belijdenis

‘God laat zich niet vangen, maar wel ontvangen’

Job doet belijdeniscatechese en verslikt zich een beetje in de officiële kerkelijke leer. ‘Met een songtekst van een niet-gelovige kan ik meer.’

‘Heb jij eigenlijk al belijdenis gedaan’, vroeg de dominee me een paar maanden geleden. Ik voelde me een beetje overvallen. ‘Eh… nee. Moet dat dan?’ De dominee legde me uit dat niks moet, maar dat hij in het nieuwe kerkelijk jaar belijdeniscatechese zou gaan geven. Hij was deelnemers aan het werven en dacht dat ik misschien wel interesse zou hebben. ‘En als Judith wil, kan ze ook meedoen. Je steekt er altijd wat van op.’

Ik weet bijna niks van dit soort kerkelijke rituelen en gebruiken

Mijn vriendin is al gedoopt, twee keer zelfs. Als pasgeborene in de Katholieke Kerk en als volwassene in de Pinkstergemeente. Als tiener deed ze ook nog confirmatie. Ze heeft dus al meermaals officieel haar geloof beleden, zo werd me uitgelegd. ‘Als je je als volwassene laat dopen, is dat eigenlijk hetzelfde als belijdenis doen.’ Ik weet bijna niks van dit soort kerkelijke rituelen en gebruiken. Maar ik dacht: als het erbij hoort, dan moet het maar. Judith zag het ook wel zitten en dus zeiden we: ‘Oké, we doen mee.’

In de Vergadering van Gelovigen waar ik opgroeide, was men niet zo van de rituelen. Aan de kinderdoop deed men niet en voordat ik aan de volwassendoop toe was, was ik afgehaakt. Toen ik vertelde dat ik ook nog niet gedoopt ben, wreef de dominee zich genoeglijk in de handen. ‘Als je na afloop van de catechese besluit om belijdenis te gaan doen, dan hoort dat er ook bij.’ Maar, zo stelde hij me gerust, het is geen verplichting. ‘Je kunt ook besluiten om geen belijdenis te doen. Als je er nog niet klaar voor bent.’

Ik zie vooral een geloof waar ik van ben afgehaakt

We hebben inmiddels een paar bijeenkomsten achter de rug en ik moet zeggen: het is niet alleen leerzaam, maar ook confronterend. Ik heb enkele van de officieel erkende belijdenisgeschriften gelezen en dat viel niet mee. Met de korte oudjes kan ik nog wel enigszins uit de voeten: de apostolische geloofsbelijdenis, Nicea-Constantinopel en die van Athanasius. Tenminste, als ik ze zeer vrij mag interpreteren, wat naar ik vrees allerminst de bedoeling is.

Maar de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus? Ik zie vooral het geloof terug waar ik op ben afgehaakt: het uitsluitende, absolutistische zeker weten, dat precies voorschrijft hoe je behoort te geloven en te denken. En die absurde anselmiaanse verzoeningsleer, waarin God het bloed van zijn eigen Zoon (en dus van Zichzelf) eist als vergeving van onze zonden. Aan de Dordtse Leerregels ben ik maar niet meer begonnen…

Gelukkig hoef je die oude geloofsartikelen niet te ondertekenen en uit je hoofd te leren, maar het lezen ervan confronteert je hardhandig met de vraag: Wat geloof ik dan wel? ‘Daar zijn deze bijeenkomsten ook voor bedoeld’, stelde de dominee me gerust toen ik mijn twijfels met hem deelde.

Waar het volgens mij bij God de Vader om gaat

Vervolgens gaf hij ons een opdracht mee voor de volgende bijeenkomst: ‘Zoek een lied uit dat verwoordt hoe jij God de Vader ziet.’ Daar hoefde ik niet lang over na te denken. ‘God loves everyone van Ron Sexsmith’, zei ik meteen. De Canadese singer-songwriter is een van mijn grote muzikale helden en thuisgekomen zette ik meteen het album Cobblestone Runway weer eens op, waar dit liedje op staat.

‘God loves everyone / Like a mother loves her son / No strings at all / Unconditional’, zingt hij. En even later: ‘Its love is like a womb / It’s like the air from room to room / It surrounds us all / The living and the dead / May we never lose the thread / That bounds us all.’ Het beschrijft voor mij redelijk accuraat waar het volgens mij bij God de Vader om gaat (met als bijkomend pluspunt dat de Vader hier genderneutraal wordt bezongen).

Toen ik de tekst in het boekje meelas, dacht ik: ‘Dat is nou een geloofsbelijdenis waar ik dus wél wat mee kan.’ Probleem: Sexsmith is weliswaar protestants opgevoed, hij noemt zichzelf ‘niet-religieus’. Sterker nog, hij schreef het lied uit woede over extremistische christenen, die bij de begrafenis van een Amerikaanse student die door homohaters was vermoord, demonstreerden met teksten als ‘God hates fags‘.

Kan ik mezelf een gelovige noemen als ik de tekst van een ongelovige beter vind dan de officiële kerkelijke leer? Als ik me meer aangesproken voel door een liedje dan door de officiële belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk Nederland? En we hebben ons net in laten schrijven als lid!

Gelukkig sluiten de zondagse preken in de Laarkerk in Zuidlaren meer aan bij de geest die God loves everyone bezielt, dan bij het strenge calvinisme van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

God laat zich niet vangen, wel ontvangen

Maar de vragen blijven. Wat is nou eigenlijk mijn beeld van God de Vader, afgezien van die toch wat vage teksten over liefde van Ron Sexsmith? Of is het niet meer dan dat? Judith zegt altijd: ‘God is natuur. Hij is in alles om ons heen.’ Zij denkt heel praktisch en concreet, maar als ik het in filosofische termen zou moeten vertalen, zou ik zeggen dat zij neigt naar een soort panentheïsme. Met een grote rol voor het gebed, dat wel.

Ik neig daar ook steeds meer naar. De godservaringen die ik me herinner gaan ook in die richting. Ik heb ze het vaakst op de racefiets als ik me verbonden voel met alles. Ooit, toen ik mezelf nog niet gelovig noemde, omschreef ik God de Vader na een fietstochtje als ‘een geheel dat zich aan de logica onttrekt en alles overstijgt’ en ‘een eeuwige, alomvattende hand die alles vasthoudt en één maakt, maar tegelijk alles door de vingers laat glippen in oneindige verscheidenheid en complete vrijheid.’

Vaag, ik weet het. Het is zoals de dominee zondag zei: ‘God laat zich niet vangen, maar wel ontvangen.’ God is een gevoelde aanwezigheid van iets dat groter is dan wijzelf en alles om ons heen. Een aanwezigheid die soms onbenoembaar is, maar soms ook heel concreet. In een omhelzing door een geliefde, in de aanblik van een herfstbos, in het gelaat van de ander, in de onbaatzuchtige liefde tussen mensen, of in een oude autoband.

Zoals Ron Sexsmith zingt: ‘It’s written in the face of everyone / God takes everyone / God loves everyone.’


Job van Schaik (52) woont in Groningen en werkt op de cultuurredactie van Dagblad van het Noorden. Hij groeide op in de Vergadering van Gelovigen, maar nam op z’n 17e afscheid van God en van het geloof. Sinds een jaar bezoekt hij met zijn vriendin regelmatig de eredienst in de Laarkerk in Zuidlaren (PKN). Voor Lazarus doet hij verslag van zijn zoektocht.

Eén reactie op “‘God laat zich niet vangen, maar wel ontvangen’”

  1. God laat zich inderdaad niet vangen. En Hij verbiedt ook, dat wij een beeld van Hem maken, dat niet overeenkomstig de openbaring in Jezus Christus is.
    Hij is het beeld van de onzichtbare God en daarom is het belangrijk om goed na te gaan wat de apostelen in zijn opdracht hebben doorgeven. Het is niemand geoorloofd om het Evangelie tegen te spreken, ook niet als je dat tegenspreken met een mooi woord ‘anders interpreteren’ noemt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *