Internet en echt lezen, het kan.

Zo smeedt de monnik een vruchtbaar huwelijk met het internet

Thomas Quartier (44) is benedictijner monnik én actief op internet. Dat gaat samen, maar niet vanzelf. Hij komt met vier oeroude stappen voor een vruchtbaar internetgebruik. 

Op bezoek in een abdij in het buitenland wilde ik ’s avonds een mailtje aan een medebroeder versturen. Ineens viel het internet uit. ‘Een foutje in het netwerk’, dacht ik, ‘die komt zo wel weer terug’. Dat bleek echter niet het geval. De volgende dag hoorde ik dat de broeders ervoor hadden gekozen het internet om negen uur uit te zetten. Dat vond ik gek. Waarom zou je dat doen? Bij nader inzien dacht ik aan menig korte nacht, waarin ik om negen uur begon iets online op te zoeken en – zonder dat ik het merkte – uren verder was. Wanneer je dan in bed valt, kun je soms denken: wat zonde van de avond.

Daar probeerde men hier kennelijk een stokje voor te steken. Onhandig, maar om praktische redenen begrijpelijk. Je moet als monnik tenslotte ook weer vroeg op.

Kunnen we op internet dan niet écht lezen?

Dat was echter niet het hele verhaal. Een monnik vertelde mij dat men door dit internetslot de ontvankelijkheid van de broeders wilden verhogen. Ze wilden meer nadruk leggen op de oude monastieke praktijk van de ‘geestelijke lezing’ (lectio divina).

‘Maar je kunt toch ook op het internet lezen?’, bracht ik voorzichtig in. ‘Niet zoals een monnik geacht wordt dat te doen’, was zijn antwoord. Dit bracht de nodige verwarring in mij teweeg: kunnen we op het internet niet echt lezen? Maar de ontvankelijkheid als reden voor de kink in de kabel sprak mij wel aan. Tegelijk is het internet een belangrijk medium in mijn alledaagse leven, ook als monnik.

Dan maar helemaal geen internet in de cel

Mijn verwarring was niet gek, zo weet ik intussen. Het thema internet is in veel kloosters een heet hangijzer. Sommige strenge abdijen kiezen er zelfs voor dat op de cellen helemaal geen internet is. Anderen, en daar hoort mijn eigen abdij bij, laten de verantwoordelijkheid aan de individuele monnik over. De vraag blijft overal dezelfde: bevordert een beperking met betrekking tot het internet het ‘echte lezen’? Of kan internet niet ook een frisse blik op teksten mogelijk maken waardoor het lezen juist een boost krijgt?

De gemoederen raken hierbij snel verhit. En is dat heel anders dan in een gezin, een vriendenkring, een groep collega’s? Niemand wil het internet kwijt. Ook trouwens geen monnik die ik ken. Het probleem is de mateloosheid, niet het medium. Die grens zal je zelf moeten stellen. Maar ook dan blijft de vraag hoe je het internet gebruikt belangrijker dan wanneer.

Je moet je laten raken door een woord

Vanuit de frustratie over de niet-verzonden mail en mijn gewekte nieuwsgierigheid, ben ik de kloostertraditie ingedoken om te onderzoeken wat geestelijke lezing eigenlijk betekent. Het gaat niet om een nuchtere manier van teksten tot je nemen, maar ook niet om een oppervlakkig scrollen. Je moet je laten raken door een woord, een zinsnede, die helemaal onverwacht bij je binnenkomt.

Dat is de eerste stap (lectio). Die is onvoorspelbaar en verrassend. Wáár dat gebeurt, staat in geen enkel monastiek geschrift beschreven. Wel staat er dat je het woord dat je opgevangen hebt, moet overwegen. Dat is de tweede stap (meditatio). Monniken gebruiken weleens het beeld van een koe hiervoor: herkauwen. Echt opnemen en tot je laten doordringen. Op een gegeven moment moet je de tekst dan ook weer loslaten. Het overwogen woord gaat een eigen – een goddelijk – leven in je innerlijk leiden. Het wordt tot gebed (oratio), dat is de derde stap. Die leidt vanzelf tot de vierde: het Woord wordt werkelijkheid (contemplatio). Een heel proces. Erg zwaar, zo lijkt het, of toch niet?

Hoe een webtekst object van contemplatie werd

Toen ik het model bestudeerde, moest ik meteen aan een ervaring met ‘geestelijke lezing online’ denken. Het woord ‘barmhartigheid’ is, door de website en email-nieuwsbrief van de Britse godsdiensthistorica Karen Armstrong, voor mij opnieuw gaan leven. Het kwam bij mij binnen door haar model van ‘compassie’. Dat had ik toch echt gemist als ik die site niet had bezocht. Ik heb het woord eindeloos herkauwd en neem het vandaag in mijn gebeden mee. Het is deel van mijn contemplatie.

Wat nu? Computer aan of uit? Je zou kunnen zeggen dat ik dan maar vóór negen uur die nieuwsbrief moet lezen. Inderdaad. Maar nog belangrijker lijkt me dat iedereen zich bezint op hoe hij kanalen voor dat soort woorden open houdt. Misschien is het internet daarvoor juist een geschikte weg, doordat ze ons de mogelijkheid biedt een tekst van dichtbij én op afstand te bekijken, in en uit te zoomen, ondersteunt door beeld en geluid?

Agenten tegen de lusteloosheid

Natuurlijk moet je daarin grenzen stellen. Dat wist trouwens ook al monnikenvader Benedictus. Zijn monniken kregen alle tijd om te lezen, en toch ging het vaak mis, ook zonder internet. Daarom liepen er een soort bewakers rond in zijn klooster:

‘Het is van groot belang om een of twee ouderen aan te wijzen, die op de uren waarop de broeders zich wijden aan lectuur rondgaan in het klooster. Ze moeten dan kijken of er niet ergens een broeder ten prooi is aan lusteloosheid en zit te luieren of te kletsen en zich niet concentreert op zijn lectuur, en daarmee niet alleen zichzelf tekortdoet maar ook anderen afleidt.’ (Regel van Benedictus, hfdst. 48).

Duidelijke taal. De vraag is waarop deze twee ‘agenten’ vandaag zouden moeten letten. Ik denk dat ze ons kunnen helpen wakker te blijven en echt ontvankelijk te worden. Of daar dan het internet voor uitgezet moet worden, is een secundaire vraag waar iedere gemeenschap zelf maar uit moet komen. En ik verstuur de mail in een vreemde abdij voortaan maar op tijd.


Thomas Quartier vertelt in deze serie wat het betekent om een benedictijnse monnik te zijn. Meer lezen? Thomas Quartier osb: Liturgische spiritualiteit – benedictijnse impulsen voor klooster, kerk en wereld, € 17,95

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *