onze beste helden bestrijden ‘s nachts het kwaad dat we overdag met z’n allen creëren.

Daar komt bij: Batman is ook maar een mens. Anders dan veel andere superhelden heeft hij geen bovennatuurlijke krachten.[2] Wat we eigenlijk nodig hebben, is een supermens. Eentje met bovennatuurlijke krachten. Maar ja, daar geloven we niet meer in.

We geloven niet meer in sprookjes

Veel christenen zitten in deze spagaat. Het superheld-geloof in veel orthodoxe kerken is niet te verenigen met de rest van het leven (of die boodschap nou wordt verpakt in een hippe, postmodern ervaringsgerichte beleving of niet). En bij liberale kerken loop je de deur uit en denk je: is dit het nou?

Waren we nog maar jong en naïef. Dan konden we geloven in Batman en Superman en in superman-God. Maar we zijn wereldwijs geworden. We geloven niet meer in sprookjes en onze wereld is een beetje zouteloos geworden.

Er zijn theologen die zeggen: er is een nieuwe theologie nodig. Een postmoderne theologie. Een theologie na de dood van God. Die is niet naïef is en ook niet zouteloos.

Sommige theologen zeggen dat die theologie er al is. God is bezig met een comeback. En deze begint in de filosofie. Dat wil ik de komende twee blogs nog uitleggen.


Inspiratie voor dit blog komt uit Phil Snider: Preaching after God: Derrida, Caputo, and the Language of Postmodern Homiletics

[1] Dit voorbeeld is van Peter Rollins

[2] Wright, Bradford W. Comic Book Nation. Baltimore: Johns Hopkins, 2001, p.15 (bron: wikipedia)

Afbeelding: Wikipedia


Filosoof en theoloog Gerko Tempelman neemt je in deze blogserie mee in de vraag hoe we zijn geworden wie we zijn: seculiere, postmoderne mensen, levend in de tijd na de dood van God. Met de bedoeling dat je jezelf beter gaat begrijpen. En daarbij vraagt hij zich af of ze een punt hebben, de theologen die zeggen: ‘Misschien staat God ook weer op’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *