‘Juist omdat de kerk zo tegen mij ingaat en ik me er vaak verveel, ga ik erheen’

Stefan begrijpt het heel goed: de moeite die mensen kunnen hebben met de kerk. Toch slaat hij zelf zelden een kerkdienst op zondagmorgen over. Hij legt het uit in een hartstochtelijk betoog.  

Ik ben geen kerkganger. Natuurlijke aanleg voor groepen heb ik niet, en aan een boek heb ik meestal meer dan aan een preek. Daarbij komt dat het kerkelijk bedrijf bij mij vaak de lachlust en soms irritatie opwekt. Een overmaat aan vromigheid en religiositeit doet rare dingen met mensen. Natuurlijk zitten er genoeg fantastische mensen in de kerk, maar die kun je ook tegenkomen zonder elke zondag aan te schuiven in een dienst. Er zijn efficiëntere manieren om kennis op te doen, geïnspireerd te raken, of het gezellig te hebben.

Dit meld ik maar even, om duidelijk te maken dat ik begrip heb voor mensen die ‘wel iets hebben met God, maar niet met de kerk’. Er zijn vast mensen die een roeping ontvangen om vooral buiten de kerk bezig te zijn.
Ik ken er ook verschillende die het vanuit een sterke missionaire gedrevenheid niet langer volhouden in het instituut, tegen allerlei zaken oplopen, en vervolgens voor een andere, postkerkelijke vorm kiezen om zich zo toe te wijden aan de missie van God – zonder vervolgens voortdurend bij anderen om begrip te vragen of te roepen dat de hele kerk heeft afgedaan. Prima wat mij betreft. Zulke mensen gaat het niet om zichzelf of om de verwerking van hun eigen verleden; zij zoeken een positief doel en de missie van God heeft meer structuren nodig dan alleen de kerk zoals wij die kennen.

Waarom sla ik dan zelf zelden een kerkdienst over (wel moet gezegd: eenmaal per zondag, want meer diensten hebben wij niet)? Daarover mijmerend kom ik op het volgende: juist omdat de kerk zo vaak tegen mij ingaat en ik me er vaak verveel, is die kerk zo belangrijk voor me. Ik heb al genoeg in het leven dat ik ‘leuk’ vind, waar ik me ‘thuis voel’ of waar ik ‘helemaal kan zijn wie ik ben’ (overigens vaak tot ongenoegen van mijn omgeving). Maar de kerk is andere koek.

Zondagmorgen is een inbreuk op mijn planningsvrijheid

Ik verkeer in de bevoorrechte positie dat ik mijn tijd grotendeels zelf kan indelen. Althans: ik maak afspraken en zet die vervolgens in mijn agenda. Daarbij is de tijd die ik heb simpelweg een verzameling van 168 uren op weekbasis, die ik kan gebruiken naar eigen inzicht. Uitzonderingen zijn verjaardagen en nog wat dingen die ik niet zelf kan kiezen, maar dat is maar zo af en toe het geval.

Mijn agenda is gestolde zelfbeschikking, in kolommen gegoten trots. Behalve dan dat ene blok op zondagmorgen: dat gaat niet aan de kant, dat kan ik niet verschuiven naar een handiger tijdstip. Daar is iets voor mij bepaald, ooit toen de Heer opstond op de eerste dag van de week. Ik heb daarop geen invloed gehad, en het past zich niet aan mij aan. De zondagmorgen is een inbreuk op mijn planningsvrijheid, mijn agenda. Ik kan me er alleen aan onderwerpen, me erin schikken.

Niet gaan betekent dat ik voorrang geef aan mijn agenda, mijn keuzevrijheid, mijn recreatieve behoeften, economische noodzaak, mijn drang tot autonomie. Wel gaan betekent dat ik dit alles voor één ochtend ondergeschikt maak aan iets dat groter is dan mijzelf: niet zeuren, maar gáán. Daarin zit iets wezenlijk vormends, in de trant van: wie of wat heeft uiteindelijk prioriteit in mijn leven? Op zondagmorgen leer ik dat ook mijn weekritme uiteindelijk onder God valt. Naar de kerk gaan is mijn belijdenis dat ik niet zelf de meester ben van mijn lot.

De kerk maakt me bewust van mijn eigen liefdeloosheid

Mijn gezelschap en vrienden kies ik grotendeels zelf. En hoe succesvoller ik word, hoe beter dat lukt. Ik hoef niet ergens op straat te bedelen in de hoop dat er eens iemand naar me omkijkt. Welnee: mensen zoeken zelf wel contact met me. Alleen m’n familie heb ik niet voor het kiezen, maar ook daaraan kun je tegenwoordig veel doen. Je kunt contacten verbreken, echtscheiden, je kinderen bestellen bij de genenbank, en ze via cursussen ook nog enorm bijspijkeren zodat ze voldoen aan je ideaalbeeld.
Via sociale media kun je ook je omgeving nog eens enorm filteren. Volgen en ontvolgen, accepteren, ontvrienden, of blokkeren: ik ben de Zeus van mijn eigen digitale Olympus. Ook hier draait alles om autonomie en zelfselectie.

Maar op zondagmorgen (en bij de huiskring en andere kerkelijke dingen) geldt dat veel minder. Ik word daar niet alleen in contact gebracht met mensen die ik niet uitgekozen heb en die helemaal niet bij mij passen; ik moet ook nog met hen vergaderen, besluiten nemen, bidden, ze proberen te begrijpen (ook als ze niets van mij begrijpen). Het klinkt vast heel prozaïsch, maar ik ken weinig dat meer op liefde lijkt dan dat. En vooral: ik ken weinig dat me meer bewust maakt van mijn eigen liefdeloosheid dan dat. Ik heb de kerk nodig voor dit soort dingen.

Kerkgang leert me dat het gewone goed genoeg is

Daarom voel ik ook wantrouwen bij zo’n stuk over ‘een zoektocht’ die ‘voorbij de bestaande kerk’ leidt. Natuurlijk hebben mensen van nu moeite met instituten en gemeenschappen die ze niet zelf hebben uitgekozen. Maar als die moeite niet vertaald wordt in concrete toewijding aan echte mensen en een vindbare locatie, is al dat gepraat in mijn ogen niet meer dan een maskering van autonomie. Al die vage teksten over ‘dieper’ en ‘meer’… Waarin verschilt dat nu eigenlijk van de reclames die je dagelijks op tv ziet? Hebben ze nog een ander doel dan de onrust aanjagen, mensen constant verleiden tot nieuwe aankopen, nieuwe vakantieparadijzen, een nieuwe partner?

Kerkgang leert me dat het leven concreet is, onvolmaakt, dat het soms niet meer is dan dit en dat het gewone goed genoeg is. Al dat navelstaren over ‘zoektochten’ en ‘verlangens’ gaat gemakkelijk ten koste van concrete zorg voor elkaar, omzien naar de armen, mededogen met het onvolmaakte, kortom: gewone geestelijke volwassenheid. De kerk zet je met beide benen op de grond van een concrete plek waar echte mensen leven en werken, en vraagt je om je daar toe te wijden.

Ik wil niet degene zijn die de keten breekt

Ik maak deel uit van een lange keten van generaties van Saksische boerenknechten en keuterboertjes. Dat gaat terug tot ergens in de tijd van de hunebedden, denk ik. Maar waar de mist van de geschiedenis optrekt, zie ik de eerste christenen opdoemen. Voor zover ik terug kan kijken in mijn stamboom zie ik ouders die hun kinderen hebben laten dopen en het geloof hebben doorgegeven aan hun kinderen. Dat overziend, besef ik hoeveel vanzelfsprekende trouw hiermee gemoeid was.

Ik besef ook hoe kwetsbaar zo’n keten van generaties is. Vergelijk het met de opbouw van hoogveen: 1 millimeter per honderd jaar of zo. Je steekt er een schep of dragline in en je maakt duizenden jaren ongedaan. Zo is het ongeveer ook met kerkgang: er is maar één generatie nodig die op zondag liever naar de koopgoot gaat dan naar de kerk, en je hebt het geloof van je voorouders tot een doodlopend spoor gemaakt. Ik wil niet degene zijn bij wie de keten breekt. Ook dat is voor mij een reden om te gaan: simpele loyaliteit en dankbaarheid voor zoveel trouw.

Dankzij mijn ouders heb ik tweeduizend jaar traditie in mijn rugzak

Ik zie nogal wat christenen afhaken van de kerk om redenen die ik heel goed begrijp. Afgezien van de missionair bevlogen mensen die ik hierboven noemde, zie ik in christelijk Nederland vaak twee groepen:

1. mensen die gewoon stoppen van verveling en irrelevantie en tegelijk een modernere, evangelische vorm van geloof niet ‘trekken’: ze vallen tussen wal en schip, en modderen wat door in postkerkelijke kringen;

2. mensen die vanuit een refo-kerk naar een evangelische kerk trekken en daar eerst helemaal idolaat van zijn (eindelijk genade!). Vervolgens lopen ze aan tegen de leiderschapscultuur daar, en haken dan ook weer af.

Beide groepen blijven wel zo’n beetje geloven, maar in de kerk zie je ze niet meer. Ik snap dat allemaal wel, maar mijn probleem is: hoe groeien hun kinderen op? Ik vind naar de kerk gaan vanwege je kinderen namelijk best een goed argument. Niet het enige argument, maar wel goed.
Ik wil mijn kinderen de kansen geven die ik zelf had. Kerkgang is in die zin voor mij vergelijkbaar met sport of muziekles: of ze het nou leuk vinden of niet, later leer je dat allemaal niet zo gemakkelijk meer. Anders gezegd: het is gemakkelijker om af te haken dan om aan te haken. Dankzij mijn ouders ben ik opgegroeid met tweeduizend jaar traditie in mijn rugzak, en dat gun ik mijn kinderen ook.

En om al die redenen zal ik – bij leven en gezondheid, en zo de Heer wil – aanstaande zondag weer aanschuiven.

Foto: Joshua Daniel O. via Visual hunt / CC BY-SA

21 reacties op “‘Juist omdat de kerk zo tegen mij ingaat en ik me er vaak verveel, ga ik erheen’”

  1. Wow, ik heb hier zoveel gedachten over dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen. Een reactie is in de maak, en zal ik tzt hier delen.

  2. Wow, ik heb hier zoveel gedachten over dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen. Een reactie is in de maak, en zal ik tzt hier delen.

  3. Hoewel ik blij ben dat Stefan Paas een bijdrage levert aan het grote gesprek rondom kerk-zijn, heeft dit stuk van zijn hand me naar een heel donkere plek gebracht vandaag. Wellicht zijn meerdere factoren daar de reden van geweest, maar dit verhaal zit vol triggers die me boos maken. Ik gooi ze d’r allemaal maar uit.

    Ik stoor me aan het frame van gemakzucht waar ik me als (tijdelijk) kerkloze christen in geduwd voel. Ik quote Teresa Pasquale Mateus uit een podcast van The Liturgists over Spiritual Trauma: “I’ve heard a lot of faith leaders say: “Oh, people are just leaving ‘cause they don’t care, they just don’t want to do the work of being in a faith community.’ And my response to that is:”Don’t you understand that people have to leave, not because of a lack of yearning for the divine, but because of a deep yearning? If people didn’t care, they would just stay inside those systems and allow them to be whatever they are. And it’s not that they don’t want community either. This idea that people just don’t want to do the work… People I know that had to leave their faith communities are doing more hard work than many people inside of it.” In dit stuk gebeurt dit weer, en het voelt oneerlijk.

    Ik stoor me daarom aan het platstampen van woorden als zoektocht en verlangen, waar een hele wereld achter zit. Een wereld die rijker, complexer en daarmee in de verste verte niet zo oppervlakkig is als de quick-fix reclamewereld.

    Ik stoor me aan de visie op kerk-zijn die schuilgaat achter het volgende stuk tekst: “Er zijn vast mensen die een roeping ontvangen om vooral buiten de kerk bezig te zijn.
    Ik ken er ook verschillende die het vanuit een sterke missionaire gedrevenheid niet langer volhouden in het instituut, tegen allerlei zaken oplopen, en vervolgens voor een andere, postkerkelijke vorm kiezen om zich zo toe te wijden aan de missie van God.” Wat wordt er gecommuniceerd met deze woorden? Dat kerk een afgebakend clubje mensen is, of een afgebakende activiteit. In ieder geval niet de organische, wereldwijde, levensveranderende beweging die volgens mij kerk is of behoort te zijn. Want waarom zou je in het uitleven van je roeping in vredesnaam buiten die beweging tot genezing en zegen van de hele wereld om willen? Postkerkelijk vind ik dan ook een raar woord, vooral als je dat ook nog koppelt aan missie. Een missie zonder kerk? Niet prima, wat mij betreft.

    Ik vind het lastig te lezen hoe ‘het gewone leven’ tegenover kerk-zijn wordt geplaatst, bijv. in: “Ik heb al genoeg in het leven dat ik ‘leuk’ vind, waar ik me ‘thuis voel’ of waar ik ‘helemaal kan zijn wie ik ben’ (overigens vaak tot ongenoegen van mijn omgeving). Maar de kerk is andere koek.” Daarmee suggereer je dat kerk en normale leven prima als dualiteiten naast elkaar kunnen staan, terwijl juist de kracht van kerk-zijn ‘m (volgens mij) zit in samen het echte leven leven (waar je overigens ook het één en ander over zegt).

    “Al dat navelstaren over ‘zoektochten’ en ‘verlangens’ gaat gemakkelijk ten koste van concrete zorg voor elkaar, omzien naar de armen, mededogen met het onvolmaakte, kortom: gewone geestelijke volwassenheid. De kerk zet je met beide benen op de grond van een concrete plek waar echte mensen leven en werken, en vraagt je om je daar toe te wijden.” Ik denk dat je je gezegend mag weten in een kerk waar dit alles een plek krijgt. Je zegt hier namelijk nogal iets mee. Geestelijke volwassenheid in een kerk-model dat eruit ziet als een serie evenementen waar mensen het persoonlijke heil keer op keer bevestigd willen zien worden. Wat heeft dat met geestelijke volwassenheid te maken? Of échte mensen. De meeste mensen die geen plek meer vinden binnen de kerk, zijn vertrokken omdat ze niet echt mochten zijn. Niet echt homo. Niet echt twijfelend. Niet echt pedofiel. Niet echt boos. Moet ik nog even door gaan? De kerk is één van de plekken waar ‘echt’ helaas niet veel ruimte krijgt. Uitzonderingen uiteraard daargelaten. En toewijding? Dat is in de gemiddelde kerk (in ieder geval waar ik onderdeel van ben geweest) niet echt nodig. Tenzij je eens per week op zondag naar de kerk toewijding noemt, en daarbij eens per 2 weken een huiskringavond. Tuurlijk is dat een vorm van toewijding, maar ik haak op de vrijblijvendheid ervan af. Dus klaar met de kerk kan net zo goed ontstaan vanuit een verlangen naar meer toewijding dan een gebrek eraan.

    “Zo is het ongeveer ook met kerkgang: er is maar één generatie nodig die op zondag liever naar de koopgoot gaat dan naar de kerk, en je hebt het geloof van je voorouders tot een doodlopend spoor gemaakt. Ik wil niet degene zijn bij wie de keten breekt. Ook dat is voor mij een reden om te gaan: simpele loyaliteit en dankbaarheid voor zoveel trouw.” Ook nu weer. Waarom die koopgoot? Wat wil je bereiken met die woorden? Wat hebben reclamewereld en koopgoot te maken met mijn diepgaande, eenzame zoektocht?

    Dan de 2 groepen christenen. Ik herken me in geen, meer in de missionair bevlogen groep mensen. Alleen was van die groep geloof ik ook een kenmerk dat ze niet zo lastig doen over de kerk. Dat doe ik wel, en dat heeft met eerder gemaakt punt te maken dat ik missie en kerk onlosmakelijk met elkaar verweven zie.

    Kinderen. Gevoelig en lastig punt, ook voor mij. We hebben er 2, één wordt morgen 3, de ander is 4. Ik verwacht dat wij ons leven op dermate onderscheidende manier leven, dat zij ons op een dag gaan vragen: ‘mama, papa, waarom doen wij dit?’. En dat ik dan het verhaal mag uitleggen. Een methode die het Joodse volk ook toepaste bij hun kinderen. En één van die onderscheidende dingen heeft álles te maken met kerk-zijn. Kerk als herkenbare organische beweging wereldwijd en herkenbare familie-leefstijl hyperlokaal. Ik vind het zonde om te investeren in kerkgang, want ik zie daar niet zoveel toekomst voor. Doorgeven van traditie staat of valt niet bij kerkgang. Zolang je in een goed verhaal leeft, hoef je de angst voor aan- of afhaken dan ook niet te hebben.

  4. Reactie deel 2:
    Ik vind het lastig te lezen hoe ‘het gewone leven’ tegenover kerk-zijn wordt geplaatst, bijv. in: “Ik heb al genoeg in het leven dat ik ‘leuk’ vind, waar ik me ‘thuis voel’ of waar ik ‘helemaal kan zijn wie ik ben’ (overigens vaak tot ongenoegen van mijn omgeving). Maar de kerk is andere koek.” Daarmee suggereer je dat kerk en normale leven prima als dualiteiten naast elkaar kunnen staan, terwijl juist de kracht van kerk-zijn ‘m (volgens mij) zit in samen het echte leven leven (waar je overigens ook het één en ander over zegt).

    “Al dat navelstaren over ‘zoektochten’ en ‘verlangens’ gaat gemakkelijk ten koste van concrete zorg voor elkaar, omzien naar de armen, mededogen met het onvolmaakte, kortom: gewone geestelijke volwassenheid. De kerk zet je met beide benen op de grond van een concrete plek waar echte mensen leven en werken, en vraagt je om je daar toe te wijden.” Ik denk dat je je gezegend mag weten in een kerk waar dit alles een plek krijgt. Je zegt hier namelijk nogal iets mee. Geestelijke volwassenheid in een kerk-model dat eruit ziet als een serie evenementen waar mensen het persoonlijke heil keer op keer bevestigd willen zien worden. Wat heeft dat met geestelijke volwassenheid te maken? Of échte mensen. De meeste mensen die geen plek meer vinden binnen de kerk, zijn vertrokken omdat ze niet echt mochten zijn. Niet echt homo. Niet echt twijfelend. Niet echt pedofiel. Niet echt boos. Moet ik nog even door gaan? De kerk is één van de plekken waar ‘echt’ helaas niet veel ruimte krijgt. Uitzonderingen uiteraard daargelaten. En toewijding? Dat is in de gemiddelde kerk (in ieder geval waar ik onderdeel van ben geweest) niet echt nodig. Tenzij je eens per week op zondag naar de kerk toewijding noemt, en daarbij eens per 2 weken een huiskringavond. Tuurlijk is dat een vorm van toewijding, maar ik haak op de vrijblijvendheid ervan af. Dus klaar met de kerk kan net zo goed ontstaan vanuit een verlangen naar meer toewijding dan een gebrek eraan.

    “Zo is het ongeveer ook met kerkgang: er is maar één generatie nodig die op zondag liever naar de koopgoot gaat dan naar de kerk, en je hebt het geloof van je voorouders tot een doodlopend spoor gemaakt. Ik wil niet degene zijn bij wie de keten breekt. Ook dat is voor mij een reden om te gaan: simpele loyaliteit en dankbaarheid voor zoveel trouw.” Ook nu weer. Waarom die koopgoot? Wat wil je bereiken met die woorden? Wat hebben reclamewereld en koopgoot te maken met mijn diepgaande zoektocht?

    Dan de 2 groepen christenen. Ik herken me in geen, meer in de missionair bevlogen groep mensen. Alleen was van die groep geloof ik ook een kenmerk dat ze niet zo lastig doen over de kerk. Dat doe ik wel, en dat heeft met eerder gemaakt punt te maken dat ik missie en kerk onlosmakelijk met elkaar verweven zie.

    Kinderen. Gevoelig en lastig punt, ook voor mij. We hebben er 2, één wordt morgen 3, de ander is 4. Ik verwacht dat wij ons leven op dermate onderscheidende manier leven, dat zij ons op een dag gaan vragen: ‘mama, papa, waarom doen wij dit?’. En dat ik dan het verhaal mag uitleggen. Een methode die het Joodse volk ook toepaste bij hun kinderen. En één van die onderscheidende dingen heeft álles te maken met kerk-zijn. Kerk als herkenbare organische beweging wereldwijd en herkenbare familie-leefstijl hyperlokaal. Ik vind het zonde om te investeren in kerkgang, want ik zie daar niet zoveel toekomst voor. Doorgeven van traditie staat of valt niet bij kerkgang. Zolang je in een goed verhaal leeft, hoef je de angst voor aan- of afhaken dan ook niet te hebben.

  5. Reactie deel 1:

    Hoewel ik blij ben dat Stefan Paas een bijdrage levert aan het grote gesprek rondom kerk-zijn, heeft dit stuk van zijn hand me naar een heel donkere plek gebracht vandaag. Wellicht zijn meerdere factoren daar de reden van geweest, maar dit verhaal zit vol triggers die me boos maken. Ik gooi ze d’r allemaal maar uit.

    Ik stoor me aan het frame van gemakzucht waar ik me als (tijdelijk) kerkloze christen in geduwd voel. Ik quote Teresa Pasquale Mateus uit een podcast van The Liturgists over Spiritual Trauma: “I’ve heard a lot of faith leaders say: “Oh, people are just leaving ‘cause they don’t care, they just don’t want to do the work of being in a faith community.’ And my response to that is:”Don’t you understand that people have to leave, not because of a lack of yearning for the divine, but because of a deep yearning? If people didn’t care, they would just stay inside those systems and allow them to be whatever they are. And it’s not that they don’t want community either. This idea that people just don’t want to do the work… People I know that had to leave their faith communities are doing more hard work than many people inside of it.” In dit stuk gebeurt dit weer, en het voelt oneerlijk.

    Ik stoor me daarom aan het platstampen van woorden als zoektocht en verlangen, waar een hele wereld achter zit. Een wereld die rijker, complexer en daarmee in de verste verte niet zo oppervlakkig is als de quick-fix reclamewereld.

    Ik stoor me aan de visie op kerk-zijn die schuilgaat achter het volgende stuk tekst: “Er zijn vast mensen die een roeping ontvangen om vooral buiten de kerk bezig te zijn. Ik ken er ook verschillende die het vanuit een sterke missionaire gedrevenheid niet langer volhouden in het instituut, tegen allerlei zaken oplopen, en vervolgens voor een andere, postkerkelijke vorm kiezen om zich zo toe te wijden aan de missie van God.” Wat wordt er gecommuniceerd met deze woorden? Dat kerk een afgebakend clubje mensen is, of een afgebakende activiteit. In ieder geval niet de organische, wereldwijde, levensveranderende beweging die volgens mij kerk is of behoort te zijn. Want waarom zou je in het uitleven van je roeping in vredesnaam buiten die beweging tot genezing en zegen van de hele wereld om willen? Postkerkelijk vind ik dan ook een raar woord, vooral als je dat ook nog koppelt aan missie. Een missie zonder kerk? Niet prima, wat mij betreft.

  6. Reactie deel 1:

    Hoewel ik blij ben dat Stefan Paas een bijdrage levert aan het grote gesprek rondom kerk-zijn, heeft dit stuk van zijn hand me naar een heel donkere plek gebracht vandaag. Wellicht zijn meerdere factoren daar de reden van geweest, maar dit verhaal zit vol triggers die me boos maken. Ik gooi ze d’r allemaal maar uit.

    Ik stoor me aan het frame van gemakzucht waar ik me als (tijdelijk) kerkloze christen in geduwd voel. Ik quote Teresa Pasquale Mateus uit een podcast van The Liturgists over Spiritual Trauma: “I’ve heard a lot of faith leaders say: “Oh, people are just leaving ‘cause they don’t care, they just don’t want to do the work of being in a faith community.’ And my response to that is:”Don’t you understand that people have to leave, not because of a lack of yearning for the divine, but because of a deep yearning? If people didn’t care, they would just stay inside those systems and allow them to be whatever they are. And it’s not that they don’t want community either. This idea that people just don’t want to do the work… People I know that had to leave their faith communities are doing more hard work than many people inside of it.” In dit stuk gebeurt dit weer, en het voelt oneerlijk.

    Ik stoor me daarom aan het platstampen van woorden als zoektocht en verlangen, waar een hele wereld achter zit. Een wereld die rijker, complexer en daarmee in de verste verte niet zo oppervlakkig is als de quick-fix reclamewereld.

    Ik stoor me aan de visie op kerk-zijn die schuilgaat achter het volgende stuk tekst: “Er zijn vast mensen die een roeping ontvangen om vooral buiten de kerk bezig te zijn. Ik ken er ook verschillende die het vanuit een sterke missionaire gedrevenheid niet langer volhouden in het instituut, tegen allerlei zaken oplopen, en vervolgens voor een andere, postkerkelijke vorm kiezen om zich zo toe te wijden aan de missie van God.” Wat wordt er gecommuniceerd met deze woorden? Dat kerk een afgebakend clubje mensen is, of een afgebakende activiteit. In ieder geval niet de organische, wereldwijde, levensveranderende beweging die volgens mij kerk is of behoort te zijn. Want waarom zou je in het uitleven van je roeping in vredesnaam buiten die beweging tot genezing en zegen van de hele wereld om willen? Postkerkelijk vind ik dan ook een raar woord, vooral als je dat ook nog koppelt aan missie. Een missie zonder kerk? Niet prima, wat mij betreft.

  7. Beste Elsa,

    Mijn stuk raakt blijkbaar een verkeerde snaar bij je. Om het mild uit te drukken. Zulke dingen gebeuren, en daar ga ik verder niet over. Maar ik heb er wel behoefte aan om een paar dingen te verduidelijken:

    1. Mijn stuk gaat over de kerk iha, niet speciaal over de kerk die jij ervaren hebt, niet over conservatief, gereformeerd, katholiek, of wat dan ook. Gewoon ‘de’ kerk, met een dienst op zondagmorgen en nog wat dingen. Die heb je in alle soorten en maten, soms behoorlijk dysfunctioneel (en zoek dan ajb een andere), maar soms ook best wel aardig.
    2. Wat je in de laatste alinea van je eerste bijdrage zegt, herken ik niet. Ik snap niet hoe je het in mijn stuk leest.
    3. In mijn stuk maak ik bezwaar tegen hemelbestormend jargon, zoals ‘diepgaande zoektocht’, ‘wereldwijde beweging’, ‘organische gemeenschap’ en dergelijke. Niet omdat die woorden op zichzelf verkeerd zijn, maar omdat ze vaak zonder concreet object gebruikt worden om de concrete, aardse, rommelige, zondige gemeenschap die de kerk is weg te zetten. Zoals jij hierboven in feite ook doet. Dan wordt het typische reclametaal: een en al ‘verlangen’ en heerlijke beelden, die vooral de ontevredenheid en zucht naar nieuwe ervaringen voeden. Maar er is geen andere kerk dan die niet al te ideale kerk, dus dat is dan wel een probleem. Doet me een beetje denken aan wat vroeger over PvdA’ers werd gezegd: die houden zo van de mensheid dat ze de pest hebben aan mensen. Nu wil ik daar jou zeker niet van beschuldigen, maar daar zit wel mijn jeuk bij dergelijk jargon: allemaal prachtig, maar als het niet tot uitdrukking komt in soms vrij stramme, lokale, doormodderende gemeenschappen kan ik er niet zoveel mee.

    Nu, ik ga het stuk niet overdoen, dus hier laat ik het bij. Veel goeds gewenst, Stefan Paas

  8. Beste Elsa,

    Mijn stuk raakt blijkbaar een verkeerde snaar bij je. Om het mild uit te drukken. Zulke dingen gebeuren, en daar ga ik verder niet over. Maar ik heb er wel behoefte aan om een paar dingen te verduidelijken:

    1. Mijn stuk gaat over de kerk iha, niet speciaal over de kerk die jij ervaren hebt, niet over conservatief, gereformeerd, katholiek, of wat dan ook. Gewoon ‘de’ kerk, met een dienst op zondagmorgen en nog wat dingen. Die heb je in alle soorten en maten, soms behoorlijk dysfunctioneel (en zoek dan ajb een andere), maar soms ook best wel aardig.
    2. Wat je in de laatste alinea van je eerste bijdrage zegt, herken ik niet. Ik snap niet hoe je het in mijn stuk leest.
    3. In mijn stuk maak ik bezwaar tegen hemelbestormend jargon, zoals ‘diepgaande zoektocht’, ‘wereldwijde beweging’, ‘organische gemeenschap’ en dergelijke. Niet omdat die woorden op zichzelf verkeerd zijn, maar omdat ze vaak zonder concreet object gebruikt worden om de concrete, aardse, rommelige, zondige gemeenschap die de kerk is weg te zetten. Zoals jij hierboven in feite ook doet. Dan wordt het typische reclametaal: een en al ‘verlangen’ en heerlijke beelden, die vooral de ontevredenheid en zucht naar nieuwe ervaringen voeden. Maar er is geen andere kerk dan die niet al te ideale kerk, dus dat is dan wel een probleem. Doet me een beetje denken aan wat vroeger over PvdA’ers werd gezegd: die houden zo van de mensheid dat ze de pest hebben aan mensen. Nu wil ik daar jou zeker niet van beschuldigen, maar daar zit wel mijn jeuk bij dergelijk jargon: allemaal prachtig, maar als het niet tot uitdrukking komt in soms vrij stramme, lokale, doormodderende gemeenschappen kan ik er niet zoveel mee.

    Nu, ik ga het stuk niet overdoen, dus hier laat ik het bij. Veel goeds gewenst, Stefan Paas

  9. Beste Stefan, bedankt voor je reactie. Ja, je stuk raakt een snaar, maar op het moment dat ik het effect daarvan deel en daarmee opensta voor jouw verduidelijking hoeft dat niet per se verkeerd te zijn. ‘Zulke dingen gebeuren, daar ga ik verder niet over’, tja, je hebt wel wat landmijnen/gevoeligheden in je stuk verwerkt, al dan niet bewust. Je bent er in die zin meer bij dan je nu schetst.

    2. mensen plaatsen zichzelf buiten de kerk (of zoeken postkerkelijke vorm, whatever that may be) in het geval van missie/roeping. Dat vind ik krom. Speelt de kerk namelijk geen centrale rol in onze missie/roeping voor de wereld? Of lees ik je woorden dan verkeerd? In dat geval, zou je dat kleine stukje dan wel even willen overdoen?

  10. Stabiliteit en verandering, verbinding en vernieuwing kunnen toch prima
    hand in hand gaan? Waar ik me vooral voor wil inzetten met mijn leeftijd
    🙂 en 20 jaar ervaring in theologie en kerkelijk experimenteren is: hoe kunnen we jonge mensen steunen in de weg die ze gaan? Onze generatie zou niet moeten mopperen, maar de rol van mentor moeten aannemen. Vertaal ervaring en levenswijsheid naar ondersteuning en verbinding en het tot bloei / volwassenheid laten komen van mensenlevens en experimenten.

  11. Beste Elsa,

    M’n stuk was geen ecclesiologie. Met ‘kerk’ bedoelde ik gewoon wat de meeste mensen eronder verstaan: de plaatselijke geloofsgemeenschap, c.q. de congregatie. Met ‘postkerkelijk’ bedoel in dit beperkte verband dus wat zich daar niet direct onder laat verstaan, en wat meer in de lijn ligt van profetische bedieningen, monastiek, societies, e.d. Ecclesiologisch zie ik dat uiteindelijk ook als ‘kerk’, maar dat voert nu wat te ver.

    Waar ‘ik niet over ga’ is het effect van wat ik opschrijf als persoonlijke overwegingen en motivaties. Ik zie dat sommigen (waaronder CIP) mijn stuk framen als een ‘reactie’ op de eedere blog van Remmelt Meijer, maar dat klopt niet. Ik was weken geleden al gevraagd om iets te schrijven over kerkgang en waarom ik dat doe. Op het laatst heb ik daarbij nog verwezen naar die blog, maar dat is bijkomend. Precies dezelfde gedachten kun je namelijk ook vinden in hoofdstuk 6 van mijn ‘Vreemdelingen en priesters’. Als mensen mijn persoonlijke motivaties zien als ‘gemopper’ (Johan hierboven, blijkbaar) of ‘gebrek aan steun voor jongere generatie’ (idem), of als ‘oordeel’ (David Heek) of als een persoonlijke aanval (jij misschien), dan kan mij dat slechts verbazen, maar ik kan er niet veel aan doen. Woorden zijn weerloos. Ik voel me door zulke reacties niet begrepen, dat is duidelijk, maar ook dat is nu niet zo relevant.

    Hopelijk verheldert dit wat.

    Mvg, Stefan

  12. Beste Stefan,

    bedankt voor het schrijven van dit artikel. Sorry om op te schrijven maar vooral bedankt, omdat het de reactie van Elsa tot gevolg heeft gehad. Ik herken veel van wat zij zegt en ik bemerk bij mijzelf bij het artikel gevoelens van boosheid en vervreemding op. ik som de pijnpunten hieronder op. ik wil je niet kwetsen, echt niet. gewoon echt helemaal niet. ik wil je gewoon laten zien wat je geschreven woorden voor gevoelens los maken. dat is in mijn geval helaas niet al te best verlopen en dat ongetwijfeld niet je bedoeling. we kennen elkaar nl. niet eens.

    vervreemding. de keten van de voorouders wordt als argument voor kerkgang ingezet. Het inzetten van je kernrelaties, je voorgeslacht en nageslacht, om je in de kerk te houden/te halen is nogal een misser. Het hebben van ouders of kinderen is in zichzelf geen argument voor of tegen kerkgang.

    dit is eenvoudig te constateren door naar mensen te kijken die alleengaand of kinderloos zijn en al dan niet naar een kerk gaan. Zij breken geen keten, of wel? wat deze manier van redeneren doet is de kerk net zo belangrijk maken als je eigen gezin, die laat je toch ook niet in de steek? emotioneel argument die je voor een verjaardag wel maar voor een kerk niet gebruiken kunt. kerkgang is geen familiereunie houden, toch?

    vervreemding. ‘ dankzij mijn ouders heb ik 2000 jaar traditie in mijn rugzak’ . ik zou liever zeggen 6000+ jaar. En het is niet dankzij je ouders maar dankzij de omgang van God met mensen. Het argument ‘ we doen het al eeuwen zo’ zegt niet veel als reden om vandaag te gaan. Het creert een vals gevoel van meerwaarde. Mensen met een andere traditie dan de christelijke en die komen kerken, zijn blijkbaar niet zo waardevol als iemand, die al zijn generaties terug kan vinden in het doopregister van de kerk? Je merkt dat soms aan de houding van sommige -letterlijk traditionele- kerkgangers die het over ‘hun’ kerk en ‘hun’ familiewortels hebben en daarmee denken een argument te hebben om een verandering tegen te houden. Door zo sterk de traditie te benadrukken, maak je de kerk tot iets van het verleden. Je krijgt dan (seniore) mentoren die jonge mensen in de geheimtaal inwijden van de eigen subcultus.

    vervreemding. planningsargument. het artikel suggereert een valse tegenstelling tussen tijd indelen op ma-zaterdag en op zondag. dit is niet juist. het is nl. nog steeds je eigen keus om de kerkgang in je agenda te houden. je dagindeling op zondag wordt niet door een ander bepaald.sorry hoor, je doet dat echt autonoom en via zelfselectie. niemand komt je ophalen om te gaan, toch?

    vervreemding. motief om naar de kerk te gaan dat het artikel aandraagt is blijkbaar ‘genieten van’ verveling, een tegendraads geluid horen, beseffen dat niet alles maakbaar is enz. Dit wordt geponeerd als tegenstelling met de rest van je leven waarin je vooral je eigen zaken doet en plant en leert en vormgeeft. Ik kan niet ontsnappen aan de conclusie dat je ook naar de kerk gaat om dezelfde (zelfgerichte) reden. namelijk om er zelf van te groeien/beter te worden/te leren (zie ook de foto bij het artikel). je gaat dus om iets te halen/winnen.

    vervreemding en boosheid. in het hele stuk over kerkgang worden alleen sociale, historische, relationele en interne redenen aangevoerd om te gaan of weg te blijven. hebben kerkgangers nog iets met God? aanbidding? gebed? of zeg ik nu iets vreemds?

    boosheid. missionaire insteek wordt als een soort buitenkerkelijke toegestane activiteit neergezet. iets dat uiteraard mag, maar wordt niet gezien als roeping, of kernactiviteit van de kerkgang op zondag. dat is ‘ leren’ geworden. Smalle kerk is dat. Veel van wat Elsa daarover schrijft herken ik.

    vervreemding.

    met veel inzet probeer ik je te begrijpen waarom je doet wat je doet op zondag. ik heb geprobeerd een beter woord te bedenken dan masochisme. Ik denk aan zelfhaat, zelfkastijding, zelfpijniging, extreme ascese. Ik weet het niet. waarom zou iemand in zijn hoofd halen om naar iets toe te gaan dat hij benoemt als vervelend ‘lachlust’ en ‘ irritatie’. de tegenstelling die je eerste alinea heeft met de andere alinea’s is zo groot dat het niet overbrugd kan worden. het laat achter met verwarrende dubbel gevoelens.

  13. Beste Gerton,

    Ik hoop dat je reactie je heeft opgelucht. Mijn stuk was bedoeld om mezelf te verantwoorden. Sommigen kunnen daar wat mee, anderen niet. Ik ga daar nu niet verder meer over in discussie, hoewel de defensiviteit die ik proef in een aantal reacties me aan het mijmeren brengt voor iets wat misschien nog eens een vervolgstukje gaat worden. Hierbij laat ik het.

    Mvg, Stefan Paas

  14. Als afsluiting nog dit: wie achtergrond wil, zou hoofdstuk 6 van mijn ‘Vreemdelingen en priesters’ kunnen lezen. In dit geval misschien vooral blz. 199-202. Maar de rest eigenlijk ook.

    Mvg, Stefan Paas

  15. Bedankt voor je verdere verheldering. Het stof is hier wat neergedaald, en ik zie nu dat mijn tirade wat rauw op je dak kan zijn gekomen. Er zit een wereld aan context achter waar jij ook niet van kunt weten. De heftigheid van mijn reactie heeft deels te maken met een onzekerheid die ik heb. Dat de keuzes die ik nu maak hopelijk de goede zijn, en niet voortkomen uit dingen als gemakzucht, zwelgen in teleurstelling, navelstaren, luchtfietsen. Maar dat het een echte, oprechte zoektocht is die ergens goed voor is en ergens aan mag bijdragen. Dat laatste hoop ik natuurlijk. Ik investeer er ook in, in die zin herken ik mijzelf niet in reclamepraat. Ik laat het hier even bij, maar ik ga je boek nog lezen, want daar heb ik van vriend Jan Peter Kruiger veel goeds over gehoord.

    Groet!
    Elsa

  16. Hoi Gerton, je reactie wacht nog steeds op goedkeuring en is daarom niet zichtbaar, tenzij je op ‘laat reactie zien’ klikt. Heeft wellicht te maken met de lengte van je stuk, was bij mij ook het geval. Daarom heb ik het in 2 delen opgeknipt. Ik heb Lazarus hier al op gewezen, hopelijk kunnen ze dit verbeteren! Bedankt in ieder geval voor je bijdrage aan het gesprek. Ik ben benieuwd naar het eventuele vervolgstuk van Stefan.

  17. Er zijn heel wat zinnige bijkomende redenen om naar de kerk te gaan. Maar strukturele verveling etc kan ook inhoudelijke en gewetensvragen bovenbrengen: geloof ik wel wat er gezegd wordt, waarom is er een kerk en waar gaat ze eigenlijk over, mag ik ook wat van de kerk vragen, kan ik mijn geloof meenemen en ben ik wel eerlijk als ik het thuislaat en in de kerk toeschouwer ben? Het gaat toch ook om de inhoud. Ik snap dat het stuk een andere kant wil belichten maar mis dan toch een inhoudelijke ontboezeming.

  18. Fantastisch stuk!
    Geniaal benaderd en beschreven. Er zijn veel die door dit stuk positief geprikkeld zullen worden. Ik ben daar 1 van. Het ‘to go or not to go Sunday’ fenomeen is voor veel Christenen in deze tijd een ware struggle. Om zoveel meer redenen dan hier genoemd zelfs. Maar uiteindelijk heeft Christus een bedoeling gehad met deze vorm van “Zondagse vorming” en is het altijd makkelijker de weg naar buiten te zoeken en te rechtvaardigen. I’ve been there. Thank you voor dit erg goed verwoord artikel. Het was enorm herkenbaar. ‘Opgaan naar Gods huis’ is niet vaak met ‘gejubel en gejuich’ maar laten we blijven komen in zijn ‘hof met lof’! En bijdragen waar we kunnen met liefde, geduld, vermaning en bemoediging.

  19. Er zijn ook mensen die om allerlei redenen de Kerk uit zijn gestapt. Of die misschien door ziekte er geen kans meer voor zien. Het kan zijn dat je je niet in een Predikant zijn Preken kan vinden. Er wordt teveel met het vingertje gewezen van wat wel en wat niet. Of er is ruzie, meningsverschillen, of roddelpraat. Moet je je daar Zondags dan iedere keer weer opnieuw aan gaan zitten storen ? Ja maar je komt niet voor de mensen ? Het gaat toch ook over de Gemeente ?! En dan heb je ook de Kerkscheuringen. Waar is de liefde in een Kerk, Chatechesatie, JV, Zondagschool ? Iets wat 1 van de eerste vereisten zijn onder en met elkaar ?! Zeker in eigen kringen ? Ja maa je moet de mensen uitnodigen ? Nee het gaat niet (meer) over uitnodigen alleen, het gaat over veel meer. Daarbij moet je denken aan mensen erbij betrekken, liefde onder elkaar, luisteren naar wat een ander te vertellen heeft, interesse tonen, omkijken naar elkaar, etc… Alleen dan is er misschien kans dat de Kerkgang weer toe mag gaan nemen. Daarbij kunnen mensen ook het Geloof op andere manieren beleven dan in een Kerk alleen, en ook daar veel baat bij hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *