Zwarte Piet

Is er leven na de dood van Zwarte Piet (of God)?

Elk jaar laait de discussie over Zwarte Piet weer op. Alain maakt een interessante analyse van het fenomeen door het te vergelijken met z’n eigen geloofsweg. 

God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars?

Aldus spreekt de grote Nietzsche in een onnavolgbaar stuk filosofisch proza. Of hij op groot niveau gelijk heeft, daar gaat deze lichtgewicht theoloog niet over. Ik kijk liever wat dichterbij. Voor veel van mijn generatiegenoten is God inderdaad dood. Ik spreek hen wekelijks, mensen die christelijk opgevoed zijn en God ergens in de loop van hun leven kwijtraakten. Een enkeling liet God als een krappe jas van zich afglijden en leefde vrolijk door. Veel anderen gaan alle fasen van een rouwproces door en kunnen decennialang blijven worstelen met de christelijke restanten in hun systeem.

Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend nacht en steeds meer nacht in aantocht?

Waar komt toch die rouw vandaan?

Ik heb lang geprobeerd om die rouw om God, waar ik zelf ook een goede tik van mee heb gekregen, te duiden. Waarom is het zo traumatisch, het verlies van God?

Eerst vergeleek ik het met het verlies van een vader. Iemand op wie je kon rekenen, die er was en die voorzag, valt weg uit je leven. Maar die metafoor gaat wat mank. Waar het begraven van onze ouders een natuurlijk fenomeen is waar wij op rekenen (ook al kan het tijdstip ons gruwelijk overvallen), is het verdwijnen van God iets wat wij niet aan zagen komen.

Later vergeleek ik het met het verlies van een kind. Ouders horen hun kinderen niet te begraven, die kinderen hadden hen moeten overleven – zo kan het ook met God voelen. De desillusie dat jij er nog wel bent, en de Eeuwige niet meer. De desillusie van een Vader die al die tijd je eigen maaksel bleek te zijn.

Wat zijn deze kerken eigenlijk nog, als ze niet de graven en gedenktekenen Gods zijn?

Het is de dood van je eigen kindertijd

Uiteindelijk heb ik de juiste duiding van de rouw gevonden in een combinatie van die twee denkwijzen. Het is niet God de Vader die dood is, God is niet jouw kind dat overlijdt. Nee, het kind dat je zelf was, is er niet meer. Degene die om zijn geloof rouwt, rouwt niet zozeer om God, maar om het kind dat ze ooit was en nooit meer kan zijn.

Dat verklaart volgens mij ook de heftige reacties op het ‘verdwijnen’ van Zwarte Piet in ons land. We rouwen niet om een waardevolle traditie. Zo traditie-minnend is ons Calvinistische volkje nooit geweest. We rouwen ook niet namens ons kind. De meeste kinderen geloven toch alles en staan open voor verandering – dit jaar komt de Sint bijvoorbeeld niet meer door de schoorsteen, maar door de deur via magische stenen. Ik heb er niemand over horen klagen. Waarom zou het anders zijn met paarse pieten?

Omdat zij die nu zo boos zijn over eventuele aanpassingen van Zwarte Piet, weer een stukje van hun eigen kindertijd zien sterven.

Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht?

Opgroeien gaat gepaard met rouw

Als je rouwt om het verlies van God, rouw je om een symbool uit een veilige jeugd waar meer antwoorden dan vragen, meer veiligheden dan bedreigingen waren. God noch de buitenwereld is veranderd – jij bent veranderd, want jij kunt God en die buitenwereld niet meer met de ogen van je jeugdige zelf bekijken. Het zijn jouw onschuld en afhankelijkheid die je vaarwel moest zeggen.

Zo ook met Zwarte Piet. Het feest is in niets veranderd – een oude vent en zijn vrolijke hulpjes bezoeken het land en strooien met snoep en cadeaus. Maar jij kunt het niet meer beleven zoals toen. Je moet nu veertien gedichten schrijven, de Intertoys en Bol.com plunderen, doen alsof je die zwager een puike kerel vindt en voorzichtig zijn met de pepernoten, want je bent aan de lijn. Je kinderlijke beleving van het Sinterklaasfeest is verdwenen. De kleur van Zwarte Piet, een van de laatste symbolen van het knusse kinderfeest uit je jeugd, grijp je aan om je woede over je eigen opgroeien stem te geven.

Eindelijk wierp hij zijn lantaarn op de grond, zodat die in stukken sprong en uitdoofde.

Maar niet getreurd…

God heeft er een handje van, om uit de dood op te staan. Wie God huilend in zijn hart begroef, kan het geluk hebben dat God haar naam waarmaakt. Dat de stervende God een zaadje bleek te zijn dat straks opbloeit tot een heel nieuw, ruimer, veel mooier geheel.

Zoals Zwarte Piet helemaal niet sterft, maar juist de zwart-witte gedaante uit jouw jeugd aflegt en terugkomt in alle kleuren. Eigenlijk best mooi toch?

Laten we Paulus maar weer tegenover Nietzsche zetten.

Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 27 november 2015

14 reacties op “Is er leven na de dood van Zwarte Piet (of God)?”

  1. Mooi. De oproep van Jezus om weer ‘als een kind’ te worden, zal hier denk ik alles mee te maken hebben. Je ontdekt op een bepaald moment in je leven dat de wereld gebroken is en dat je niet veel garanties meekrijgt voor je verdere reis. Als alles omvalt, raak je natuurlijk in verwarring. Maar misschien valt niet alles om of – en dat kan blijkbaar ook – staat er weer iets op dat je ten onrechte voor dood gehouden hebt. Zo moeten we misschien ook het ‘sterven aan jezelf’ begrijpen. We zien onze eigen gebrokenheid, worstelen met onze eigen onvolkomenheid, ontdekken ons eigen beperkte begrip – en komen dan op een punt van buigen of barsten. Ik zeg: buigen, capituleren voor de God die wij met ons verstand niet kunnen doorgronden. Geef gewoon toe dat we maar beperkt inzicht hebben. Verbaas je erover dat je überhaupt bestaat – toch een wonder op zich. Laat tot je doordringen dat wij kennelijk in staat zijn om diepzinnige vragen te stellen over onze afkomst, de zin en het doel van ons bestaan. Ik denk dat kinderlijke verwondering je weer bij God kan brengen. Ik geloof dat hij niet weg is wanneer je hem niet ziet of ervaart. En ik vertrouw erop dat hij het goede werk waar hij ooit aan begonnen is – niet zal loslaten.

  2. Mooi. De oproep van Jezus om weer ‘als een kind’ te worden, zal hier denk ik alles mee te maken hebben. Je ontdekt op een bepaald moment in je leven dat de wereld gebroken is en dat je niet veel garanties meekrijgt voor je verdere reis. Als alles omvalt, raak je natuurlijk in verwarring. Maar misschien valt niet alles om of – en dat kan blijkbaar ook – staat er weer iets op dat je ten onrechte voor dood gehouden hebt. Zo moeten we misschien ook het ‘sterven aan jezelf’ begrijpen. We zien onze eigen gebrokenheid, worstelen met onze eigen onvolkomenheid, ontdekken ons eigen beperkte begrip – en komen dan op een punt van buigen of barsten. Ik zeg: buigen, capituleren voor de God die wij met ons verstand niet kunnen doorgronden. Geef gewoon toe dat we maar beperkt inzicht hebben. Verbaas je erover dat je überhaupt bestaat – toch een wonder op zich. Laat tot je doordringen dat wij kennelijk in staat zijn om diepzinnige vragen te stellen over onze afkomst, de zin en het doel van ons bestaan. Ik denk dat kinderlijke verwondering je weer bij God kan brengen. Ik geloof dat hij niet weg is wanneer je hem niet ziet of ervaart. En ik vertrouw erop dat hij het goede werk waar hij ooit aan begonnen is – niet zal loslaten.

  3. Mooi. De oproep van Jezus om weer ‘als een kind’ te worden, zal hier denk ik alles mee te maken hebben. Je ontdekt op een bepaald moment in je leven dat de wereld gebroken is en dat je niet veel garanties meekrijgt voor je verdere reis. Als alles omvalt, raak je natuurlijk in verwarring. Maar misschien valt niet alles om of – en dat kan blijkbaar ook – staat er weer iets op dat je ten onrechte voor dood gehouden hebt. Zo moeten we misschien ook het ‘sterven aan jezelf’ begrijpen. We zien onze eigen gebrokenheid, worstelen met onze eigen onvolkomenheid, ontdekken ons eigen beperkte begrip – en komen dan op een punt van buigen of barsten. Ik zeg: buigen, capituleren voor de God die wij met ons verstand niet kunnen doorgronden. Geef gewoon toe dat we maar beperkt inzicht hebben. Verbaas je erover dat je überhaupt bestaat – toch een wonder op zich. Laat tot je doordringen dat wij kennelijk in staat zijn om diepzinnige vragen te stellen over onze afkomst, de zin en het doel van ons bestaan. Ik denk dat kinderlijke verwondering je weer bij God kan brengen. Ik geloof dat hij niet weg is wanneer je hem niet ziet of ervaart. En ik vertrouw erop dat hij het goede werk waar hij ooit aan begonnen is – niet zal loslaten.

  4. Volgens mij gaat het nog verder. Het is niet alleen je kindertijd, maar ook je heden en je toekomstbeeld dat ingrijpend verandert/verdwijnt wanneer de ‘fundamenten’ waarop je identiteit en je wereldbeeld gebouwd waren, instorten. 

    Mijn ‘status’ als christenvrouw en christendochter ben ik kwijt. Wat ik nu ook doe, hoe goed ik mijn kinderen ook opvoed, ik zal het voor sommigen nooit goed genoeg doen omdat ‘het belangrijkste’ ontbreekt. Ook in het heden en de toekomst is er dus het gemis van basiserkenning naar mijn mens -zijn. Een erkenning die, van mezelf naar mezelf, altijd wat ‘iel’ aan blijft voelen. Een groot gemis van erkenning vanuit ‘de bron’, die er niet meer is, maar waar ik wel voor leerde leven. 

  5. Volgens mij gaat het nog verder. Het is niet alleen je kindertijd, maar ook je heden en je toekomstbeeld dat ingrijpend verandert/verdwijnt wanneer de ‘fundamenten’ waarop je identiteit en je wereldbeeld gebouwd waren, instorten. 

    Mijn ‘status’ als christenvrouw en christendochter ben ik kwijt. Wat ik nu ook doe, hoe goed ik mijn kinderen ook opvoed, ik zal het voor sommigen nooit goed genoeg doen omdat ‘het belangrijkste’ ontbreekt. Ook in het heden en de toekomst is er dus het gemis van basiserkenning naar mijn mens -zijn. Een erkenning die, van mezelf naar mezelf, altijd wat ‘iel’ aan blijft voelen. Een groot gemis van erkenning vanuit ‘de bron’, die er niet meer is, maar waar ik wel voor leerde leven. 

  6. Volgens mij gaat het nog verder. Het is niet alleen je kindertijd, maar ook je heden en je toekomstbeeld dat ingrijpend verandert/verdwijnt wanneer de ‘fundamenten’ waarop je identiteit en je wereldbeeld gebouwd waren, instorten. 

    Mijn ‘status’ als christenvrouw en christendochter ben ik kwijt. Wat ik nu ook doe, hoe goed ik mijn kinderen ook opvoed, ik zal het voor sommigen nooit goed genoeg doen omdat ‘het belangrijkste’ ontbreekt. Ook in het heden en de toekomst is er dus het gemis van basiserkenning naar mijn mens -zijn. Een erkenning die, van mezelf naar mezelf, altijd wat ‘iel’ aan blijft voelen. Een groot gemis van erkenning vanuit ‘de bron’, die er niet meer is, maar waar ik wel voor leerde leven. 

  7. Mooie herkenbare analyse! Vader, kind en jeugd.
    Je laatste kopje had voor mij niet gehoeven. Zwarte piet is natuurlijk ook al lang dood, maar kun je er voor kiezen om je herinneringen te veranderen…
    … of dat dan weer hetzelfde is als uit de dood opwekken, vind ik wel iet-wat kort door de bocht.
    Alsnog een erg mooi stuk. Bedankt!

  8. Mooie herkenbare analyse! Vader, kind en jeugd.
    Je laatste kopje had voor mij niet gehoeven. Zwarte piet is natuurlijk ook al lang dood, maar kun je er voor kiezen om je herinneringen te veranderen…
    … of dat dan weer hetzelfde is als uit de dood opwekken, vind ik wel iet-wat kort door de bocht.
    Alsnog een erg mooi stuk. Bedankt!

  9. Mooie herkenbare analyse! Vader, kind en jeugd.
    Je laatste kopje had voor mij niet gehoeven. Zwarte piet is natuurlijk ook al lang dood, maar kun je er voor kiezen om je herinneringen te veranderen…
    … of dat dan weer hetzelfde is als uit de dood opwekken, vind ik wel iet-wat kort door de bocht.
    Alsnog een erg mooi stuk. Bedankt!

  10. Ik denk niet dat kinderen (of ouders) zitten te wachten op bepaalde veranderingen. Dat bepaalde dingen er ‘doorheen gedrukt’ kunnen gaan worden, is een ander verhaal. Dit gaat ook vaak vooraf door een hoop gedram en discussie. En daar moet je het dan maar mee doen. Maar van ‘vrijheidsbeleving’ is dan allang geen sprake meer van.

  11. Ouders -zo ook kinderen- houden vast aan de oude traditie. Die beleving van toen zijn onvervangbaar. Die beleving leeft dan altijd voort in gedachte. In de hoop dat het weer mag gaan worden zoals voorheen. Sterker nog sommige mensen weten/ beseffen niet eens (meer) hoe die beleving toen was. Het is niet meer van deze tijd of ben je in de jaren ’50 (whatever) blijven hangen, zijn geen goedmakertjes. Verandering (vaak door een bepaalde druk) is nog geen verbetering.

  12. Dat kinderen of ouders door de tegenwoordige tijdsdruk meegesleurd kunnen worden, zijn wel zorgelijke ontwikkelingen. Denk aan (steeds meer) op Zondag moeten werken. 24-uurs economie ? Mag een kind nog wel kind zijn ? Weinig tijd meer voor het gezin. Minder ontspanning. Meer prestatiedruk. Gezinnen die uit elkaar vallen. Of jongeren (behoren we allemaal naar onszelf te kijken) die een andere weg in kunnen slaan, dan datgeen wat de ouders anders gehoopt hadden.
    Alles draait tegenwoordig nog maar om meer presteren, je zelfbeeld, en macht.

  13. En dat je telkens wordt voorgehouden dat ‘steeds minder nederlansers’ niet meer voor (oude stijl) zijn, is natuurlijk niet waar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *