Wie zeg jij dat ik ben? Je bent een tovenaar, Jezus

Wie is Jezus? Dat wilde de Verlosser zelf ook graag weten en dus vroeg hij zijn volgelingen: Wie ben ik? Priester Anton ten Klooster en theoloog Marco de Vos geven antwoord.

De theologen uit ons panel – Anton en Marco – lezen vandaag Matteüs 16 vers 13 tot 20.

Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is? […] En wie ben ik volgens jullie?

Anton:

Toen ik klein was, dacht ik dat Jezus een soort tovenaar was. Hij veranderde water in wijn, maakte zieken beter en kon over water lopen. Die dingen geloof ik nog steeds, maar ik denk niet meer dat Jezus een tovenaar is. Wat ik nu zie is dat die wonderen iets oproepen. Bewondering: hier is iemand die van God is. Of vragen: wie is hij toch? Het gaat niet langer om wat Jezus kan, maar om wie hij is.

Aan de Jezus van vroeger weet je wat je hebt

Hij stelt zijn leerlingen die vraag: Wie ben ik? Volgens de mensen is Jezus iemand van vroeger – Elia, Jeremia, of een van de andere profeten. Ze kunnen zich kennelijk niet voorstellen dat Jezus gewoon zichzelf is. Grijpen ze daarom terug op de helden van weleer? Als Jezus iemand van vroeger is, weet je in ieder geval wat je van hem kunt verwachten. Maar Petrus doet een stap naar voren en zegt iets anders: jij bent de Christus, de Zoon van de levende God. In het hier en nu is Jezus iemand.

Dat geloof van Petrus maakt het verhaal een stuk spannender. Het betekent dat God nu aan het werk is. En de leerlingen weten niet waar dat heen gaat. Veel van wat volgt, is verwarring: komt hij het koninkrijk Israël herstellen, verjaagt hij de Romeinen? Waarom doet hij niets terug tegen de mensen die hem pijn doen? Waarom redt hij zichzelf niet?

De kinderbijbel nooit ingeruild voor een grotemensen-versie

In mijn werk in de parochie sprak ik regelmatig ouders van dopelingen en jonge mensen die gaan trouwen. Het viel mij op dat ze Jezus vaak als iemand van vroeger zien. Iemand van lang geleden, toen hij hier rondliep, maar ook iemand van vroeger, toen ze nog klein waren. De kinderbijbel is nooit ingeruild voor een grotemensen-versie. In hun voorstelling is Jezus altijd de tovenaar gebleven. En daarom vinden ze het moeilijk om in hem te geloven. Misschien was Jezus een bijzonder mens, maar zou hij ook iets vinden van hoe ik nu leef? Wanneer hij stevig in het verleden is verankerd, is hij weinig relevant voor vandaag.

Daarom probeer ik mezelf regelmatig die vraag te stellen: wie is hij? Wat heb ik geleerd en ervaren in de afgelopen tijd? Wat betekent dat voor mijn ideeën over Jezus? Laat ik hem voldoende toe in de keuzes van vandaag? Voor de kerk, en voor elke gelovige is dat een vraag van levensbelang.

Jezus als imposant figuur, uit het verleden teruggekomen

Marco:

Matteüs tekent een compacte scene. Haast terloops vraagt Jezus wat de mensen eigenlijk van hem vinden. Dat blijkt een interessant rijtje van grote geestelijke leiders – allemaal dode profeten. Jezus wordt gezien als een imposante figuur die uit het verleden is teruggekomen.

Maar dan komt, ook weer  terloops, die andere vraag: Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben? En dan staan we even stil. Want dat is geen vraag die je in het voorbijgaan beantwoordt. Want die vraag maakt verschil. Het is  makkelijk om te vertellen wat andere mensen, binnen of buiten de kerk, zeggen over Jezus, maar zegt je wat je zelf vindt, dan komt het dichtbij, dan word je kwetsbaar.

Een betekenis die in de loop der jaren veranderde

Zeg ik het Petrus na: u bent de Messias, de zoon van de levende God? Jazeker, met die woorden ben ik van jongsaf vertrouwd. Maar wat ze betekenden, is in de loop van de jaren veranderd. Waarin ik probeerde, met vallen en opstaan, de weg van die Jezus te volgen.

Als kind voelde ik, denk ik, vooral het mysterie dat die woorden oproepen: Messias, levende God. Later leerde ik die vraag theologisch te beantwoorden: Jezus die, licht uit licht, God uit God, de weg naar de Vader weer openbreekt, ons herschept. Maar tegelijk gebeurde er iets anders. In al dat vallen en opstaan, leerde ik Jezus kennen als degene die mensenlevens kan helen, die dichtbij is in pijn en verdriet. Dat is een ander leren geweest, een leren door de levensweg te gaan. Die vraag – wie zeg jij dat ik ben – zal ik nu waarschijnlijk met dezelfde woorden beantwoorden als vroeger. Maar ze betekenen iets anders voor me, iets diepers.

De lange weg van Petrus

Overigens geldt dat ook voor Petrus. In de scène die volgt op deze vraag van Jezus, blijkt al dat hij bepaald nog niet beseft wat het betekent dat Jezus de Messias is. Hij heeft nog een lange weg te gaan, waarin hij ontdekt dat Gods weg anders is dan hij verwacht…

Jezus zegt dat hem dat wordt ‘geopenbaard’ door God zelf. Het Griekse woord apokaluptoo betekent zoveel als onthuld, zoals je een standbeeld onthult, een cadeau uitpakt. Kennelijk gebeurt dat niet in één flitsend inzicht. Het gaat maar stapje voor stapje. Met vallen en opstaan.


Anton ten Klooster is priester van het aartsbisdom Utrecht (en promoveert op de zaligsprekingen).

Marco de Vos is docent Oude Testament aan het Baptisten Seminarium en astronoom.

Lees hier de vorige aflevering

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *