Grote schoonmaak

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Grote schoonmaak

Terwijl de regen buiten uit de lucht miezert en van de daken sijpelt, vraag ik me af hoe de week afgesloten zal worden. Met welke lezing, wat voor gedachte. Het is elke werkdagochtend weer de vraag wat er nu weer op het bordje gelegd zal worden aan tekst. En de hoop dat er licht doorheen schijnt dat te vatten is en om te zetten in woorden. Een oude theologische uitspraak is dat de Bijbelse teksten door de Eeuwige zijn geademd, een soort van inspiratie in de schrijvers van de boeken, samenstelling en alles, maar dat ook de teksten de eeuwige ademen. Dat door de teksten heen de sfeer, de mentaliteit, iets goddelijks te pakken is.

En natuurlijk: ‘in-spiratie.’ Je bent geïnspireerd. Mensen geïnspireerd zijn door een bepaalde geest hebben de teksten samengesteld. Logisch, zo werken kunstenaars en schrijvers. En geïnspireerd door een zogenaamde Geest? Nou ja, ons woord inspiratie verwijst letterlijk nog geest: de spiritus, – en nee dat is niet dat hoog ontvlambare schoonmaakmiddel waarmee je snel vuurtjes aan de gang krijgt of waarmee je de kwasten reinigt. Herman Bavinck, dat is die theoloog met die uitspraak, zei: ‘De tekst is door God geademend en ademt God.’ Geïnspireerd en inspirerend, letterlijk.

Dat eerste trok ik altijd wel; dat de tekst door de eeuwige geademd is, maar dat de tekst de Eeuwige ademt vond ik een beetje magisch worden. Alsof je het boek openslaat en dan de letters een beetje Tolkien-achtig goudkleurig opvlammen en zelfstandig je iets geheimzinnigs vertellen. Letters zijn letters en iemand wil er iets mee zeggen. Dat was mijn droge opvatting. Vond ik wel zo praktisch. Dat gezweef.

Maar er is ruimte ontstaan voor de ademende teksten door deze lezingen in de ochtend. Anderhalf jaar is het nu denk ik. Elke werkdagochtend met een vakantietje hier of daar uitgezonderd. En altijd duikt er een gedachte op, er dringt zich altijd een werkelijkheid op die anders is dan de eigen. Een stem die herinnert, wakker schudt, verrast, irriteert soms ook. Het is ook een andere tijd he, een compleet andere leefwereld die door de zinnen heen schemert. En toch, het roept en trekt ook. Het ademt de eeuwige, soms heel voelbaar, soms heel verborgen.

Vanochtend wordt de tempel gereinigd door Jezus van Nazareth. Dat zou kunnen klinken alsof hij met een schoonmaakkarretje weer eens zijn ronde doet. Jezus reinigt de tempel. Poetsdoek erbij, hoppatee. Maar dat is niet zo. Er staat: ‘in die tijd ging Jezus de tempel binnen en begon de verkopers eruit te jagen, terwijl hij tot hen zei: er staat geschreven: mijn huis moet een huis van gebed zijn maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.’ Redelijk brute ingreep in het dagelijks reilen en zeilen van het centrum van het Joodse volk. In de andere lezing van de dag uit het minder bekende en zogenaamd apocriefe boek Makkabeeën doet een vrijheidsstrijder Judas de Makkabeeer hetzelfde, maar dan nadat Jeruzalem door vreemde machten was ontwijd. Hij herstelt de Joodse eredienst en wijdt de tempel opnieuw in.

Dit idee dringt zich op; werkelijke verandering vraagt om het hart; om spirituele toewijding en opgeruimdheid. Het is maar een associatie, maar de teksten vragen er toch om. De tempelreiniging van Jezus van Nazareth was geen opwelling en die van Judas de Makkabeeër niet een toevallige gedachte: oh ja, tempel moet ook nog even. Nou kom, bezem erdoor. Het is meer alsof na de Tweede Wereldoorlog het Paleis op de Dam weer in oude glorie wordt hersteld en de koning er weer van het balkon komt zwaaien. Dat is van enorme symbolische waarde. Het stelt niet zoveel voor: Een bezem door de gangen, een schilderij recht, even luchten en een handzwaai van de koning. Maar er gebeurt iets ongelofelijks belangrijks: de ziel is hersteld.

Iedereen is in het leven altijd wel met een of andere verandering bezig. De laatste zin gisternacht die ik in Homo Deus van Harari las voor ik definitief wegdommelde, was deze: de enige constante in het leven is verandering. En ik denk nu na vanochtend: geen verandering is compleet als de ziel, de spiritualiteit, het geestelijke centrum is opgeruimd. Of dat nu gaat om een traditie in te stellen die opnieuw heilig voor je is, zoals ik doe met de ochtendlezingen. Of dat je weer besluit naar een kerk te gaan en je ondanks alles een jaar te geven. Gewoon, niet veel verwachten maar er wel zijn. Zoals Stephan Sanders begon te proefgeloven. Of zelfs de yoga. Twee keer in de week het lijf intern op orde krijgen en het lichaam onderdeel laten zijn van dat wat er allemaal in je hoofd gebeurt, dat het weer met elkaar in contact staat.

Een verandering heeft een ziel nodig. Op landelijk niveau (en dan kan het ook nog zijn dat je de verandering helemaal niet toejuicht, terwijl die wel wordt bekrachtigd met een symbool in het hart van de zaak, zoals die vlag in de tweede kamer), op gemeenschapsniveau geldt het ook: het bij elkaar komen weer opnieuw vormgeven, met nieuwe toewijding en persoonlijk dus ook: herstel van de eigen ziel en schoon schip daar hoort bij grote veranderingen, ook als het gaat om veranderingen in relaties, heftige veranderingen, crises in je werk of in je familie. Vergeet het hart niet op te ruimen. Treurig als het land is opgeknapt en het Paleis op de Dam er nog verlept bij ligt. Essentieel, die spiritualiteit. Goed weekend!

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *