Voor wat, hoort niks

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Voor wat, hoort niks – PopUpGedachte maandag 6 november

De steelpan is opgeschoven. Dat sterrenbeeld hangt opeens boven mijn hoofd in plaats van linksvoor. Dat is al een tijdje zo, toch blijft het verbazen. Het was zo steady op dezelfde plek, een oriëntatiepunt als de weersomstandigheden het toelieten. Als ik uit bed kom om de dag te beginnen met deze popupgedachte, slof ik eerst naar mijn balkon. Eerst de ruimte zoeken, een gebed prevelen, sterren kijken, voortdurend afgeleid door van alles, maar op zoek naar contact met het onnoembare, de eeuwige, God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus, figuren die in deze werkelijkheid huizen, gedreven door een verlangen, een Heilige Geest zo je wilt, die mij hierheen drijft in tegenstelling tot mijn eigen geest die terug naar bed wil, piekert over de taken van de dag die er liggen of zo’n popupgedachte liefst wel interessant en bijzonder wil laten zijn om zich te bewijzen.

Het is dat grootse wat alles anders maakt. Dat God niet het verlengstuk is van mijn wil om te slagen in het leven, geen Sint-achtig antwoord op de verlangens die ik nog heb van het leven, maar iets van een totaal andere categorie. Ik wil die ontmoeting, die me klein maakt en ontspannen en gedreven. Gekke combi, ontspannen en gedreven en klein, maar wel de beste combi die er is.

Vanochtend staat de brief van Paulus aan zijn kerkje te Rome: ‘Wie kan vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven.’ Vrij essentiële zin voor elke religieus en non-religieus. ‘Onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis. Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kent de gedachten des Heren? Wie is zijn raadsman geweest?’, schrijft Paulus. En dan dit: ‘Wie kan vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven? Want uit hem en door hem en tot hem zijn alle dingen. Hem zij de glorie in eeuwigheid. Amen’

Voor wat hoort dus niks? Terwijl dat de basis is van de meeste van mijn relaties. Ik blijf niet investeren als iemand niets teruggeeft – of om eerlijk te zijn: als iemand niet teruggeeft wat ik ervoor terug wil. Kapitalisme is de economie, friends with benefits de sociale motor in al zijn varianten. Het is de oudste vorm van godsdienst. Investeren in de godheid, zodat hij of zij ook zorgt dat het mij goed gaat. Met mijn relatie, met mijn land, met mijn geld, met de oorlog die ik had gepland, en ga zo maar door. Paulus zegt dat JHWH, de maker van de wereld, de enige echte werkende Godheid in dit heelal, niet meedoet aan dat spelletje. Die doet zijn eigen ding. Doe jij dat dan ook. Je eigen ding. Zonder op teruggaaf te rekenen.

‘Wanneer gij een middag- of een avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren’, zegt Jezus in de andere lezing vanochtend. ‘Het zou kunnen zijn, dat zij op hun beurt u uitnodigen en gij het dus terugkrijgt.’ Dát is een lekkere omkering van zaken. Pas op dat u het niet terugkrijgt, dan schiet het niet op. Maak geen vrienden met mensen die aardig terug zijn, want dan heft blijkbaar het goed zijn elkaar op. Jij aardig, zij aardig, resultaat onder de streep: 0. Terwijl jij aardig, zij eikels, resultaat onder de streep +1. Blijkbaar is het dan zuiverder, ofzo?

Daden van liefde worden natuurlijk gemakkelijker als je kunt rekenen op de ander. Dat het terugkomt bij je, dat je er wat aan hebt. Tegelijk is het een groot risico voor elke daad van liefde. Want dan wordt het opeens berekening. Komt de vriend thuis met een bloemetje omdat hij weet dat bij de juiste hoeveelheid bloemen en een paar goedgekozen woorden het diezelfde avond seks wordt, dan is opeens dat lieve mooie gebaar een berekenend plat gebeuren geworden.

Een onverwachte partner vindt Paulus hier bij de filosoof Nietzsche, die geen enkel goed woord over had voor deugden als medelijden, vergeving, al dat zachte wat hij als manipulerend ervoer. Lekker zwak en kwetsbaar doen, dan word ik wel genoodzaakt om aardig en liefdevol tegen je te zijn, maar dan mist elke vrijheid in mijn aardig en liefdevol zijn en is het een claim en een eis geworden. Weg liefde. Nietzsche had het over de waarde van vergeven. En hij bedoelde dat letterlijk: vér-geven. Dat je niet geeft aan hen die je naaste zijn, in de buurt maar mensen die veraf van je zijn, die het niet verwachten, die je niet kent, die totaal verbaasd zullen zijn en het niet kunnen teruggeven. Dan is je geven een vrije handeling van de wil geworden. Nietzsche was op zoek naar grootsheid en dit vond hij groots.

Geven om niets terug te ontvangen. Met dit als bron: een Maker die gaf zonder iets terug te eisen. En die stelt dat het religieuze geven nooit een investering kan zijn in de godheid met bijbehorend contract. Dit zou dan het de uitdaging zijn: Voorkomen dat je steeds geeft aan degenen die iets teruggeven. Niet uit zelfkastijding, maar om het besef te behouden wat werkelijk geven is. Opdat niet elke handeling transactie wordt. Dan wordt mijn geven een keus die geen claim is. En als iemand dan mij iets geeft, is het geen teruggave, of een claim, maar weer een vrije handeling. Dat lijkt de hoop te zijn van zowel Nietzsche als als Jezus van Nazareth. Vreemde combi van personen, maar wel mooi.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *