ff bezig!

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Ik ben ff bezig! – PopUpGedachte Dinsdag 7 november

Dat grom ik graag en gauw als mijn gedachtenspinsels worden verstoord door iemand die mijn aandacht wil. Kantoorgenoten, vrouw, kinderen, een willekeurig telefoontje. Nu even niet! Ik ben ff bezig! Vooral naar de kinderen is dat nogal onaardig, maar het komt diep weg. Dat is geen excuus, eerder een verwonderde constatering. Die grauw, die overtuiging dat wat ik aan het doen ben absoluut de voorrang heeft boven dat wat die ander gaat zeggen. Dat is nogal zelfingenomen toch? Aan de andere kant: als je dat ene idee bijna op papier hebt, moet je even in die flow blijven. Denk je. Of dat denk ik, eigenlijk.

Vandaag besef ik mijn verbetenheid

Zo kom ik nu al anderhalf jaar ideëen tegen in de teksten ’s ochtends. Soms vanzelf, soms lachend, soms met hangen en wurgen en de laatste tijd weer een tikje verbeten. Vanuit discipline, wil en de overtuiging dat als je ergens voor gekozen hebt, je het niet zomaar weer los moet laten. Vandaag besef ik mijn verbetenheid en dat ik hier al vaker ben geweest. Dat ik vaker heb geconcludeerd dat als ik de dingen een tandje rustiger doe, ontspannen, de lol ervan inzie – het is namelijk echt fijn, dit vroege uurtje voor mezelf – dan doe ik er precies net zo lang over. Verbeten, snel, gefocust levert geen tijdwinst op ten opzichte van ontspannen, open voor wat er om me heen gebeurt en plezier.

David schrijft vanochtend: ‘Heer dat mijn hart niet trots is, niet hoogmoedig mijn blik, ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden. Ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder.’

Hoe mooi is dat. Ik heb mijn ziel tot rust gebracht als een kind op de arm van zijn moeder. Dat innerlijke wezentje dat zo jachtig de wereld kan aanzien, dat gestrest kan worden, omdat het niet duidelijk is of het allemaal wel gaat lukken, of anderen hem of haar wel leuk vinden of er een mooie toekomst is of dat het er vandaag wel of niet mag zijn. Die ziel, die onrustige, heb ik tot rust gebracht als een kind op de arm van zijn moeder. Bam. Midden in de roos van mijn verlangen.

‘Niet trots, niet hoogmoedig, niet wat te groot is en te hoog gegrepen.’ Ik las hier altijd dat je een tandje minder moest doen, rustig aan. Bescheiden worden. Niet meer willen. Maar het kan ook anders. Met wat ik doe, ben ik niet trots of hoogmoedig. Het is niet te groot of te hoog gegrepen, ga maar gewoon doen. Rustig aan, geloof er in, hou vol. Niet een tandje minder per se – wat natuurlijk ook prima is – maar hoe de dingen te doen. Met die rust, dat er niet zoveel van afhangt en dat je dit aan het doen bent, omdat het voor jou bedoeld is.

Die levenshouding zorgt voor zoveel meer plezier in de dingen die ik toch al doe. En verbeten en gefocust handelen levert lang niet altijd meer kwaliteit op dan ontspannen, open en God-zegene-de-greep-achtig handelen. En als bijkomend voordeel: je staat open voor onverwachte gebeurtenissen. Uitnodigingen die je niet had willen afslaan als je de rust had om te begrijpen wat het betekende. Een eenzame vrouw die op sterven ligt, waar je eigenlijk niet heen wilt, want er is nog zoveel te doen – tot het besef volgt dat er natuurlijk niets belangrijkers te doen is dan er voor haar zijn. En stralend komt mijn vrouw van haar terug. De betekenis van dat soort momenten is niet te overschatten – niet trots, niet hoogmoedig, niet te groot en te hoog gegrepen. Maar stil en tot rust.

Een gezonde FOMO

Zo vertelt Jezus over de komst van de Nieuwe Wereld. Het komt als een uitnodiging, terwijl we bezig zijn. En de eerste neiging van de eerste genodigden is zich verontschuldigen. ‘De eerste liet hem zeggen,’ vertelt Jezus, ‘ik heb een akker gekocht en moet die nodig gaan bekijken. De tweede zei: ‘ik heb vijf span ossen gekocht en moet ze gaan proberen.’ De derde was pas getrouwd. De stelling in de tekst die volgt is dat het feestje dan alsnog doorgaat, maar dat de eerste genodigden het niet gaan meemaken. De Rabbi mikt op FOMO, een gezonde FOMO, Fear of Missing Out.

Aan de tafel van de Nieuwe Wereld zitten de mensen die toch niets te doen hadden. Die niet mee konden komen in de vaart der dingen en sowieso geen hoge gedachten van zichzelf koesterden. Gebrekkigen, blinden en kreupelen. Zij zagen de uitnodiging en gingen erop in. Zij maakten tijd, want die hadden ze.

De nieuwe wereld komt als een uitnodiging en als mijn ziel tot rust is, dan zal ik het opmerken en op waarde schatten. Niet trots, niet hoogmoedig, de dingen doen die er liggen te doen omdat ze ervoor mij liggen – me laten afleiden, leren verdwalen, even. En de uitnodiging aannemen als die komt. In welke vorm dan ook. Uiteindelijk weet je het zelf als je even de tijd neemt om het in te laten zinken. En ik weet ook zelf dat drammen op werk en wat er zo nodig moet gebeuren, niet hoeft. Het helpt niet. En je mist uitnodigingen die langskomen. At ease, my friends, at ease. En hoe dan? Allereerst door het verlangen naar die rust toe te laten. Volgens mij ben je dan al een heel eind op weg.

Goeds!

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *