READING

Ga naar buiten idioot – als jij mijn genade ...

Ga naar buiten idioot – als jij mijn genade niet exploiteert, dan laat je de kosmos droogstaan


Jezus is opgestaan en zijn volgelingen wachten angstig af, met gesloten deuren. En dat is nou net wat ze niet moeten doen, zegt Jezus. Hij leert de bange kerk een lesje. 

Als Pasen en Pinksteren op één dag vielen, konden we deze vreemde tussentijd vrolijk overslaan. De lijdenstijd bestaat uit veertig duidelijke dagen: afzien. De adventstijd is ook zo klaar als een klontje: hoopvol op het licht van de geboorte wachten. Maar dit? Jezus is wel opgestaan, maar we weten ons er nog geen raad mee. Zoals ik bij elk kopje koffie dat ik na Pasen heb gedronken tóch even onwillekeurig dacht: Nee, dit mag niet, ik ben aan het vasten. Deze tijd valt tussen wal en schip.

Buiten wachten de wolven

Een beetje net als de avond van de opstanding. De discipelen zitten bij elkaar in een huis. Maria heeft al rondverteld dat ze Jezus heeft gezien en Petrus en Johannes kunnen bevestigen: dat graf is leeg. Toch zitten de deuren strak op slot en heerst er meer angst dan vreugde: de menigte die Jezus liet kruisigen houdt zijn leerlingen strak in de gaten. Zodra we naar buiten gaan, kunnen wij ook worden gelyncht. 

Ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden.
(Johannes 20)

Dan verschijnt Jezus in hun midden. De verzamelde leerlingen zijn blij. Jezus wenst hen vrede. Een beetje cru wel als je het combineert met het feit dat hij twee seconden geleden eerst nog even de littekens op zijn handen en zijde heeft laten zien. Je kunt me zoveel vrede wensen als je wilt, maar buiten dit huis wachten de wolven. En de wonden.

Tijd voor nieuw leven

We gaan er meestal veel te makkelijk overheen in de Bijbelverhalen: tussen verlossing en het goede leven zit een vreemd soort limbo. Nog zo eentje: Noach in de ark. Veertig dagen heeft het geregend en dat oordeel heeft mens noch dier gespaard. Alleen Noachs familie en de dieren hebben het gered in hun hermetisch afgesloten boot.

Maar nadat de regen is opgehouden zitten ze nog zeker twee weken in hetzelfde schuitje. Is het oordeel wel echt over? Zijn we buiten veilig? Is het leefbaar als we de ark straks verlaten? 

De eerste verkenner is een raaf die ze nooit terugzien. Weinig geruststellend. De tweede verkenner is een duif die terugkeert ‘met een jong olijfblad in haar snavel’. Die duif geeft Noach en de zijnen het signaal: tijd voor een nieuw leven, tijd om het weer te proberen met de aarde. Een week later blijft de duif ook weg en klinkt de stem van Godswege: ga de ark uit.

Onbevreesde vrede

Ga eropuit, dat is ook het eerste dat Jezus tegen de discipelen zegt na zijn vredeswens op die merkwaardige avond. Zoals de Vader mij zond, zo zend ik u. Hij blaast over hen heen. Jezus wenste hen vrede, maar het is geen lieve vrede – het is een onbevreesde vrede. Zoals Noach de boot uit moet in het vertrouwen dat het oordeel hem niet overvalt, dat zich een droog pad heeft gevormd dwars door het doodswater, zo moeten de discipelen dat hermetisch afgesloten huis verlaten in hetzelfde geloof.

Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven;
vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.
(Johannes 20)

Say what?

Zo verleidelijk om binnen te blijven

De leerlingen moeten de deuren opengooien om te gaan marchanderen met de erfenis van Jezus: een enorm brok genade. Zoals Noach de boot moet verlaten met zijn naam (‘Troost’) en een belofte op zak: Nooit weer zal ik de aarde vervloeken.

Het is zo verleidelijk om binnen te blijven. Je bent hier nou eenmaal veilig, je bent hier onder gelijkgestemden en je hebt met eigen ogen gezien dat het er buiten hard aan toe kan gaan. Daarom hebben veel christenen de neiging om zich permanent terug te trekken in die tussenfase vlak na Pasen, vlak na de zondvloed: hier ben ik veilig, dit is mijn kerk, dit is mijn haven. 

Dan doe je de zwaarhouten deuren van je kerkgebouw stevig op slot en houd je Jezus’ brok genade veilig voor jezelf. Je weet ook niet wat ze er daarbuiten mee zouden gaan doen. Gaan ze ons lynchen? Gaan ze onbeleefd met dat evangelie aan de haal? Besmeuren ze onze lieve Here Jezus? Nee, laat ons maar binnen in het reservaat!

Ja, fout dus. ‘Vrede zij u’, zegt Jezus, en hij blaast zijn leerlingen naar buiten. Zo zend ik u.

Er ligt een wereld open

‘Vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven’, zei Jezus immers. En er valt zoveel te vergeven op de aarde. Er ligt een wereld open die smeekt om dat ene woord: genade.

Genade is Jezus’ talent-bij-uitstek en hij laat het bij zijn leerlingen achter wanneer hij zelf ten hemel vaart.

Volgens zijn eigen beroemde gelijkenis is er maar één verkeerde manier om met die erfenis om te gaan: het angstig in een zweetdoek verstoppen omdat je bang bent. Bang dat je het verspeelt te midden van het woeden der gehele wereld, bang dat je Jezus met je handelswijze beledigt, bang, bang, bang.

Tegen zo’n bange discipel, zo’n bange kerk zegt Jezus: ga naar buiten idioot, als jij het vertikt om mijn genade te exploiteren dan laat je de kosmos droogstaan. Misschien is dit de enige zonde die echt onvergeeflijk is: uit angstige vromigheid de grote genade achter gesloten deuren houden.

Wie ore heeft, die hore.



  • Siegi Dee

    Mooie inspirerende reflectie. De parallel met Noach echter gaat maar deels op. Hij bleef 1 jaar in de ark en kwam eruit nadat God hem daartoe roept. De nadruk in Noach’s verhaal ligt meer op het contrast tussen hem en zijn tijdgenoten. Noach volgde God en hoorde God’s stem en koos ervoor om ernaar te handelen, tot aan het einde van de zondvloed. Mooie beschrijving van “onbevreesde vrede”. In betekenis van de naam Noach vinden je ook “rust”…

  • Pingback: Ooit beseft wat dit linksige, Egyptische meisje voor een immens offer bracht voor de vrijheid? - Lazarus()