Het komt allemaal goed

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Het komt allemaal goed – PopUpGedachte Woensdag 6 december

Er zijn theologen die ik heel erg waardeer, maar die mij zo’n titel heel erg kwalijk zouden nemen. Zij zouden zeggen: beloven dat het goed komt? Je bent weer een wortel aan het voorhouden. Een pie in the sky. Je bent net zo erg als die reclamejongens. Beloof de hemel als ze hier op aarde investeren. Koop dit horloge en je wordt een sexy man, smeer met dit spulletje en je wordt een aantrekkelijke, dan wel succesvolle vrouw, buig je knieën en alles komt goed met je.

En ze hebben gelijk hè. Dat in sommige gevallen de kerk in de rij is gaan staan op de markt en haar waren staat aan te prijzen als een venter. Koop hier en wordt gelukkig. Mijn God is ok. Je werkt vast te hard, kom hier rust vinden op de zondagochtend. Wordt je de rest van de week nog effectiever van. En ik doe eraan mee. ‘De beste manier om je week te beginnen’ is zo’n zinnetje. Of ‘hier ruimte voor de grote vragen van het leven’. In een andere tijd op een ander moment was ik waarschijnlijk reclamemaker geworden.

Wat is er dan mis mee? Mis is bedrog. Reclame bedriegt de mens. De koeien op het melkpak staan heus niet de hele tijd zo vredig te grazen, de Big Mac op het reclamebord is proportioneel totaal onverantwoord en je impliceert toch echt dat dit of dat maatpak jou net zo handsome en zelfverzekerd maakt als de bekende acteur op het billboard. En dat is niet zo. Het kan, een klein beetje, maar het is niet zo. En zeggen dat het goed komt, terwijl je het niet weet. Terwijl je slechts gelooft in een macht achter deze wereld, en slechts geïnterpreteerd hebt hoe het er na en boven dit leven uit zou kunnen zien. Voorzichtig maar, denk ik dan. En toch: het komt allemaal goed. De zin is te Bijbelvast. Er moet iets mee.

Dit staat er namelijk vanochtend. En zo kom ik op die verhandeling over reclame en mooie beloftes. Dit staat er: in die dagen richt de Heer van de hemelse machten op deze berg voor alle volken – let wel, alle volken, dus geen voorkeur hier – een feestmaal aan met uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet met pure, rijpe wijnen.’ Ik weet niet of jou het water al in de mond loopt, mij wel en het is nog niet eens zeven uur ’s ochtends. Ik schuif aan, meteen. En het vervolgt met: ’Op deze berg vernietigt Hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.’ Dat is mooi. En een goed idee. Hoopvol ook, mits ik weet welke sluier. Als je die sluier en die waas namelijk om hebt vanaf je geboorte, weet je niet dat deze ook af kan. En dan zouden dus Baudet en Wilders kunnen betogen; ‘zie je wel! Het staat er! De hoofddoek gaat eindelijk definitief af. Bij alle volken.’ Maar dat lijkt me wel in hun straatje passen en niet in deze tekst.

‘De dood doet hij teniet, is de volgende zin, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg.’ Het zijn waanzinnige woorden. Te mooi om waar te zijn en te onbegrijpelijk om af te pellen. Want waar hebben we het precies over?

Nou misschien gewoon hier over, over vertrouwen. Niet op dat pak en dat horloge en die investering. Maar vertrouwen an sich. Op iets wat niet zichtbaar is, maar wat je wel al een beetje meer rechtop doet lopen. Vertrouwen dat maakt dat ik niet binnenhark voor mezelf wat ik nodig heb, want dat komt wel. Op die berg, weet je wel. Met die ander, die inhalige ander die nu nog voor jouw neus jouw baantje wegkaapt, het laatste product van die aanbieding wegsnaait en bang is voor een verwijt dat maar niet komt, dat vertrouwen. Omdat de sluier wel weg zal vallen, en de waas. En we zien dat de ander heel vaak te vertrouwen is. Tenzij hij of zij bang is, maar dat is nooit helemaal onbegrijpelijk. Want wij zijn ook niet te vertrouwen als we bang zijn. Of boos, en dan geldt hetzelfde. De ander is te vertrouwen en zo niet dan is het veelal ook nog begrijpelijk. Niet dat het daarmee goed is, he? Maar het verdeelt minder, die overtuiging. Minder weerzin. Minder scheiding. Als er dan een feestmaal klaarstaat zou je heus samen aan tafel gaan.

De smaad van het volkje Israel zal verdwijnen omdat uiteindelijk men toch zal moeten toegeven dat vertrouwen op moraal heel erg mooi is en uiteindelijk krachtig en werkend en zuiver. En dat er werkelijk een kracht achter deze wereld blijkt die voor het goede staat, en dat vertrouwen daarop niet achterlijk is. Dan valt die sluier weg, die waas.

Is het reclame? Wordt er geld verdiend? Wie maakt er winst? Of is het een uitnodiging om de ander te leren vertrouwen, om met opgeheven hoofd de weg in deze wereld te gaan omdat er niet zoveel meer is dat je bang maakt. En dan maar zien wat er van komt. ‘Al voert mijn weg door donkere kloven’ zegt de psalmdichter, ‘ik vrees geen onheil’

Op de rust, de moed, het vertrouwen en op de uitgelezen gerechten en belegen wijnen. Proost. Alvast. Oh, en goedemorgen, natuurlijk. Goedemoregen.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *