Komen ze aan jullie, dan komen ze aan mij

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Komen ze aan jullie, komen ze aan mij

We proberen het goed te doen in het leven. Aardig te zijn, want dat hoort. Te zorgen voor mensen in nood als het zo uitkomt. Ons druk te maken om zaken die ertoe doen en ons niet al teveel bezig te houden met ijdelheden, ons ego of imago, geld en zo. Vinden we best oké van onszelf. En niet altijd makkelijk. Vinden ook dat we niet teveel van onszelf kunnen vragen. Maar het mag best een beetje pijn doen.

Dat laatste kondigt christelijk denken nogal aan: het goede levert een hoop shit op. En de vraag is: hoe hou je het vol? Of eigenlijk: hoe vind je de motivatie om te doen wat het goede is als het niet in je voordeel is, je geen eer oplevert, je er niet lekker bij voelt. Wat dan?

Als een theatraal drama

We lezen een omstreden fragment. Achter de werkelijkheid stuurt de gebutste en gedeukte en zeer levende Jezus van Nazareth de wereld op zijn manier naar een nieuwe tijd, dat is de christelijke gedachte. En hij gaat over je toekomst, als mens. Ik weet het, totale abstractie zo op een willekeurige donderdagochtend, maar zie het als een theatraal drama. Mensen in de zaal, licht gaat uit, gordijnen gaan open en wat zien we:

‘Wan­neer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op zijn troon van glorie. Alle volken zullen voor Hem bijeenge­bracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken. De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand, maar de bokken aan zijn linker. Dan zal de Koning tot die aan zijn rechter­hand zeggen: Komt, gezegenden van mijn Vader, en ont­vangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld. Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoor­den en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreem­deling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken? De Koning zal hun ten antwoord geven: Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.

En tot die aan zijn linker­hand zal Hij dan zeggen: Gaat weg van Mij, vervloek­ten, in het eeuwig vuur dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen, naakt en gij hebt Mij niet gekleed; Ik was ziek en in de gevange­nis en gij zijt Mij niet komen bezoeken.

Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevange­nis, en hebben wij niet voor U gezorgd? Daarop zal Hij hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaar­digen naar het eeuwige leven.’ Doek! Zaallicht aan, voorstelling afgelopen, naar de bar.

Dat stuk dus. Valt niet in te knippen, moet gewoon helemaal even voorgelezen. En voor iedereen met een verleden in een hemel- of helkerk of met weerzin tegen al dat gehannes in kerken met hel-en-verdoemenis-prekende dominees, is het geen makkelijk stukje. Eeuwige straf, eeuwig leven. Man man. Ik word er niet blij van.

De sukkeligste van jullie allemaal

Toch, de nieuwsgierigheid van mij heeft altijd hierin gezeten (los van dat straf en shit): Wie zijn die ‘geringsten mijner broeders’? Een rappe lezing zou zeggen: wees lief voor daklozen, gevangenen, etc. Want die zijn allemaal op de één of andere manier Christus zelf. Prima oproep, vooral doen. Maar dat staat er niet per se. De ‘geringsten van zijn broeders’ zaten blijkbaar in de bak, hadden geen kleren meer om aan te trekken, hadden honger, dorst, ziek, alles. En aan wie vertelt hij dit verhaal? Niet aan jou of mij, maar aan zijn directe leerlingen.

Dit is mijns inziens de insteek: beste leerlingen, ik zal het zielenheil van elk mens ter wereld af laten hangen van de mate waarin ze voor de sukkeligste van jullie allemaal gezorgd hebben. Al ben je echt de leerling van mij die de kantjes er van afloopt, die nauwelijks een stap buiten zijn eigen comfortzone heeft gezet, je brengt mijn verhaal in de wereld en dat kan je leven behoorlijk klote maken. Maar luister, als iemand jou ook maar een kop water geeft, is het alsof ze dat direct aan mij geven. Komen ze aan jullie, komen ze aan mij.

Mensen die wel wat bescherming kunnen gebruiken

Dit is geen abstract verhaal over hemel en hel. Het is een hart onder de riem. Voor vissers die een verhaal van kwetsbaarheid, revolutie en politieke ommekeer gaan brengen in de wereld. Die tegen dictators gaan zeggen dat ze even moeten dimmen, omdat zij niet de baas zijn. Die religieuze heilige huisjes laten instorten, die dan weer atheïst, dan weer zuiplap, pedofielenvriend, gutmensch, of wat voor lelijkheid dan ook genoemd worden. Omdat ze geloven dat er voor iedereen genade is en niemand het recht heeft de ander die genade te ontzeggen – en die geloven dat ze zelf onkwetsbaar zijn voor je poging ze in toom te houden. Die mensen kunnen wel wat bescherming gebruiken. Van jou en mij.

En als we heel af en toe zelf die mensen zijn, die dat brengen in de wereld, dan kunnen we alle support gebruiken. Hemels, aards, water, brood, een jas, een geloof dat het niet om ons ging, maar om een andere manier van deze wereld zijn. Schapen, bokken, hemel, hel, whatever. Dit is het in elk geval, de maker van de wereld die zegt: ‘Komen ze aan jullie, komen ze aan mij.’

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *