Columbusdag

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Columbusdag

Het is Columbusdag in Amerika; de viering van de aankomst van Columbus op het continent. Een viering die voor steeds groter ongemak lijkt te zorgen bij mensen die zich realiseren dat het niet geheel onproblematisch was hoe een soort christenachtig domein zijn macht uitbreidde over de heel wereld. Columbus schijnt te hebben geschreven: De indianen zijn zo naïef en zo vrij met hun bezittingen, dat je het niet zou geloven als je het niet met eigen ogen had gezien. Als je ergens om vraagt, zeggen ze nooit nee. Ze delen wat ze hebben met iedereen’ en dan: ‘het zouden goede dienaren zijn. Met vijftig man zouden we hen allemaal kunnen onderwerpen en hen laten doen wat we ook maar willen. Columbus kwam namens de christenheid de nieuwe wereld veroveren, bracht zogenaamde wilden zogenaamde beschaving – of eigenlijk: hij wilde goud en zag mogelijkheden toen hij deze mensen zag.

Als Jezus mensen eropuit stuurt, en dat doet hij vanochtend, gaat het net iets anders: ‘Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.’ Ongewapend, niet om iets te halen, en afhankelijk van de goedheid van anderen. Ergens is iets misgegaan down the line, als de christenheid toen gewapend en goudbelust indianen komt onderwerpen die in hun manier van leven veel dieper het geloven weerspiegelen dat Jezus van Nazareth voorstond dan de groep die kruisjes had omhangen en de priesters aan boord.

Je zou er toch allemaal aanhanger van natuurgodsdienst van worden. Want daar zit’m de key waarschijnlijk. De Indiaanse stammen die heel dicht op de natuur leven en beseffen dat ze de aarde dankbaar moeten zijn voor dat wat hen wordt gegeven, staan juist vanwege die dankbaarheid dichter bij de Schepper, dan de scheppende mens. Die neemt wat hij vinden kan, is het niet hier, dan daar en lijkt vervolgens slechts nog voor de vorm god te danken, vaak ook nog in de vorm van zelf-felicitatie. ‘Dank u dat wij niet meer zo achterlijk zijn als die wilden daar, maar dat wij in staat zijn om de aarde te ontginnen, rijk te worden en een goede cultuur te bouwen waar wij ons fijn in voelen.’ Ik betwijfel of dat gebedje verder komt dan de kleine cirkel van je eigen hoofd en hart en medestanders. Zelfbewierroking, het woord is ervoor uitgevonden.

‘Om niet’ hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven. De sleutel voor het handelen van de leerlingen, überhaupt de sleutel voor mens-worden en liefhebben. Aan de Korinthiërs schrijft Paulus dat je geloof kunt hebben dat bergen verzet, maar zonder liefde ben je niets. Je kunt geloof hebben dat oceanen oversteekt en landen ontdekt, maar zonder de liefde ben je niemand. En zeker niet iemand om een dag naar te noemen.

‘Alles verdraagt ze, alles hoopt ze, alles gelooft ze, in alles volhardt ze.’ En op de achtergrond klinkt de holle lach van een Columbus, die handenwrijvend wel weet wat hij kan doen met mensen die alles verdragen, hopen en geloven. Wie ben ik? De verkenner van werelden? Op zoek om te kijken of er nog meer uit het leven te halen is? Heroïsch, avontuurlijk, soms aangenaam verrast door hoe makkelijk het kan zijn om de dingen naar je hand te zetten?

De liefde vraagt iets anders, lijkt het. Dit besef dat niet alles wat je nog kunt krijgen, jouw inspanning waard is, maar dat alles wat je al hebt – al voelt het soms weinig – jou zomaar toevertrouwd is. Een gokje, want gezien onze voorgeschiedenissen is er niet heel veel reden om de wereld zomaar aan ons toe te vertrouwen – of in elk geval ons stukje wereld. En toch, het is maar weer gegeven. En vraagt om dankbaarheid. Het idee om het leven dat er is gegeven en het stukje aarde waar je op leeft te zien als uiting van onvoorwaardelijke liefde voor jou. Iemand die jou wilde, wilde dat je bestond en net zo anderen benaderde zoals jij benaderd bent: geven om niet, omdat jou alles gegeven is om niet.

Het is niet zo dat we goede mensen zijn en daarom recht hebben op van alles. We werden goede mensen omdat er al van ons gehouden werd toen we nog niets hadden in te brengen. Door die onvoorwaardelijkheid kon het goede dat in ons huist opgroeien. ‘Om niet’ is de sleutel die ons tot leven wekte, ‘om niet’ is de sleutel die dat door moet geven, de sleutel naar datgene wat elke ontdekking, elke prestatie, elk succes waarde geeft.

Columbusdag beschouw ik voorlopig nog als een treurige dag,  maar niet onafwendbaar noodlottig. Want elke dag ligt er weer de keus om de naïviteit van de indianen of de expansiedrift van Columbus te vertrouwen. Het westen lijkt gebouwd op de laatste, maar ik kies elke dag opnieuw mijn fundament.

Jeremia 36:11-26

1 Korintiërs 13:1-13

Matteüs 10:5-15

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *