‘Lieve kinderen, ik hoop dat jullie bij het ouder worden steeds ruimer worden in die liefde’

Wat is het belangrijkste dat je je kinderen wilt meegeven? Robert wordt geïnspireerd door een kaartje dat hij al jaren in z’n portemonnee heeft dat gaat over de liefde. Hij schrijft erover aan z’n kinderen. 

Lieve kinderen,

Een van jullie liep, toen hij een jaar of twee was met het boekje rond te drentelen waaruit ik hem net had voorgelezen. Hij keek een beetje ondeugend, en voor ik het wist voelde ik een scherpe pijn in mijn gezicht. Het boekje was precies met de punt van de kaft op mijn neus gesmeten.

Ik reageerde vanuit mijn diepste oerinstinct, sprong als een gewond dier op en had je binnen een peuter-giegel in de hoek gezet. De stekende pijn schreeuwde dat ik dit gevaar met een van mijn vuisten moest uitschakelen. Maar toen keek ik in grote, bange ogen, vol spijt en ontreddering. Ik kwam op tijd bij zinnen, en omhelsde het bange, schokkend huilende lijfje.
De liefde denkt geen kwaad, en als je in de ogen van zo’n ‘onschuldig’ peutertje kijkt, dan verdwijnt zelfs je meest heftige verbittering.

Je mag nooit meer op mijn feestje komen

Woede en verbittering kennen we allemaal. Heel vaak komt een van jullie briesend de kamer binnenstormen. Dan is er iets op school gebeurd, of tijdens het spelen met elkaar. Het is gemeen, oneerlijk, en die ander is verschrikkelijk met alleen maar slechte bedoelingen. Tegelijkertijd met de woede komen dan plannen boven om wraak te nemen: ‘Morgen zal ik haar tas eens leeggooien’ of: ‘De volgende keer verf ik je Death Star roze.’ En de meest ernstige verwensing die ik van jullie hoorde:   ‘Jij mag nooit meer op mijn feestje komen.’

Wraak is niet kinderachtig, het hoort ook bij volwassenen. Grote mensen zijn alleen beter in staat om hun haat te camoufleren, en subtiel toe te passen. Mannen en vrouwen die niet meer op elkaars feestjes komen, zonder dat daarover ooit iets gezegd werd. Er worden simpelweg geen uitnodigingen meer gestuurd. En als er toch eentje verschijnt, negeren we die. Vrienden en vriendinnen, broers en zussen die van de ene op de andere dag gebrouilleerd raakten en elkaar nooit meer zien.

Bij grote mensen is het niet anders dan bij kinderen

‘Volwassenen zijn net kinderen, maar door hun levenservaring weten ze hun primaire emoties beter te verbergen’, zei een Amerikaanse jeugdrechtenactivist tegen me. Daar moet ik altijd aan denken als twee van jullie weer witheet tegenover me staan. De een wilde helpen, en de ander zei iets, en daarna struikelde er iemand waardoor er zachtjes een hand tegen een neus ging. ‘Nietus! Je sloeg gewoon echt.’ Het is bijna onmogelijk om uit die kluwen van beschuldigingen een eerlijke conclusie te trekken.
Vooraf was er nooit iemand die ruzie wilde, niemand die de ander kwaad wilde doen, niemand die met het volle bewustzijn iets gemeens deed. De ruzie overkwam jullie. Gewoon twee kinderen bij wie alles net verkeerd liep, die elkaar niet helemaal begrepen, vooral omdat jullie het geduld niet konden opbrengen om een poging te wagen. Bij grote mensen is dat niet anders, alleen doen wij het met gespeelde, ijzige rust, vilein begrip, en onuitgesproken verwensingen.

Gun die ander het voordeel van de twijfel

Het is tragisch dat het kwaad dat we elkaar aandoen meestal voortkomt uit onbedoelde onhandigheid. Als de ander ons moedwillig het leven zuur maakt, dan zou onze woede terecht zijn. Maar is onze gedachte dat de ander het expres deed, of beter moest weten terecht? Liefhebben is een makkie als alles gezellig is. Maar juist als je je beschadigd en gekwetst voelt, is de liefde nodig om het geduld op te kunnen brengen die de ander het voordeel van de twijfel gunt.
Zet je kwade Pavlov-reactie even aan de kant, begin niet te fantaseren over ongepaste wraak, maar geef elkaar eerlijk de kans om het uit te leggen. Of beter: ga er onuitgesproken vanuit dat het onrecht dat je aangedaan werd onbedoeld was. Daarmee is het onrecht niet weg, maar schep je wel een sfeer waarin het (wederzijdse!) onrecht opgelost of uitgesproken kan worden, of desnoods met de mantel van de liefde kan worden bedekt. Woede en verbittering hebben nog nooit tot een goede uitkomst geleid.

Liefde geeft geen ruimte aan een vuistslag vol wraak

Als de pijn door je lijf schiet, is het moeilijk om lief te hebben. Ja, als je in de ogen van een peutertje kijkt, dat toevallig ook nog je eigen kind is, dan is het een makkie. Natuurlijk, hij had het boek niet mogen gooien, hij wist ook dat het niet mocht, dat zag ik aan die ondeugende blik. Dat hij de gevolgen niet kon overzien, was geen excuus. Een kind van 2 kan kwaad veroorzaken bij een grote vent van in de 30. Maar voor een vuistslag vol wraak geeft de liefde geen ruimte.

Ik hoop dat jullie bij het ouder worden steeds ruimer worden in die liefde. Dat jullie ook die moeilijke liefde aan anderen gunnen. Niet alleen tegenover schattige baby’tje en babbelende peutertjes, maar voor iedereen die je kwaad doet. Niet om dat kwaad te bagatelliseren, maar om je eigen woede en verbittering in de kiem te smoren, en ongepaste reacties te voorkomen.
En omdat ik zoveel van jullie hou, hoop ik dat jullie elkaar, en anderen jullie, ook zo zullen behandelen. De liefde handelt niet ongepast, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *