liegen

Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat doe je als je kind liegt?

Is het fantaseren, jokkebrokken of keihard liegen? Dat verschil is bij (jonge) kinderen niet altijd even duidelijk. Jantine geeft advies.

‘Wie heeft er op mama’s spiegel getekend met stift?’
‘Ik weet niet, misschien heeft Batman het gedaan?’

Voor ouders met kinderen in de leeftijd van twee of drie jaar klinkt bovenstaand gesprekje vast bekend. Want kinderen in deze leeftijd hebben een grote fantasie en zullen dat graag met jou willen delen. Maar wanneer is er geen sprake meer van een onschuldig fantasietje, maar van keihard liegen? En hoe kun je dit verschil aan kinderen duidelijk maken? 

Waarom liegen kinderen?

First things first: alle kinderen liegen op een gegeven moment. Waar het bij jonge kinderen vooral gaat om het vertellen van fantasierijke verhalen, komt er een moment dat ze leren dat ze bewust iets kunnen vertellen wat niet is gebeurd, of niet waar is. De overgang van onschuldige fantasie naar bewust jokken ontwikkelt zich gelijk met het geweten. De gewetensontwikkeling begint rond de drie jaar. Voor deze periode zullen kinderen die fantaseren vaak een wens uitspreken wanneer ze liegen, maar denken ze hier verder niet bij na.

Tussen de vier en zes jaar hebben kinderen nog moeite met het begrijpen van realiteit tegenover fantasie, maar weten ze soms ook wel wanneer ze een fantasieverhaal ophangen. Dit maken ze dan vaak duidelijk door mimiek. Vanaf zo’n zes of zeven jaar moeten kinderen het onderscheid kunnen maken tussen fantasie en werkelijkheid. Dit is op school ook van belang.

Interessant is vooral de vraag waaróm kinderen liegen. Doen ze dit om te kijken of jij goed hebt opgelet? Omdat ze bang zijn voor jouw reactie? Of omdat ze graag aandacht willen krijgen? Het is goed om dit in elke situatie te achterhalen, zodat je sneller tot een oplossing komt.

Wat staat er in de Bijbel over eerlijkheid?

Ik noemde in mijn eerdere blog al dat eerlijkheid als een belangrijke deugd wordt gezien. Hoewel in de bijbel het woord ‘eerlijkheid’ zelf niet zo vaak komt,  staat het woord ‘eerlijk’ zo’n veertig keer in de NBV. Daarnaast zijn de woorden die een nuance van eerlijkheid weergeven, namelijk ‘betrouwbaarheid’ en ‘oprecht zijn’ regelmatig te vinden. Kijken we naar de Bijbel in Gewone taal waar minder synoniemen gebruikt worden, dan komt het woord ‘eerlijkheid’ veel vaker voor.

Zo staat bijvoorbeeld in Jesaja 32:17

En als er weer eerlijkheid en recht is, zal er vrede komen. Overal in het land zal het rustig zijn, en de mensen zullen zich weer veilig voelen.

Eerlijkheid wordt dus gezien als iets wat een voorwaarde is voor een vreedzame samenleving. Een plek waar mensen zich veilig kunnen voelen. Er is één bijbelboek dat vaker op eerlijkheid ingaat: het boek Spreuken. In diverse hoofdstukken laat de schrijver iets zien van hoe men in de tijd van het Oude Testament over leugens en bedrog dacht. Zo staat er bijvoorbeeld:  

Het is vreemd als dwaze mensen mooie woorden spreken, maar het is nog vreemder als goede mensen liegen. (Spreuken 17:7)

Onbetrouwbare mensen vinden geen geluk. Mensen die liegen, komen in moeilijkheden. Dwaze ​kinderen​ doen hun ouders verdriet. Ze geven hun ouders geen vreugde. (Spreuken 17:20-21)

Interessant is dat dit laatste vers uit Spreuken 17 terugslaat op die daarvoor: over mensen die liegen. Blijkbaar probeerde men destijds kinderen ook al bij te brengen dat ze niet mogen liegen.

Omgaan met liegen, hoe doe je dat?

Die Spreuken zijn dus duidelijk, maar terug naar de praktijk. Wat doe je nou als je merkt dat je kind liegt? Het belangrijkste is om (jonge) kinderen een eerlijke kans te geven de waarheid te vertellen. Dit betekent dat je niet vraagt waarom ze iets hebben gedaan, maar dat je bijvoorbeeld zegt: ‘Hé, ik zie dat de vaas van oma stuk is, en ik zag jou net heel hard door de kamer rennen. Is er toen iets gebeurd?’

Daarnaast is het goed om jonge kinderen te belonen voor hun eerlijkheid. Want als je teveel focust op de negatieve zaken (het vertellen van een leugen), dan zul je de goede dingen over het hoofd zien. Hierdoor creëer je over het algemeen een negatieve spiraal. Hoe ouder kinderen worden, hoe harder je overigens wel mag worden in het aangeven dat liegen niet mag. Maar positieve bemoediging werkt nog altijd het beste.

Het allerbelangrijkste: geef het goede voorbeeld

Ik heb weleens de vraag gekregen hoe je als ouders kunt voorkomen dat je kind gaat liegen. Het eenvoudige antwoord is: dat kan niet. Vrijwel alle kinderen zullen op enig moment een leugentje vertellen. Wel kun je uitleggen wat het betekent als je vertrouwen geschaad wordt. Dat het vervelend is als andere kinderen jou niet meer kunnen geloven, of jij andere kinderen niet meer kan geloven. Omdat je niet zeker weet of dat wat verteld wordt wel waar is. 

Leer je kinderen daarbij om naar hun eigen geweten te luisteren. Dit is vooral bij oudere kinderen (vanaf een jaar of acht) mogelijk. Ze weten vaak wel wat goed is en fout. Leer ze daarom ook dat een eventuele leugen consequenties kan hebben. Tot slot: het is natuurlijk het allerbelangrijkste om zelf het goede voorbeeld te geven! En wees eens eerlijk: hoe vaak vertel jij jouw kind een leugentje (om bestwil)?

Wie een eerlijk antwoord geeft, is als iemand die een kus op je lippen drukt. Spreuken 24:26


Jantine Huisman is godsdienstwetenschapper, pedagoog en kerkelijk werker Jeugd en Jonge gezinnen. Ze vraagt zich af hoe je geloofsopvoeding aanpakt en combineert in haar zoektocht haar praktijkervaring met de theorie uit de boeken. 

Eén reactie op “Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat doe je als je kind liegt?”

  1. Het zijn niet alleen ‘kinderen’ die wel eens liegen, maar het zijn ook zeker ‘volwassenen’ die er (behoren we allemaal naar onszelf te kijken) een houtje van kunnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *