Die verrekte bekeringsdrang

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Die verrekte bekeringsdrang – PopUpGedachte 10 november 2017

Het is de laatste van deze week. Op werkdagen start ik de dag om zes uur. Met de stilte van dat uur, thee, een momentje op ons balkon onder de koude hemel. Waarna ik de teksten opensla van deze dag, het is een oud katholiek leesrooster wat me elke ochtend weer iets nieuws – eigenlijk iets heel ouds – te lezen geeft. En ik vraag me dan af wat erin zit. En deze ochtend heb ik geen idee. Het zijn drie, vier fragmenten die oproepen tot het vertellen van het verhaal van christendom over de hele wereld. ‘Gaat over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping’, zegt Jezus vlak voor hij definitief uit de zichtbare wereld vertrekt, aldus evangelieschrijver Marcus. Jesaja heeft het over hoe fijn het is als iemand vrede aankondigt. Dat Jeruzalem weer vrij zal zijn, stad van vrede. ‘Voor de ogen van alle volkeren, alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd’: dat is de belofte, alvast in de verleden tijd geformuleerd.

We hebben generaties zendingsdrang achter de rug, diep geworteld in deze teksten en dat is niet alleen iets om trots op te zijn. We zijn terecht gevoelig geworden voor het witte superieure denken wat in zielig achterlijk Afrika de zwartjes wel even zou leren wat beschaving. Wat het betekent een goed christenmens te zijn. De bekeringsdrang van gelovigen ging ook heel vaak over de gelovigen zelf – zo leek het althans – die moesten een wit voetje halen bij de Heer door bekeerlingen te scoren of zo’n kerk voelde zich pas oké als er nieuwelingen gedoopt werden. Maakt niet uit wie, scoren. Bekering een vies woord en bekeringsdrang al helemaal.

Toen ik als pionier in kerkelijk Nederland een assessment deed (zo’n periode dat we hard probeerden te leren van de bedrijfscultuur inclusief hippe termpjes – het ging om een onderzoek naar geschiktheid en waar je nog iets te leren had) kreeg ik de vraag hoeveel mensen ik al tot de Heer had mogen leiden. Voor de trainer een volstrekt vanzelfsprekende vraag, maar ik kreeg er koude rillingen van over mijn rug en zei een tikje agressief: ‘Geen een’. En ik weet ook niet wat het betekent. Hij was stil, herinner ik me, een tikje verbijsterd. Twee botsende paradigma’s. Ik kwam niet om mensen te bekeren tot iets wat ik allang wist en waar anderen nog moesten komen, ik wilde ontdekken wat dat christendom kon betekenen in de wereld en gebruikte daarvoor een nieuwe vorm van kerk. Zelf op zoek naar bekering van mijn vastgeroeste ideeën. Dat concept wilde er niet helemaal in bij degene die dat assessment afnam.

De reflectie hierop cirkelt om de vraag hoe er verkondigd is en met welke intentie en of dat goed gedaan is en dan hou je al gauw op met dit soort teksten waarderen, want man, man wat is daar veel op aan te merken. De vraag die me nu bezighoudt, sinds dat openslaan van de teksten, dus toch al wel een kwartier – ik bedoel maar dat ik geen idee heb of ik een antwoord of inzicht heb vanochtend – de vraag is wat ze verkondigen. Wat vertel je dan? De teksten sturen mensen duidelijk op pad maar waarmee? Wat voor zinnigs hebben ze te vertellen dat universeel voor álle mensen geldt. Dat blijkbaar iedereen hoop kan geven, wie je ook bent, met of zonder magnetron, van Witte Huis tot ivoren toren tot Zwarte Cross. Wat is zo intens universeel dat we er iets mee kunnen, puur gebaseerd op dat mens zijn?

In Jesaja gaat het over de terugkeer van de Heer naar zijn mensen. Dat hun wereld niet langer een verlaten plek is waar iedereen voor zichzelf foerageert. Een soort Sint Maarten na de orkaan waar men zich maar bewapent tegen de anderen die zich ook al hadden bewapend, omdat je het niet weet. En maar over straat zwerft om te kijken of er in het ingestorte systeem iets te halen is voor jou. Dat er niemand is die voldoende hulpgoederen heeft uit te delen, die politiebescherming organiseert, die zorgt dat er materialen zijn voor de huizen en helpt om het systeem van kopen, verkopen en werken weer op gang te krijgen. Pas als er dan hulptroepen komen, een regering die kan handelen, keert de rust wat terug en kan men bouwen aan het eigen huis, geen zorgen meer over te weinig eten die dag en de wapens weer thuis laten.

Het lijkt alsof het christendom pretendeert dat de hulptroepen zijn gearriveerd en de regering weer is geïnstalleerd in de chaos van deze wereld en dat we langzaam kunnen beginnen met onze eigen letterlijke en geestelijke ontwapening. Dat we de ander weer mogen gaan vertrouwen. Dat soort nieuws. Dat is Jesaja en het is ook Marcus. Want daar stuurt Jezus van Nazareth de mensen op pad en er staat zelfs: ‘werd hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God’. Dat is de plek van bestuur. De touwtjes in handen nemen.

In een chaotische, absurde wereld – als een eiland na een orkaan, waar iedereen voor zichzelf moet zorgen of in een hoekje angstig schuilt voor de bendes die door de straten zwerven – in die chaotische wereld begint men te zeggen dat de hulptroepen zijn gearriveerd en de regering is geïnstalleerd en dat men voorzichtig de schuilhoeken uit kan komen en dat anderen de wapens moeten gaan neerleggen. Het begin van orde en veiligheid, van vertrouwen dat je weer kunt doen wat je eigenlijk wilde doen, met je eigen huisje, je eigen werk, je eigen roeping, temidden van anderen die je niet meer hoeft te vrezen. Zoiets is de opdracht, qua bekeringsdrang. Geen zieltjes de hemel inpraten, maar dat het anders samenleven wordt. In vertrouwen. Mooie uitdaging. Genoeg te doen. En uit te proberen. Onbewapend.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *