Oordeel niet? Hoezo niet?

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. Vanochtend is hij wat laat, maar beter laat dan ooit he?

Oordeel niet? Hoezo niet? – PopUpGedachte maandag 11 december

Men zegt: ‘oordeel niet’. Maar ik weet het nog zo net niet. Ik hou, geloof ik, van een goed en zuiver oordeel. Zou het kunnen dat we gewoon te vaak te beroerd oordelen en daarom het heel fijn zouden vinden als anderen, met name anderen, daar eens mee ophouden. Ik vind het een loffelijk streven hoor, oordeelloos in het leven staan. Daar niet van. Een studievriend van mij zei ooit in onze studententijd dat hij besloten had om zich door niets meer te laten choqueren. Wat iemand hem ook zou vertellen, hij zou het als min of meer gewoon ontvangen – als een ‘ja dat kan ook’. Om vervolgens in gesprek te kunnen over wat er werkelijk speelt. Gechoqueerd zijn is namelijk een oordeel op zichzelf. Zo voelt het voor de ander in elk geval.

Onze oordelen komen waarschijnlijk te snel, zijn te self-centered en zo gemengd met persoonlijke voorkeuren, overblijfsels uit onze opvoeding, onze eigen struggles en onze persoonlijke waarden en angsten. Genoeg reden om Jezus’ quote als absolute waarheid te nemen: oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. En dat het dan klaar is. Maar Jezus van Nazareth spreekt niet in absolute waarheden, voor zover ik kan nagaan. Ze zijn allemaal relatief. Niet bedoeld om te relativeren hoor, maar wel om te relateren. Aan omstandigheden, specifieke context en aan het moment in het verhaal. Niet oordelen, goed idee op zichzelf. Maar als er niet meer geoordeeld wordt, zijn we de sjaak – dat denk ik.

Niet het populairste standpunt overigens. Anderhalve week geleden in de PopUpKerk keek minstens de helft van de aanwezigen me rond de tafel met opgetrokken wenkbrauwen aan: zo van, dat kun je niet menen. We zijn het er toch over eens dat we elkaar gewoon moeten respecteren. Goed, je moet elkaar geen kwaad doen, enzo. Maar oordelen?

Maar dat is precies wat oordelen is, toch? Dat we elkaar geen kwaad doen? En dat is vrij vergaand. Een geboren en getogen Joegoslavisch theoloog, Miroslav Volf, zegt ergens – ik citeer even uit mijn hoofd: ‘het idee dat er een God is die liefde is en NIET oordeelt, kan alleen ontstaan in een witte suburb waar nooit ook maar iets gebeurt.’ Zo gauw er sprake is van onrecht, schreeuwen we om een oordeel. Een rechtvaardig oordeel.

En als dan vanochtend de wraakzuchtige zinnen in dat waanzinnig mooie boek Jesaja klinken, lees ik ze in die context. ‘Spreekt tot allen die de moed verloren hebben: vat moed en vreest niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden.’

Ja, maar hallo. Waar is dat hele ‘je vijanden liefhebben’ dan gebleven? Of was Jesaja gewoon nog niet zover? Dat kan. Het kan ook dat het liefhebben van je vijanden heel weinig te maken heeft met alles maar oké vinden. De roep om wraak en oordeel en vergelding is in die Bijbelse teksten altijd heel concreet. ER zijn mensen verantwoordelijk, bijna altijd. Het feit dat er nu mensen op Lesbos, pas aangekomen uit Raqqa, hun kinderen proberen warm te houden in een gescheurde festivaltent, in smerig koude en natte omstandigheden – en dat ze moeten erkennen dat het hen niet lukt, dat het hen niet lukt voor hun kinderen te zorgen – dat is menselijk falen. Oordelenswaardig. Een roep om wraak is op z’n plek. Ook omdat ik het niet kan rechtzetten, en jij ook niet. Wel vrij relevant om te beseffen dat wij onderdeel zijn van het systeem dat dit veroorzaakt, en dat dit oordeel ons ook zal treffen – maar mijn god, liever dat dan dat dit kan voortbestaan. Houd moed en vreest niet, de wraak wordt voltrokken. Het is geen tekst aan weldoorvoede christenen, cultuurchristenen en anderszins in Europa, maar aan vluchtelingen in de marge die hopen op een rechtvaardig God, want andere rechtvaardige machthebbers zijn verrekt moeilijk te vinden, lijkt het. Rechtvaardige vrijwilligers, die zijn er. Maar zij staan ook machteloos.

Als Van Nazareth vanochtend een verlamde man voor zijn neus getakeld krijgt, is zijn eerste zin: uw zonden zijn u vergeven. Om hem heen wordt het meteen onrustig. Religieuze leiders oordelen dat het niet aan hem is om zonden te vergeven. Oh nee, zegt de rabbi? ‘Wat is gemakkelijker te zeggen: uw zonden zijn u vergeven of te zeggen: sta op en loop?’ Welnu, opdat ge zult weten dat de Mensenzoon de macht heeft op aarde zonden te vergeven, sprak hij tot de lamme. Ik zeg u sta op, neem uw bed op en ga naar huis. Onmiddellijk stond hij op.

We falen, dat is wat we doen. Voelen ons verlamd. Anders dan een fysieke lamme, en toch. En bij God, moge de woorden dat ons falen ons wordt vergeven ons ook bereiken, niet als einde van het verhaal, maar als begin: voel je vrij om op te staan en iets te gaan doen, wat dan ook. Met de slaapmat op je schouder die je herinnert aan de tijd dat je nog als verlamd de zieke wereld aanzag. Opstaan, gaan, bewegen, het is je allemaal vergeven. Wat dan? Wat dan ook. Oordelen zijn essentieel, dan kan er pas vergeven worden en bevrijdt. Dan kan er verandering beginnen. Bij ons en waar dan ook.

Een goede maandag!

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko las.

Eén reactie op “Oordeel niet? Hoezo niet?”

  1. We oordelen allemaal wel eens hetzij bewust of onbewust. Zeker als je met moeilijke situaties van doen hebt. Daarbij voel je wel aan van wat goed is en wat niet, is dit dan altijd (indirect) oordelen ? Of ergens eens iets van zeggen ? Wie zijn wij om te oordelen ? Het is moeilijk om daar de juiste keuzes in te maken, we kunnen wel leren onderscheiden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *