toeval

Job over het grote, bijna onoverbrugbare misverstand tussen gelovigen en niet-gelovigen

Is iets toeval of valt het je toe? Job wordt aan het denken gezet door een uitzending van Zomergasten en ontdekt in het kleine gespreksfragment het verschil tussen religieus en niet-religieus denken.

Het was een terloopse opmerking van psychiater Glenn Helberg in Zomergasten. Het ging over het groene jurkje dat interviewster Janine Abbring droeg. Door dat jurkje was voor Helberg zijn moeder, die stierf toen hij 13 jaar was, die zondagavond ook aanwezig in de tv-studio. Zij hield namelijk erg van groene jurkjes, vertelde hij. ‘Maar dat is toch toeval’, zei Abbring verbaasd. ‘Jij ziet het als toeval’, antwoordde Helberg. ‘Ik zie het als iets dat mij toe-valt.’

Het was een prachtige verwoording van twee botsende levenshoudingen. De analyserende interviewster met de rationele blik, tegenover de relationeel denkende psychiater die het leven als een eenheid beschouwt en gericht is op verbanden. Ik denk dat in dit kleine gespreksfragment het conflict tussen religieus en niet-religieus denken verscholen zit. Het grote, bijna onoverbrugbare misverstand tussen gelovigen en niet-gelovigen. Ook al weet ik niet of Helberg zich als een gelovige beschouwt.

Het toeval behandelen als iets dat ons toe-valt

Ik zal het proberen uit te leggen. Abbring hanteert de wetenschappelijke blik waarin het leven wordt voorgesteld als een verzameling toevalligheden die door objectieve wetmatigheden met elkaar zijn verbonden. Helberg geeft betekenis aan het jurkje van Abbring vanuit het idee dat wat ons als mens overkomt zinvol is, in de letterlijke betekenis van het woord. En ‘toeval’ is iets zonder persoonlijke betekenis, zonder zin. ‘Iets dat je toe-valt’ krijgt een persoonlijke betekenis. Je voorziet het van zin.

We doen het doorlopend, het toeval behandelen als iets dat ons toe-valt. Ook Janine Abbring en andere ongelovigen. Het is, denk ik, de kern van wat ons mensen tot mensen maakt en wat ons onderscheidt van alle andere dieren. We kennen voortdurend betekenis toe aan wat zich aan ons voordoet en wat ons overkomt. Door gebeurtenissen in het verhaal van ons leven onder te brengen, plaatsen we ze in een bezield verband waardoor we verder kunnen.

 Iets dat je toe-valt krijgt een persoonlijke betekenis, je voorziet het van zin

Scheurtjes en barsten in onze verhalen

Zo werkt het menselijk bewustzijn. We bezweren de chaos van het schijnbaar zinloze dat voorvalt en ons overkomt door te ordenen. Door het in een betekenisvol geheel onder te brengen. Maar het verhaal klopt nooit helemaal. Er blijft altijd een verschil bestaan tussen de voorstellingen en de verhalen in ons hoofd, en wat we meemaken. Steeds weer ontstaan er scheurtjes en barsten in onze verhalen, waarin de gebrokenheid van het bestaan zich openbaart.

Er gebeurt iets dat je niet begrijpt, er wordt een aanslag gepleegd, een geliefde gaat dood of wordt ernstig ziek. Een orkaan raast over Sint-Maarten, je maakt ruzie met degene van wie je het meest houdt, er breekt een stuk van een gletsjer af, er wordt onrecht gepleegd. En ook daar probeer je vervolgens weer betekenis aan te geven, hoe moeilijk dat soms ook is.

Een ontmenselijkt verhaal van een kille wereld

Het rationalistische, wetenschappelijke wereldbeeld – ‘alles is toeval, het leven heeft geen zin, slechts natuurwetten drijven ons voort’ – is in zekere zin ook een zinvol verband. Maar het is een ontmenselijkt verhaal van een kille wereld. Waarin liefde gereduceerd is tot stofjes in de hersenen en God een bijproduct is van menselijke evolutie.

De objectieve, wetenschappelijke beschrijving van de wereld suggereert dat de betekenis die wij er aan geven er eigenlijk niet toe doet. Zonder ons draait de aarde immers ook zijn rondjes. Een logisch gevolg van dat denken is een wereld waarin ieder mens uiteindelijk alleen is en zelfs je allernaasten niet meer zijn dan andere eenzamen in een zinloos universum. Echt contact bestaat niet, want ook dat is slechts een chemische illusie die door onze hersenen wordt geconstrueerd.

De objectieve, wetenschappelijke beschrijving van de wereld suggereert dat de betekenis die wij er aan geven er eigenlijk niet toe doet

Waar dat soort denken toe kan leiden, was eerder dit jaar te zien in de tv-serie Waarom zijn we op aarde? Zoals mijn vriendin opmerkte over de atheïstische hardliners die daarin aan het woord kwamen: ‘Die mensen zijn opgehouden met leven. Er valt niet met hun te praten, want ze weten alles al.’ En ze merkte nog iets heel waars op: ‘De tijd staat voor hen stil.’

Het zijn kasplantjes geworden

Toekomst en verleden – die typisch menselijke categorieën waar andere levende wezens door hun beperkte bewustzijnsstructuur geen toegang tot hebben – doen er in het wetenschappelijke verhaal niet toe. Mensen voegen zich willoos in de rationele keten van oorzaak en gevolg. Het zijn kasplantjes geworden. God-zij-dank zijn de grondslagen van het reductionistische, wetenschappelijke wereldbeeld onhoudbaar gebleken, zoals de taalfilosofie en het postmoderne denken hebben aangetoond.

Het grote filosofische probleem van de wetenschap (en ook van de metafysica trouwens) is dat het een zogenaamd vogelperspectief veronderstelt. De mens die een wetenschappelijke theorie (of onwankelbaar godsbeeld) formuleert, moet – wil hij objectieve geldigheid voor zijn theorie of godsbeeld kunnen claimen – zichzelf buiten beschouwing laten. En dat kan natuurlijk niet, want het zijn altijd mensen die een theorie of godsbeeld verwoorden (ja, het is vooral een taalkwestie).

Helaas zijn we zo gehersenspoeld door de wetenschappelijke manier van denken, dat we ons nog te weinig de verstrekkende consequenties hiervan realiseren. We blijven redeneren en betekenis geven vanuit het leidende wetenschappelijke verhaal. Niet alleen ongelovigen, ook orthodoxe literalistische gelovigen doen eraan mee en lopen erin vast.

We zijn gedoemd (en gezegend) om altijd maar betekenis te geven

Maar dat hoeft dus niet, God-zij-dank. De moderne logica – een filosofische en wiskundige discipline die ten onrechte weinig aandacht krijgt – is hopeloos vastgelopen in haar pogingen om een eenduidige, objectieve waarheidstheorie op te stellen. Eenduidige rationaliteit bestaat niet. En taal is nooit transparant en werpt altijd interpretatieproblemen op. We zijn gedoemd (en gezegend) om altijd maar betekenis te geven.

Een alternatief voor het vastgelopen streven naar objectieve eenduidigheid is een relationele benadering van logica en waarheid. Daarin kom je in dialoog met anderen tot waarheid (het verschil tussen ‘waar maken’ en ‘waar zijn’). Wij hoeven onszelf niet te zien als eenzame, biologische robots die ronddwalen in een zielloos, kil universum. 

We mogen deel uitmaken van een groot, bezield verband

Door de barsten in het modernistische wetenschappelijke verhaal is er volop ruimte voor andere, hoopvollere verhalen. Daarin mogen we, net als Glenn Helberg, het leven beschouwen als iets dat ons toe-valt, iets dat ons geschonken wordt, in plaats van als louter toeval. We mogen een verhaal vertellen waarin we deel uitmaken van een groot, bezield verband, en waarin ons eigen ik slechts een klein radertje is. Ik vermoed dat we in zo’n verhaal als mens veel beter tot ons recht komen.

Door de barsten in het modernistische wetenschappelijke verhaal is er volop ruimte voor andere, hoopvollere verhalen

‘God’ is een van de woorden die we hebben voor dat grote relationele, bezielde geheel. Een verband (en verbond) van onbaatzuchtige liefde dat – onbegrijpelijk en majesteitelijk – boven alles uitgaat. Dat in Christus aan ons is geopenbaard, en dat overal waar liefde wordt gedaan aan anderen (door gelovigen of ongelovigen) gestalte krijgt. En waarin we ons geborgen en gekend mogen weten, wat ons ook gebeurt.

God-zij-dank.


Job van Schaik (52) woont in Groningen en werkt op de cultuurredactie van Dagblad van het Noorden. Hij groeide op in de Vergadering van Gelovigen, maar nam op z’n 17e afscheid van God en van het geloof. Sinds een jaar bezoekt hij met zijn vriendin regelmatig de eredienst in de Laarkerk in Zuidlaren (PKN). Voor Lazarus doet hij verslag van zijn zoektocht.

Eén reactie op “Job over het grote, bijna onoverbrugbare misverstand tussen gelovigen en niet-gelovigen”

  1. Verdieping van het Geloof, steeds meer afstand leren nemen van het wereldse. Steeds meer omhoog gaan leren kijken. Je mag dan nog wel in het wereldse zijn, maar dan toch steeds meer gaan leren verlangen naar onze Hemelse Vader. We zijn pelgrims op doorreis, not of this world. Het is nooit overbrugbaar, het is schijn als het er al enigzins op zou gaan lijken. Niet vertrouwd leren raken met het wereldse, dat is wereldgelijkvormigheid en dat kan niet. Daar ligt juist de uitdaging. zo ook onderwerpen als euthanasie, abortus, Zondagsrust, vl, etc… Het CDA en ook de CU moeten pas op de plaats leren maken. het volkslied leren prima, maar dan ook het zesde couplet (als ik het wel heb), Mijn schild en de betrouwe… En waarom kinderen ‘verplicht’ naar een museum sturen ? Daar behoren kinderen altijd de vrijheid in te behouden om dan wel of niet naar een museum te gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *