‘Als stiefouder ben je het nooit helemaal’

En zo gebeurde het weer. Bij de kapper. ‘Die krullen heb je zeker van je moeder.’ F. kijkt samenzweerderig mijn kant op; we hebben een geheim. Inmiddels corrigeren we die vriendelijke dames in winkels niet meer die aannemen dat ik zijn moeder ben. ‘Het klinkt ook niet leuk,’ zei F. een keer. ‘En wat moet ik dan zeggen?’, vroeg zijn broertje bij een andere gelegenheid.

Ja, ik ben hun stiefmoeder. Ik ga met ze naar de kapper, de kledingwinkel, naar school en hockey (dat laatste alleen als het echt moet, want wat is dat vreselijk…). Er zijn er nóg twee, in die fijne puberleeftijd. Ze wonen nagenoeg allemaal onder ons dak. Dat betekent dat ik van de een op de andere dag niet voor één, maar voor zes mensen stond te koken. Niet één was per week, ik ging 2 wassen per dag draaien. Alleen thuis zijn is een zeldzaam genoegen geworden en een conflictvrij leven lijkt heel lang geleden. Je moet wel erg veel van je man houden, verzuchtte mijn omgeving. Tja.

Je bent het nooit helemaal

Wat de liefde vermag. Eerlijk gezegd heb ik het bij het begin van onze relatie nooit goed kunnen overzien. Immers, stiefouderschap wordt schromelijk onderschat. Dat wat een biologische vader en moeder met hun kind verbindt, zul je als stiefouder nooit krijgen. Je bent het nooit helemaal, zelfs al zou je het willen, het kan gewoonweg niet. Om de simpele reden dat ze niet van jou zijn. Afhankelijk van het moment wanneer je in het leven van de stiefkinderen bent gekomen, kun je wel een heel mooie en intieme band opbouwen. In mijn geval gebeurt dat met de twee jongste zonen. De puberzonen is een ander verhaal. Dat gaat goed, maar ik bemoei me nauwelijks met opvoeding of sturing. Dat is mijn plek niet, denk ik.

Als stiefouder ben je toch een soort fremdkörper in een systeem dat vóór jouw komst opgebroken was. Jij komt erbij met jouw taal, jouw waarden, jouw historie. Zij hebben hun taal, waarden en hun historie. En opeens ga je samen een gezamenlijke taal zoeken. Dat gaat niet vanzelf. Dat is heel hard werken. En dat is iets waar je nooit op voorbereid bent. Hoeveel je ook van je nieuwe partner-met-kinderen houdt.

Ik merk dat de positie van stiefouder er ook een is van een voortdurende alertheid. Een constant afvragen of ‘dit wel mijn taak, rol, verantwoordelijkheid’ is. Hoever kan ik gaan als het gaat om corrigeren? Natuurlijk zullen biologische ouders ook dergelijke reflectie-momenten hebben, maar op een ander level. Het zijn immers jouw kinderen. Ze hebben geen andere vader of moeder dan jij.

Eenzaam in het gezin

Een ander lastig aspect vind ik dat het een achtergrondrol is. Er is namelijk niets wat ik me kan toe-eigenen. Een uitspraak als: ‘die krullen heb je zeker van je moeder’ is er al een van. Ze hebben niets van mij. Er zijn zelfs dagen dat ik werkelijk niets herken, zelfs geen aangeleerd gedrag. Dat maakt soms heel eenzaam in het gezin. De natuurlijke band die je verbindt, onlosmakelijk, die is er niet.

Worstelend met al deze zaken, denk ik weleens aan Jozef, je weet wel, die timmerman. Hij was ook stiefvader, denk ik dan. Hij is het ook aangegaan. In vertrouwen. In liefde. Maar je maakt mij niet wijs dat-ie af en toe ook uit frustratie of onvermogen een keer heel hard ergens op geslagen heeft… Een spijker krom, ofzo. Ik snap dat wel van Jozef. Dat zeg ik in vertrouwen. In liefde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *