John Caputo

John D. Caputo: ‘Hopen kun je alleen als de dingen écht hopeloos zijn’

Het gedachtegoed van John Caputo samenvatten valt nog niet mee, ontdekt Daan. De Amerikaanse filosoof pelt laagje voor laagje af en concludeert uiteindelijk dat religie gaat over ‘durven leven zonder waarom’.

Een religie zonder religie.
Een hopeloze hoop.
De onmogelijke mogelijkheid.
Een God die niet bestaat (exists), maar die aandringt (insists).

Dergelijke vreemde paradoxen zijn kenmerkend voor een gemiddelde lezing door de soms onnavolgbare John Caputo (door zijn vrienden Jack genoemd). Caputo is een academicus van de bovenste plank en is gepokt en gemazeld in de Franse filosofie en in het bijzonder in het werk van de nog onnavolgbaardere Jacques Derrida. Hij weet waar hij over spreekt, maar zodra ik hem probeer samen te vatten, klinkt hij waarschijnlijk als iemand die iets te diep in het glaasje gekeken heeft.

Niemand weet dat ik hier ben

Maar het was niet het glaasje, maar de ruimte, waar hij (iets te) diep in keek. Als klein jongetje staarde hij naar de sterrenhemel en overviel hem de gedachte: ‘Niemand weet dat ik hier ben.’ Was er ergens iets of iemand, een God, een kracht? Of was deze eindeloze donkere massa alles wat er was? Deze gedachte hield hij destijds in zijn conservatieve katholieke omgeving voor zichzelf, als een goed bewaard geheim tussen hem en de sterren. Maar de vraag bleef spoken in zijn leven en bracht hem op het pad van de filosofie.

In zijn – onlangs in het Nederlands vertaalde – boek Hopeloos hoopvol – belijdenissen van een postmoderne pelgrim maken we kennis met John Caputo: als Jackie, de kleine jongen die vol verwondering zich bleef afvragen waarom er in hemelsnaam iets in plaats van niets is; als de vroom religieuze broeder Paulus, die zijn antwoord zocht in religie; en als de academische professor ‘John D.’

Caputo schrijft speels over het immer voortgaande gesprek tussen deze drie en het feit dat de kleine Jackie nog steeds niet snapt dat de oude John soms wat meer slaap nodig heeft. En bovenal worden al deze drie stemmen gehoord en hebben ze iets bij te dragen. Geen van de drie krijgt gelijk.

God is de naam van een appèl dat op ons wordt gedaan

Tijdens de boekpresentatie op de VU ontmoeten we in de eerste plaats de academicus John D. Caputo. Of God bestaat? Dat weten we nog niet volgens Caputo: misschien blijkt er uiteindelijk een God te zijn geweest. Of: God is dit misschien. God is dit wat, dat wij nooit kunnen vatten, maar altijd en overal ons vat en in ons leeft, beweegt en is. God is niet de naam van een superwezen, de grond van het zijn of het zijn zelf.

De enige correct theologische reactie op al deze goden is atheïsme, volgens Caputo. God is de naam van een roeping, een appèl dat op ons gedaan wordt. Als je wilt bewijzen dat deze roeping bestaat, kun je er alleen aan beantwoorden. Misschien blijkt God dan ooit bestaan te hebben.

Ik raak wat verontrust bij het horen van Caputo. Volgens hem ontsnappen we niet aan het voldongen feit dat het universum ooit ophoudt met bestaan. Alles gaat een keer naar de haaien. God is dan niet alleen dood, maar er is dan ook niemand meer om dat nieuws te verkondigen. Lekker dan. Maar nihilist wil Caputo niet zijn.

Hopen kan volgens Caputo alleen gebeuren als de dingen écht hopeloos zijn. Anders is hoop niet zo interessant. De realiteit is een gegeven, dus daadwerkelijk een gave (denk aan het Duits voor ‘er is’: ‘es gibt’). Deze werkelijkheid roept eerder op om te danken dan te denken. Hij vergelijkt het met de roos: de bloeit niet om een bepaalde reden, maar bloeit simpelweg om te bloeien. Hier gaat religie volgens Caputo over: durven te leven zonder ‘waarom.’

Durf te hopen – op wie?

Ik vind het werk van Caputo nogal een uitdaging: kan ik dat echt, leven met het idee dat er misschien geen uiteindelijk doel is? Dat God de roeping tot een vorm van leven is, in plaats van de garantie dat alles uiteindelijk in eeuwigheid aan gene zijde opgelost wordt? Ik weet het niet.

Dichter Joost Baars – die het nawoord schreef voor Hopeloos hoopvol – deelde met ons hoe het werk van Caputo voor hem persoonlijk van enorme betekenis is. Hij was verdiept in een essay van Caputo, toen zijn vrouw een hartaanval kreeg. In de zenuwslopende dagen die volgden, kwam hij niet meer aan lezen toe. Toen zijn vrouw in het ziekenhuis lag, pakte hij het essay er op een goed moment weer bij. De eerste zin waar zijn ogen op vielen, luidde: ‘Durf te hopen.’ Dit zou voor sommige mensen een teken van God zijn geweest. Maar niet voor hem, want hij geloofde niet in God, dus hij geloofde ook niet dat die hem een teken zou geven. Hij vond het vooral grappig.

Baars vergat – misschien door de gespannenheid die hem vergezelde toen hij in levende lijve Caputo onmoette – ons te vertellen dat zijn vrouw het uiteindelijk overleefde. Waardoor wij pas met hem mee konden lachen toen we dit hoorden. Een zucht van opluchting ging door de ruimte. En dankbaarheid. Aan God? Misschien. Dat moet blijken.


John CaputoHopeloos hoopvol | belijdenissen van een postmoderne pelgrim | John D. Caputo |Uitgeverij Skandalon | € 22,50

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *