READING

Monnik Thomas vraagt zich af: zit ik hier dan in e...

Monnik Thomas vraagt zich af: zit ik hier dan in een gevangenis zoals het woordje cel doet denken?


Thomas Quartier (44) is een benedictijnse monnik en theoloog. Dat betekent dat hij geen privébezit heeft. Maar waarom eigenlijk niet? 

Veel mensen vragen mij hoe mijn cel in het klooster eruitziet. Nu is het absoluut niet gebruikelijk dat bezoekers op je cel komen. De cel is de ruimte waar de monnik op zichzelf is. Eenling zijn, dat betekent het Latijnse woord monachus, waar het woord monnik van afstamt.

De woestijnmonniken kenden de wijsheid: ‘Ga naar je cel, en hij zal je alles leren’. Hoe kan dat, vraagt de buitenstaander zich af. En ik moet toegeven dat die vraag ook weleens bij mij knaagt, als de muren van mijn cel op me afkomen. Aan de spullen die ik daar ter beschikking heb, kan het niet liggen. Monniken behoren namelijk geen persoonlijk bezit te hebben.

Hoe voelt dat nu je alles hebt weggedaan?

Toen een goede vriend mij laatst bezocht, kwamen we snel op dit thema. Sinds mijn intreden twee jaar geleden had ik hem niet gezien. Een van zijn eerste vragen was: ‘Hoe voelt het nu je alles hebt weggedaan? Was dat niet moeilijk?’ Mijn eerlijke antwoord was: ‘Nee, ik heb er eigenlijk geen moment over nagedacht’.

Dat is geen heldhaftige houding, eerder een soort zelfbescherming, want wie ooit verhuisd is, weet dat de wereld dan behoorlijk op z’n kop staat. Maar intreden in het klooster is natuurlijk iets anders dan een gewone verhuizing. Dat heeft ermee te maken dat je niet echt naar een eigen huis gaat. Je cel is een ruimte die deel uitmaakt van het gezamenlijke huis dat je met mensen bewoont die je niet zelf hebt gekozen. Veel groter dan een cel in de bajes is hij meestal niet.

Oef, dat klinkt haast onmenselijk

Monniken laten niet alleen privébezittingen los, maar ook het idee dat ze daar recht op zouden hebben. Dat bedoelde mijn vriend kennelijk. Toen we er tijdens een kopje koffie over aan de praat raakten, zei hij: ‘Oef, dat klinkt haast onmenselijk’. Ik was het wel met hem eens. Het staat haaks op alles wat je normaliter gewend bent en wat jouw individuele levensvorm bepaalt.

Zit ik hier dan in een gevangenis zoals het woordje cel doet denken, vroeg ik me af. Mijn vriend zag de lichte paniek in mijn ogen. Voor een moment leek mijn eigen keuze mij heel raar. En toch geloof ik dat de leegte een goede leermeester is.

Ik deed mijn best het uit te leggen. Wat zegt onze monnikenvader Benedictus over de sprong in het koude water van je cel? In zijn Regel is hij rigoureus met betrekking tot eigendom. Ik pakte het boekje erbij en las de passage voor:

‘Er is een fout die als geen andere met wortel en tak in het klooster moet worden uitgeroeid: niemand mag het zich aanmeten om zonder bevel van de abt iets te geven of aan te nemen, of enig persoonlijk bezit te hebben – absoluut niets: geen boek, geen schrijfplankje, geen pen, helemaal niets.’ (Regel van Benedictus, hfdst. 33)

Wijs of debiel?

‘Dat is toch niet van deze wereld’, reageerde hij. ‘Inderdaad’, zei ik, ‘en alleen daarom kan het werken’. Wanneer je bereid bent je bezittingen niet mee te nemen naar je cel, dan móet dat een hemelse oorsprong hebben. Anders is het namelijk geen wijze maar een debiele keuze. Dat geldt ook voor de omvang van je woonruimte. Waarom zou je in een piepklein hok gaan zitten? Een aardse reden is daarvoor niet te verzinnen.

Een medebroeder heeft het een keer als volgt gezegd: ‘Door je wereld klein te maken, wordt hij oneindig groot’. Een paradoxale gedachte. En toch is dat het hemelse geheim van de kloostercel. Het ont-spullen van de monnik dient niet de eigen psychohygiëne, maar letterlijk het zielenheil. De kleine ruimte gaat open, dóordat hij klein is. Je wordt rijk, dóordat je losgelaten hebt. Je kloostercel is geen gevangeniscel, want hij staat in dat hogere teken. De kleine, lege ruimte is geen doel op zich, geen training en geen disciplinaire maatregel. Zij is een soort vergrootglas waardoor het licht van God je leven binnenvalt.

Het licht is voor een monnik niets anders dan God

Leonard Cohen zingt: ‘There is a crack in everything. That’s how the light gets in’. In een kloostercel forceer je die ‘sprong’ – en het licht is voor een monnik niets anders dan God. Daar kun je vervolgens weer van alles onder verstaan, maar dat is waar je voor gaat in een kloostergemeenschap.

Broeder Thomas, onlangs bij een concert van Bob Dylan. ‘Een monnik neemt z’n biografie met zich mee het klooster in.’ En zijn muziekvoorkeur.

Mijn vriend bleef het wereldvreemd vinden. Ik besloot om hem – tegen het principe in – een moment mee te nemen naar mijn cel, om hem een indruk te geven. Dat stelde hem gerust, maar hij schrok ook. ‘Gelukkig, het is toch echt jóuw ruimte, ik herken een heleboel dingen’. Boeken, cd’s en wat kunstwerkjes aan de muur had ik inderdaad meegenomen. ‘Maar ik schrik toch ook een beetje. Moet het voor een monnik eigenlijk niet veel leger zijn?’

Waar staat jouw kloostercel?

Dat heeft mij aan het denken gezet. Er staan inderdaad dingen in mijn cel die mij dierbaar zijn. Anders dan de Regel het vraagt. Hoe kan dat dan? Eigenlijk kan het niet. Het enige passende antwoord is de menselijkheid. Een monnik neemt altijd zijn biografie mee. Dat is niet negatief maar juist verrijkend. Benedictus schrijft bijna emotioneel over bezit. Hij vecht er dus kennelijk mee in zijn communiteit. Hij weet dat het een ideaal is om je kleine ruimte oneindig groot te maken, maar dat een mens dat uit eigen kracht niet kan.

Ik ook niet. Ik heb een cel waar ik mij thuis voel, een dierbare omgeving waar ook dingen bij horen. Punt. Toch probeer ik er wat beweging in te krijgen. Dat moest ook mijn vriend toegeven: ‘Het is inderdaad nog geen kwart van de oppervlakte van je vorige huis. Maar vooral, het is nog geen honderdste van al die spullen die je had.’

Het blijft zoeken: naar de sprong naar je cel én de sprong waardoor het licht binnenvalt. Doet dit misschien een belletje bij jou rinkelen? Wellicht ben je niet gewend om je wereld klein te maken. Het zou weleens de moeite waard kunnen zijn, want wat dan overblijft, dat is de ruimte die je alles zal leren! Je eigen kloostercel…


Thomas Quartier vertelt in deze serie wat het betekent om een benedictijnse monnik te zijn. Meer lezen? Thomas Quartier osb, Kiemcellen, van klooster naar wereld, € 19,90



INSTAGRAM
Lazarus op instagram