Gewoon maar doen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Gewoon maar doen – PopUpGedachte dindsag 14 november

‘Sommigen zeggen tegen me dat liefdadigheid afdoet aan de verantwoordelijkheid van de regering ten opzichte van de behoeftigen en armen’, zo zegt Moeder Theresa in haar boek De weg van eenvoud. ‘Maar daar houd ik me niet mee bezig, want regeringen schenken meestal geen liefde. Ik doe gewoon wat ik kan, de rest gaat me niet aan.’

Liefde is onbetaalbaar

Ik doe gewoon wat ik kan. En wat ik kan dat kan geen regering of verzorgingsstaat overnemen, want ik geef mijn liefde, zegt ze. En dat is niet in een systeem te vangen. Hoe waar is dat? Dat hebben we wel ontdekt de afgelopen decennia. Het was een mooie beweging van de overheid om de zorgtaak die de kerk droeg, over te nemen en daarmee de zorg beschikbaar te maken voor iedereen – niet enkel voor kerkmensen. Een stukje koninkrijk, zou je zeggen. In de zin dat wat de kerk al deed, gemeengoed werd. Heel klein beetje hemel op aarde. Heel klein beetje, maar en ook niet vol te houden, bleek.

Er zijn er die beweren dat het zo lang vol te houden was door de gasgelden uit Groningen. Terwijl dat geld besteed had moeten worden aan plannen voor ondergronds Groningen, zodat het niet de wankele gatenkaas zou zijn die het nu is. En voor een energietransitie voor nieuwe tijden. Punt van dit alles: liefde is onbetaalbaar. En valt niet te organiseren. Wat jij en ik doen voor elkaar is niet over te nemen. Het is uit te breiden, het moet ondersteund en aangevuld door professionals die wel weten wat ze doen. Maar de noodzaak van onderlinge liefdevolle zorg is anno 2017 net zo intens noodzakelijk als in de late Middeleeuwen. Niet alleen voor de ander, ook voor jezelf. Om mens te worden.

Gewoon maar doen, maakt ons mensen

Hannah Verboom citeerde onlangs nog Martin Luther King in een interview ter ondersteuning van haar bewering dat je door te zorgen voor een ander je ook voor jezelf zorgt. Ze zegt zelf: ‘Er zit een helende werking in iets doen voor een ander. Toen ik tien jaar geleden een burn-out had, ben ik vrijwilligerswerk gaan doen. Dat hielp.’ Ze citeert: ‘We are caught in an inescapable network of mutuality, tied in an single garment of destiny. Whatever affects one directly, affects all indirect.’ Dat weten. En besluiten te zorgen. En te delen. Gewoon maar doen, maakt ons mensen. Vandaag beschrijft Jezus dat op een manier die nogal tegen de haren instrijkt – mij in elk geval:

‘Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: ‘Ga maar meteen aan tafel’? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: ‘Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken’? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: ‘Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.’

Het zegt iets over de mores en de baas-knecht-verhouding van die tijd. Maar punt is: die onderlinge zorg die we doen, geven om de ander, liefhebben, de eerlijkheid, die hoort bij een leven onder een open hemel, naar jezelf, naar de ander. Dat is geen waanzinnige prestatie. Geen bizar extra boven op het gewone leven. Het is wat we doen. Het hoort bij ons als je neus snuiten en koffie drinken.

We hebben enkel onze plicht gedaan

‘Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER’ schrijft de psalmendichter vanochtend. Dat hele leven dat eenvoudig in dienst staat. Niet slaafs in dienst van de ander, kruiperig en zelfverloochenend per se. Maar zelfbewust van het werk dat ons te doen staat. De taak die bij ons hoort in het inescapable network of mutuality.

De chef bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? Het was zijn opdracht, misschien dank voor de vorm zoals we dat doen in Nederland, maar niet de verwonderde verbaasde dankbaarheid die hoort bij bijzondere uitingen van vriendelijkheid en liefde. Het zijn geen bijzondere uitingen, ze horen bij ons. Zoals een Amsterdammer van Het Jaar het een beetje ongemakkelijk kan vinden dat hij die onderscheiding krijgt vanwege het uit het water redden van een man of vrouw. Moet dat onderscheiden worden? Het moet toch niet bijzonder worden?

Laat al die anderen die erom heen stonden beseffen dat wat zij deden abnormaal was. Die houding, we hebben enkel onze plicht gedaan. Maakt het wat lichter en onderdeel van een levensstijl. Opdat wat gewoon zou moeten zijn niet uitzonderlijk wordt. Dat kunnen we ons niet veroorloven. Daarvoor is er teveel van nodig.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *