READING

Tomás Halík roept christenen op uit hun ‘bub...

Tomás Halík roept christenen op uit hun ‘bubble’ te komen #leestip


In deze zomerweken krijg je elke woensdag een boekentip. Tomás Halík roept christenen in ‘Ik wil dat jij bent’ op zich niet af te sluiten voor de seculiere omgeving, maar die contacten juist liefdevol aan te gaan. Hieronder een leesfragment. 

Wij leven in het modernisme. Het postmodernisme is een vorm van zelfkritiek, maar niet de ontkenning van het modernisme. Er voert geen legitieme weg terug naar het premodernisme. Het postmodernisme kan in haar kritiek op het modernisme ontdekken waar het modernisme met haar fascinatie voor menselijke kennis en prestaties blind voor gebleven is: de diepere dimensie van de werkelijkheid.

De God die in de moderne autonomie geen plaats meer had, kan in het postmodernisme een zeer waardige plaats vinden, niet ergens aan de rand, in de schemering van tot nu niet onderzochte mysteries, in het occultisme en de esoterie, maar in het hart van de werkelijkheid zelf, in haar diepte.

Niet buiten, maar binnen

God is niet ‘buiten’, maar binnen. God is de allerdiepste creatieve kern van het kosmische proces zelf – deze verzoening van de autonomie met het geloof in God (ongetwijfeld geïnspireerd door Teilhard de Chardin) noemt Lenaers het theonomische principe. ‘In het theonome denken bestaat slechts één wereld, de onze. Maar deze wereld is heilig, omdat de wereld een voortdurende zelfopenbaring van dit heilige geheim is, het geheim dat wij aanduiden met het woord ‘God.’

Dit perspectief staat dicht bij mijn opvatting over het postmodernisme en de postseculariteit. Tot een soortgelijke opvatting over de wereld en God ben ik na lang zoeken gekomen, langs een weg beïnvloed door fenomenologie, dieptepsychologie, existentialistische filosofie en theologie van Jung, Tillich, Ricoeur, Teilhard, Lévinas, Nicholas Lash en Jean-Luc Marion. De religie van het premodernisme en het atheïsme van het modernisme kunnen mij geen antwoord geven op de vraag naar het ultieme ‘waarvandaan’.

Diepte of oppervlakte?

Het is niet nodig om een ‘andere wereld’ te construeren of te reconstrueren, maar het is evenmin mogelijk slechts aan de oppervlakte te blijven van de wereld die in het Evangelie van Johannes ‘deze wereld’ genoemd wordt. Het is nodig om naar de diepte te vragen, de diepte in te gaan. Hier is slechts deze wereld – maar hij is hier (voor ons, rondom ons en in ons) ook in zijn diepte, met zijn dubbelzinnigheid en met zijn paradoxen. Wij kunnen deze wereld op veel manieren interpreteren en wij kunnen daarin op verschillende manieren leven: wij kunnen kiezen of wij naar de diepte gaan zoeken of dat wij aan de oppervlakte blijven.

De transcendentie die wij de liefde noemen en waarin wij de diepste mogelijkheid van de mens vervuld zien, leidt niet naar een plaats buiten de werkelijkheid, maar naar haar bron; de bron van wat wij met woorden onderscheiden (God, mens, naaste, wereld), maar wat de liefde verenigt. Het ‘waarvandaan’ is uiterlijk voor datgene wat zich in zichzelf opsluit, maar innerlijk voor wat openblijft. Liefde betekent volgens Teilhard ‘se décentrer’, ophouden om jezelf als middelpunt te stellen, en ik voeg er aan toe: openblijven voor het Midden, voor de kern.

Wij kunnen kiezen of wij naar de diepte gaan zoeken of dat wij aan de oppervlakte blijven

Een banale god

Er zijn twee fatale mijnenvelden die wij moeten proberen te ontwijken: de Scylla van het fundamentalisme en de Charybdis van het atheïsme en vooral het punt waarop deze twee tegenpolen op paradoxale wijze samenkomen, namelijk in een banale god. Dit kan slechts door onophoudelijk te blijven zoeken naar de kern (das Selbst), waarvan wij ons geen definities, voorstellingen of begrippen kunnen vormen en waarnaar wij ons alleen kunnen richten door alles te overwinnen wat ons het gevoel geeft dat we ‘de waarheid in pacht hebben’.

We moeten daarbij oppassen dat deze banale god niet in een nieuwe gestalte terugkeert! Een grote opdracht van de theologie en de pastorale, geestelijke begeleiding bestaat nu hierin: de banale god (die door het fundamentalisme verkondigd en door het atheïsme verworpen wordt) af te wijzen en de levende God van de Bijbel en de mystici te zoeken, de God van de paradoxen, die zich aan Nicolaas van Cusa (Cusanus) toonde als ‘eenheid van tegenstellingen’ en aan Pascal als een vuur, vuur, vuur – de God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van Jezus Christus.

Op kousenvoetjes

Op het hedendaags toneel zijn te veel trompetten en trommels. Aan de ene kant het militante en naïeve ‘nieuwe atheïsme’ van Richard Dawkins en zijn medestanders, aan de andere kant zijn net zo luidruchtige en even naïeve tweelingbroer, het christelijk fundamentalisme en het ‘religieuze rechts’. Laten beide groepen maar hun opgeblazen leuzen roepen en het met elkaar uitvechten. In deze stormen en ruzies is de Heer, die tegen Elia in een zacht briesje sprak, niet aanwezig. Grote waarheden komen, zoals de goede oude Nietzsche leerde, op kousenvoetjes.


Tomas Halik

 

Ik wil dat jij bent | Tomás Halík | Uitgeverij Boekencentrum | € 19,90

Bovenstaand leesfragment is een gedeelte uit hoofdstuk 5.

De komende zomerweken vind je elke woensdag een leestip.