Dat je toch maar moeilijk om de taal heen kunt

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Dat je toch maar moeilijk om de taal heen kunt – PopUpGedachte 30 november

Christian Wiman schrijft in Mijn Heldere Afgrond: ‘Je kunt alles over een religie weten – haar geschiedenis, iconografie, geschriften, et cetera. Maar dit alles blijft intellectueel, louter informatie, zolang je eigen ziel niet op het spel staat. Geloven in een religie, welke dan ook, is op een primair niveau accepteren dat haar taal van symbolen en woorden iets waars zeggen over de werkelijkheid.

Dit betekent niet dat de woorden en symbolen de werkelijkheid zijn (dit is fundamentalisme) en ook niet dat je die woorden en symbolen ooit goed genoeg onder de knie zult krijgen teneinde de werkelijkheid als iets vaststaands te beschouwen. (…) De enige manier om je kennis en ervaring van ultieme goddelijkheid te verdiepen is: je kennis en ervaring van de al te tijdelijke symbolen en taal van een specifieke religie verdiepen.’

Het culturele is een toegang tot het universele

Op een bepaald niveau accepteren dat haar taal en symbolen en woorden iets waars zeggen over de werkelijkheid. Niet iets eigens, niet iets unieks zelfs, maar iets waars. De tekst van vanochtend zegt: ‘Zo zegt het de Schrift: Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld. Er bestaat geen verschil tussen jood en heiden. Zij hebben allen dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Want al wie de Naam des Heren aanroept, zal gered worden.’

Dat geloven is dus niet cultureel. Maar het culturele, wat de toegang is tot geloven, is een toegang tot het universele. We breken geen brood, omdat onze God nou eenmaal brood breekt. We breken brood en doen dat steeds intenser en bevragender en onderzoekender om verbinding te vinden met dat wat waar is en achter de onmiddellijke werkelijkheid huist. Iets wat universeel is en de naam goddelijkheid verdient.

Het doorbreekt de kaders juist

Dat christelijke geloven is niet-religieus, omdat het geen systeem is om de werkelijkheid te beheersen, eigen land te claimen of mensen te verbinden van dezelfde overtuiging tegenover mensen van een andere overtuiging. Het is geen kenmerk van een groep of een volk, zoals een vlag dat is of een volkslied. Het doorbreekt die kaders juist. Niet om ze te vervangen door iets anders, maar door ze irrelevant te verklaren. En stelt er dan een lokroep tegenover die in alle talen anders klinkt en toch hetzelfde probeert boven te halen.

Dit zegt de psalmendichter vanochtend:

‘De hemel verkondigt Gods heerlijkheid,
het uitspansel toont ons het werk van zijn handen.
De dag roept het toe aan de volgende dag,
de nacht geeft het door aan de nacht.
Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt,
geen enkel geluid is te horen;
toch klinkt over heel de aarde hun roep,
hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.’

Woorden zijn zo beperkt en toch moet je ze binnengaan om iets te vinden. Cultuur is zo beperkt en toch heb je het nodig om iets op te bouwen met elkaar. Maar als het einddoel is: ‘Ik ben christelijk’ of ‘ik ga naar de kerk’ of ‘ik geloof in iets of niets’ dan is dat een vroegtijdig afsluiten van het volwassen worden. Dat is blijven hangen in een fase. En het verlangen de nek omdraaien wat je steeds wegroept uit de tijdelijke zekerheid die je hebt gevonden, op weg naar nieuw besef, ervaren, ontdekken en overgeven.

Wat we ten diepste zoeken, is geen taal, zijn geen woorden

Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt, geen enkel geluid is te horen. Toch klinkt over heel de aarde hun roep.

En de dichter heeft niet anders dan woorden om het verlangen naar dat universele in jou en mij aan te wakkeren. Wat hij brengt zijn wel taal en wel woorden. Want wat moeten we anders? Maar wat we zoeken, ten diepste, is geen taal, zijn geen woorden, is geen brood en geen wijn. Maar een ervaring van gered zijn, zegt deze tekst, gered uit de onmacht, uit de weerzin tegen jezelf of een ander, uit de angst, uit genadeloosheid. En thuiskomen in jezelf, bij de ander. In de wereld, onder God, genadig, een beetje gebroken misschien, maar thuis. Dat en daarheen. Goeds!

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *