Toegang tot de planeet

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6:00 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. 

Toegang tot de planeet – PopUpGedachte woensdag 20 december 2017

De ochtenden beginnen altijd op het kleine balkon aan de achterkant van ons appartement, drie hoog in de Baarsjes in Amsterdam. Daar wordt ik wakker, daar dient zich de vraag aan of en hoe en wat en waar dat goddelijke is, daar zoek ik even verbinding. Het is de brede streep lucht tussen de appartementen aan de overkant en het dakje boven ons balkon. Nu eens roodgrijs gekleurd als deze ochtend, op andere dagen diepdonkerblauw, soms bewolkt en straks – in de zomer – weer helder en fris en met opkomende zon. Ik kan er al bijna naar uitzien. Maar eerst nog even deze donkere dagen. Want die brengen hun eigen kwaliteit mee. Hun eigen rust en een nog-niet-hoeven.

De dichter van het lied van vanochtend, een psalm, één van de drie lezingen die me ‘s ochtends op het bordje geschoven wordt en waar ik me dan van afvraag – wat nu? Wat is dit? Waar zit de schoonheid, de verrassing, de kritiek, iets waar ik mee kan werken – die dichter opent met: ‘van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en haar bewoners.’ Eigendomsclaim. Iemand heeft recht, iemand is de chef. En dat sluit alle anderen uit. Inclusief bedrijven, politici, kwade machten, wie dan ook. Dat is de intentie. Wat je ook gelooft van die God, en of je daar nu in gelooft – de claim in dit wereldbeeld is dat de wereld van niemand is, zeker niet van jou of mij. En dat vind ik prettig, moet ik zeggen. Bordjes, grenzen, prikkeldraad, eigendomsrechten, het haalt niet het allermooiste in de mens naar boven.

Je zou kunnen beweren dat deze God dan hetzelfde doet maar dan met zíjn bordjes, claims, prikkeldraad en eigendomsrechten maar het is toch net anders als het dan opeens al het levende omvat. Dan heeft prikkeldraad geen functie meer, want je kunt niet het een van de ander scheiden: álles hoort erbij. En het is een onzichtbare eigenaar. Niet tastbaar, niet gemotoriseerd, zonder leger – al zijn er die denken dat ze zijn leger zijn of zijn leger beheren en daar wordt het heel eng. Maar de afwezige is de chef. Dat maakt iedereen te gast. Of in elk geval gelijksoortig, nevengeschikt, op aarde geworpen zonder status. Het zou soms best prettig zijn als er meer van dat soort ideeën zouden geloofd worden. Het lijkt alsof sommige zogenaamde natuurvolken, aboriginals, indianen, dat beter begrepen hebben dan die zogenaamde christelijke mens.

‘Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen. Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest, op de stromen heeft hij haar verankerd.’ Hij – zij – het gaat niet om de masculiniteit maar om de afstand, niet om de machtsaanspraak maar om het betwisten van ieder andere machtsaanspraak. Denk ik. Want de vraag die de poëet opwerpt is: wie mag de berg van de heer bestijgen wie mag staan op zijn heilige plaats?

Ik heb daar even naar zitten staren, maar het zou interessant zijn om te vragen: wie is eigenlijk welkom op aarde, op die heilige bergen, op die geheiligde plaats waarvan de eeuwige zegt, van mij, mijn levenswerk?

Antwoord: ‘wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens.’

Tsja.

Dan is het een beetje voorbij, he?

Rein.

Zuiver.

Geen leugens.

Ik weet niet wat jij jezelf vertelt, maar ik weet al niet precies wat ik mezelf allemaal op de mouw speldt om mezelf in de ogen te kunnen blijven kijken, laat staan jou. Je zou dat nog kunnen verdedigen als onbewuste leugens. Maar, dan rein en zuiver. Tsja. Soms. Even. Misschien.

Het is niet mijn plek, niet onze plek, niet zomaar te betreden. Ik vind zo’n heilig respect voor een plek waar ik misschien niet helemaal hoor maar wel plek van leven gegund wordt wel begrijpelijk ofzo. Gezien wat we als mensen elkaar en de wereld kunnen aandoen.

Punt van Kerst is – even om mee af te ronden – niet om zo’n afstand tussen mij en de planeet in het leven te roepen. Voor schuldgevoel hebben we heus geen religie nodig, dat voelen we zo ook wel. Jezus van Nazareth claimt met falende, horkerige mensen te willen werken, mensen met verlangen en met zelfbesef. Hoe krakemikkiger hoe beter. Van hem is de planeet, en hij wil de herstelwerkzaamheden delen. Met ons. Die het nodig hebben en die nodig zijn. Tikje beschroomd en gedreven thuiszijn op de planeet. Vanaf Kerst.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *