genade

Genade is een vreemd en exotisch geschenk #leestip

Alles is genade, dat is wel zo’n beetje dè boodschap van de reformatie. Maar wat moeten we met dat vreemde en exotische geschenk?  

Hebben we niet altijd nog dat hardnekkige idee dat we toch ook zelf iets moeten doen? Een goed medicijn hiertegen is het boek De schuldenwinkel is gesloten van Robert Farrar Capon dat onlangs uitkwam. Capon (1925-2013) was bisschop van de Anglicaanse kerk in New York die veel over genade sprak en schreef. Hieronder een leesfragment.

Stevige beeldspraak

Laten we om het onderscheid geloof/werken duidelijk te zien eens een stevige beeldspraak gebruiken.

Stel dat ik in het ziekenhuis lig – bedlegerig, blind en blut – en dat al mijn vrienden me vertellen dat als ik mijn huis niet laat verven, mijn zijgevel gaat rotten. En stel dan dat jij op een dag op bezoek komt en me vertelt dat de schilder die je hebt ingehuurd om de buitenkant van mijn huis te doen net de finishing touch heeft aangebracht. Je nodigt me met andere woorden uit om je op je woord te geloven en me niet langer zorgen te maken over mijn zijgevel.

Telt die geloofsdaad (als ik het opbreng) dan als een werk van mijzelf? Het antwoord is: dat doet het niet. Dat geloof heeft de klus die jij voor me deed niet ontworpen. Het vereiste geen plan mijnerzijds om de klus te klaren: ik kon niet plannen om het zelf te doen, omdat ik bedlegerig en blind was; en ik kon niet plannen om iemand in te huren, omdat ik blut was. En ik voerde niets uit: zelfs als ik alle ‘geloof’ van de wereld had gehad voor je me vertelde dat het huis geschilderd was, zou ik zelf nog steeds niet het vermogen gehad hebben om de klus te klaren.

Dus er is geen enkel deel van het werk van het schilderen dat ik zelf had kunnen volbrengen. En dus is het enige dat er voor mij op zit om te doen: ofwel je niet geloven en me verder beroerd voelen over de staat van mijn huis, of je geloven, me in dankbaarheid ontspannen en genieten van het werk dat jij voor mij gedaan hebt.

Mijn geloof een werk? Nee hoor!

Zie je, deze illustratie gaat naar de kern van het verschil tussen geloof en werken. Overweeg eens een paar  vragen. Is mijn geloof in jou een werk, een reeks van effectieve handelingen die maakten dat jij mijn huis liet schilderen? Nee: de schilderklus was helemaal jouw idee voorafgaand aan mijn geloof, en dat jij het deed vereiste geen enkele medewerking van mijn kant. Is mijn geloof dan iets dat jou ertoe bracht (misschien uit medelijden) om je project te ontwerpen, te plannen en uit te voeren? Weer nee: het kwam zelfs geen moment in me op om je te geloven tot je me vertelde dat je de klus helemaal alleen geklaard had. (Je kan het best uit medelijden of vriendelijkheid gedaan hebben, maar dat was je eigen aandrang, geen reactie waartoe je geleid werd door mijn geloof.)

Is je schilderklus dan misschien een beloning voor mijn geloof? Nogmaals, nee: jouw daad ging vooraf aan mijn geloof; het werk werd volbracht en mij aangereikt, voordat ik er een woord over hoorde dat ik kon geloven. Mijn geloof doet dus niets, behalve me in staat stellen om van jouw geschenk te genieten. Het is geen werk en kan het ook niet zijn.

En bovenal is en kan het niet de voorwaarde voor jouw werk zijn. Jouw werk was gewoon een geschenk, dat me als een appel in de schoot werd geworpen – of beter gezegd als een of ander vreemd, exotisch stuk fruit waar ik nooit aan gedacht zou hebben. Het enige dat ik kan doen is geloven en proeven, of niet geloven en doorgaan me beroerd te voelen.

Een vreemd en exotisch geschenk

Maar ik wil doorgaan op dat idee van het vreemde, exotische fruit – omdat het de afmaker is die dit alles aan het evangelie verbindt.  Mensen praten alsof hun ‘geloof hebben’ of hun ‘genoeg geloof opbrengen’ daadwerkelijk het gebeuren teweeg kan brengen van de dingen die hun problemen zouden oplossen. Laat me je iets uitleggen: het geschenk dat het evangelie ons in de schoot werpt en ons uitnodigt te geloven, is niet een geschenk dat iemand bij zijn volle verstand zou bedenken als oplossing voor een probleem in die eenvoudige, causale betekenis.

Het  is een vreemd en exotisch geschenk dat geen enkel voorhanden probleem oplost; en het is een geschenk dat niemand in de hele wereldgeschiedenis ooit heeft bedacht, of gewenst en waar niemand om heeft gebeden. Wie heeft er bijvoorbeeld ooit een gebed als dit  gebeden: ‘Alstublieft Heer, beloon ons geloof in u door vlees te worden in een Messias die mislukt en dan sterft, opstaat en verdwijnt, en daarna claimt dat hij de hele schepping nieuw gemaakt heeft, terwijl het leven van iedereen nog net zo lelijk, gemeen, bruut en kort is als daarvoor’?

Een bizar reddingsprogramma

Niemand natuurlijk. Als het aan ons lag, zouden we bidden om een heerlijk hiernamaals, of een navenant hiernumaals of om elk ander ding waar we spiritueel of tijdelijk iets aan hadden – maar niet om dit bizarre  reddingsprogramma in onze ellende in plaats van eruit. Het kwam zelfs nooit bij ons op om zoiets te begeren; toch is dat precies het scenario waarin het evangelie ons vraagt te geloven.

En dat niet alleen, maar als we er een verstandige blik op werpen, lijkt het eerder wreed dan goedaardig. De enig mogelijke reactie op zo’n geschenk is dus niet een bundeltje werken van ons die God zo ver krijgen dat hij ons geeft wat wij als een helpende hand beschouwen. Integendeel, het is een absurd besluit om te vertrouwen op een  absurd Mysterie – het Mysterie van een God die vlees is in een verder niet verbeterde wereld – een onzichtbare  kat in een wel heel smerige zak.

Geloof is dus een absurditeit als antwoord op een absurditeit.


schuldenwinkelDe schuldenwinkel is gesloten|Robert Farrar Capon|Uitgeverij Van Wijnen|€ 19,95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *