Als het licht uitgaat

Het is een koude zondag. Binnen loeit de verwarming. De geur van koffie vermengt zich met zelfgebakken brownies, appelkoek en zojuist gehaalde croissants. Acht mensen rond de tafel en kinderstemmen in een gymzaal. Aan tafel is het even stil, men ademt in en uit. Met gesloten ogen. Om even stil te worden. In het hoofd en in het hart. De vraag die net werd gesteld klinkt nog na in de oren: Zijn mensen nou goed of zijn ze slecht? Kunnen we daarin iets verder komen vandaag?

Verlicht
Bij de aanslag knapten de gloeilampen van verlicht Europa. Onze veiligheidssystemen, onze politiek, onze redelijkheid hebben ons niet kunnen beschermen. Men kon kwaad zaaien op een willekeurige vrijdagavond. En het ontkiemt snel. Zo snel dat we, godbetert, angstig gaan kijken naar iedereen met een baard. En een koffertje. Terwijl we elkaar zo graag willen vertrouwen. Maar de sterren van het politieke firmament vielen, de zon van verlicht Europa werd verduisterd. De maan van onze veiligheidssystemen schijnt niet meer. En onze leiders brullen ‘oorlog’ en smijten bommen. Waar onschuldige burgers bij sterven. Ook al niet zo verlicht.

Dit zei rabbi Jezus van Nazareth ooit:

In die dagen zal na die verdrukking ‘de zon worden verduisterd en de maan haar schijnsel niet meer geven’ (quote van Jesaja), en ‘de sterren zullen uit de hemel vallen en de machten in de hemel zullen wankelen’ (een andere quote uit Jesaja) en dán zullen ze zien ‘de mensenzoon komend in wolken’ (quote uit Daniel) met een veelheid aan macht en heerlijkheid; en dan zal hij de engelen uitzenden en de uitgelezenen ‘samenbrengen uit de vier windstreken vanaf de rand van de aarde tot aan ’s hemels rand’ (quote uit Deuteronomium).

Licht geven
Sterren, zon, maan. Ze staan voor politieke grootheden. Wereldse machten. Caesar. En ze vielen. In zijn tijd. Want op de wolken was een man met gaten in zijn handen opgestegen. Als symbool van een nieuw tijdperk. Van een nieuwe claim op de wereld. En er worden mensen samengebracht. Mensenkinderen. Afgelopen week zag ik er daar één van. Als het donker wordt, zie je wie er licht geven. Deze man geeft licht. Bijna te fel voor de ogen. Zijn vrouw werd gedood tijdens de aanslagen.

Vrede is hard werken
En zou hij goed zijn van nature? Zit dit nu eenmaal in hem ingebakken? ‘Nee’, zegt hij. ‘Ik dwong mezelf dit te doen, ik moest wel. Ik wilde niet dat mijn zoontje zou opgroeien met haat.’ Het is niet zo simpel als John Lennon zegt. Haal religie weg en mensen worden vredelievend. Nee vrede is verrotte hard werken. Tegen jezelf in. Maar als het dan lukt, dan is het sterker dan de machten. Eén man en zijn zoontje. Vrolijk en onverslaanbaar. Onkwetsbaar in hun zachtheid. Onaanraakbaar. Hollande is een vage schaduw in zijn licht.

Doden
Maar wat als er gedood moet worden, waagt iemand dat? Jij, pacifist? Wat dan? Als je de terrorist had kunnen stoppen met een kogel? Het is even stil. Dan benoemt iemand het gevoelde ongemak bij het gejuich om de dood van een terrorist. En daar zit het. Misschien mogen we alleen maar doden als we kunnen huilen van ellende bij het overhalen van de trekker. Doden door de tranen heen.

Onvermogen
Bonhoeffer in Nazi-Duitsland, pacifist en theoloog, wist het niet meer. Hitler was te duivels, te kwaadaardig en liefde en gebed gingen hem niet stoppen. Bonhoeffer beraamde een aanslag die werd verijdeld. Hij schreef over deze daad dat hij een zonde zou begaan. Omdat hij het niet meer wist. Hij ging doen wat hij niet mocht. Uit onvermogen.

Onkunde
Wie een mens doodt, moet erom huilen. Om zelf mens te blijven. Omdat we moeten beseffen dat het ons onvermogen is dat ons de trekker doet overhalen. Dat we het hart van de ander stopzetten omdat we te onbeholpen zijn in het raken van de ziel. De ander is ook een man of vrouw. Met ouders. En liefde voor schoonheid. Voor zijn geliefden. Een mens die kan bloeden en huilen en hopen en verlangen, zoals wij. Het is onze onkunde. Ons onbegrip. Ons falen. Maar nu weten we het even niet anders en moeten we doden. Misschien kunnen we het morgen beter doen. En kunnen we herstellen. En werken aan de ziel. Nooit zeggen dat het mag of legitiem is. Alleen heel soms dat het moet, als zonde, zuchtend van pijn.

Rutger Bregman, correspondent vooruitgang bij de Correspondent, schreef ooit een antwoord op mijn vraag. Hij stelt dat mensen niet goed of slecht worden geboren, maar wel met de potentie om goed of slecht te worden. ‘Welk deel van jezelf wordt er door jou gevoed’, dat is de vraag. Wat oefen je? Hoe leer je ooit een goed mens te worden?

Hoop
We kunnen besluiten tot optimisme. Maar er is iets groters. En dat heet hoop. Yvonne Zonderop schreef in de Groene Amsterdammer een brief aan Stephan Sanders. Omdat Stephan zijn coming-out had gehad. En dan niet zo’n relatief eenvoudige over seksualiteit. Hij had erkend dat hij misschien wel gelovig was geworden. Een doodzonde in weldenkend Nederland. En Yvonne wil weten hoe dat is. En wat het met hem doet. En legt haar eigen weg aan hem voor. Zij schrijft:

Jarenlang riep ik wetenschapsfilosoof Karl Popper na: ‘Optimism is a moral duty’. Maar de laatste tijd word ik vatbaarder voor de lokroep van de hoop. Tussen hoop en optimisme zit een essentieel verschil. Optimisme is een houding waartoe je zelf besluit. Popper vond het onze plicht om optimistisch te zijn, juist omdat we niet weten of het beter of slechter gaat worden. Hoop werkt anders; het is een gemoedstoestand, niet een besluit. Hoop wordt gewekt.

Door God, zeggen mensen die geloven. Over dat laatste aarzel ik. Maar ik weet wel dat hoop, in tegenstelling tot optimisme, erkent dat we het niet allemaal in de hand hebben, dat het leven niet rationeel is en niet eenduidig.

Gloeien
Hoop wordt gewekt. Dat iets of iemand ‘uitgelezenen’ verzamelt. Dat je bij het zien van het verhaal van de Fransman niet voor niets in je ziel wordt geraakt. Dat is een uitnodiging. Om je te voegen bij de verzameling van mensen die ook in het donker zichzelf dwingen om te gaan gloeien. In het donker van depressie, in het donker van de straten van je stad, in het donker van de eenzaamheid. Een donker waar de politici, de sterren, de instituten geen antwoord op hebben. Maar waar mensenkinderen moeten opstaan. In navolging van die ene.

Licht doorgeven
Ik heb hoop. Als ik zie dat er weer mensen om de tafel zitten. Die brood breken en beseffen dat ze maar mensen zijn. En wijn drinken en zich laten verwarmen, dwars tegen het eigen cynisme in, door de hoop. En besluiten om te gaan oefenen. Zichzelf aan de lader willen leggen. Om licht te geven, met of zonder sterren aan de hemel. Om dat licht door te geven, wat ze bij anderen hebben gezien. Als een maan in een donkere nacht. Die wel zicht heeft op de zon en dat dan maar doorgeeft aan de aarde. Waar het donker is. Maar door die maan niet meer helemaal.

Beeld: Kelley Bozarth

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 23 november 2015.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *