tijd nemen

Dankzij mijn niet-Nederlandse man en vrienden leer ik om de tijd te nemen

Zo efficiënt mogelijk met je tijd omgaan, is heel Nederlands, ontdekt Karlien. ‘Mijn man is in staat controle los te laten. Zijn tijd is niet heilig.’

‘Er is een tijd om te baren

en een tijd om te sterven,

een tijd om te planten

en een tijd om te rooien.

Er is een tijd om te doden

en een tijd om te helen,

een tijd om af te breken

en een tijd om op te bouwen.

Er is een tijd om te huilen

en een tijd om te lachen,

een tijd om te rouwen

en een tijd om te dansen.’

Toen ik nog een kerk bezocht waarin het vooral leek te gaan over hoe alles goed zou komen, zolang je er maar heel hard voor bad, voelde de fatalistische treurigheid van Prediker als een verademing. Ken je plek. Besef wie je bent. Er is uiteindelijk maar zo weinig waar je echt controle over hebt. Het zijn een paar van de lessen die ik uit Predikers woorden trok.

Een levenshouding die ik zelf nooit gekend heb

Maar de zinnen deden me meer dan dat. Ze maakten (en maken nog steeds) een soort heimwee wakker naar een levenshouding die ik zelf nooit gekend heb. Een levenshouding waarin ruimte is voor acceptatie van het leven zoals het komt, zonder te verzanden in de door mij gevreesde ‘stil maar, wacht maar’ modus. Hoe anders werkt het land waarin ik leef. Hier lijkt een strakke planning het hoogste goed. ‘Op tijd zijn’ de heilige graal.

Ik betrap mezelf er ook op: dat ik verbaasd ben als een Eritrese buurvrouw of Iraanse kerkgenoot stipt op tijd is. En dat ik dan een compliment geef. Alsof je mij (of welke willekeurige Nederlander ook) geen groter genoegen kunt doen. Alsof dat de kern is van onze Nederlandse identiteit. Dat we verder weinig tijd hebben of nemen, met gedachten alweer in een volgende afspraak zijn, bij boodschappen die nog gedaan moeten worden of het kind dat zo naar zwemles moet…  dat lijkt bijzaak.

Met de paplepel ingegoten

Op tijd komen, plannen, tijdsbesef. Het is er bij mij met de paplepel ingegoten. Mijn wekelijkse kerkbezoek als kind is in dat opzicht een mooi voorbeeld. Iedere zondagochtend, iets voordat de kerkdienst begon, kregen mijn zusje en ik beiden een rolletje met vijf mini mentosjes. De kerk begon om 9.15 uur. Op precies dat tijdstip zwaaide de deur van de consistorie open en marcheerde de dominee, gevolgd door een kleine stoet ouderlingen en diakenen, naar de preekstoel. En precies op dat tijdstip nam ik mijn eerste mentos. Om half 10 volgde de tweede, kwart voor tien de derde en zo verder.

Op mijn horloge hoefde ik als achtjarige al lang niet meer te kijken: ik wist exact hoe laat het was. Met een mengeling van verwondering, jaloezie en irritatie kijk ik nu naar mijn (niet-Nederlandse) man: een notoire laatkomer. Ook als hij ruim van te voren opstaat. De tijd ontglipt hem. Waar ik zelf voel dat er ongeveer een half uur voorbij is, heeft hij geen flauw idee hoe laat het is. Steeds opnieuw lijkt hij verrast dat er tijd verstreken is. Wat tijd betreft, leven mijn man en ik in een ander universum.

Tijd voor lange avondmaaltijden met louche figuren

Maar waar ik tijd besef (en me bij tijd en wijle een slag in de rondte plan), is hij degene die tijd maakt. En niet alleen voor de leuke dingen. Heeft er iemand onverwacht hulp nodig met een verhuizing, geldprobleem of een tijdelijke slaapplek, dan is hij degene die alles waar hij op dat moment mee bezig is uit zijn handen kan laten vallen. En terwijl ik eerst bij mezelf te rade ga of het wel uitkomt, heeft hij al gebeld dat hij er aankomt.

Zijn tijd is niet heilig of statisch. Zijn tijd vloeit. Mijn man en vrijwel alle andere niet-Nederlanders die ik ken, zijn, veel meer dan ik, in staat controle los te laten. Eerlijk is eerlijk: het pakt niet altijd goed uit. Soms komen er andere zaken in het gedrang.

En toch: deze manier van met tijd omgaan lijkt veel meer te kloppen met de woorden van Prediker. Lijkt veel meer te kloppen met de houding waarmee Jezus in het leven stond. Zijn tijd was heiliger dan die van wie dan ook. Maar in plaats van een strak georganiseerde rondreis (waarbij hij in een zo kort mogelijke tijd, zo veel mogelijk mensen kon toespreken), durfde hij zich te laten leiden door de mensen en vragen die zich op dat moment aandienden. Er was tijd voor lange avondmaaltijden met louche figuren. Er was tijd om uitgebreid voeten te wassen en tijd om kleine kinderen vast te houden.

Dit ging voor

Een poosje geleden overleed het tienjarige zoontje van Syrische kennissen. Omdat het gezin moslim is, moest de jongen binnen 24 uur begraven worden. De begrafenis was op zaterdag, een dag waarop mijn man moest werken. Maar dit ging voor. Het werk kon ook later. Wat nu van belang was, was dat er mensen van de moskee naar de begraafplaats zouden worden gebracht.  

De dagen na de begrafenis was er gelegenheid om naar het gezin toe gaan en hen thuis te condoleren. Toen we de volgende dag bij hen aanbelden, zat de woonkamer al vol mensen: mannen, vrouwen, Syriërs, Nederlanders, een paar kinderen. De plannen die er waren, waren losgelaten. Hiervoor had iedereen tijd genomen. We aten dadels en dronken sterke Arabische koffie. Er werd gepraat over de jongen. Er werd soms zacht gehuild en af en toe gelachen. Een jonge Nederlandse vrouw bracht de andere twee kinderen naar bed.

Een pleidooi voor het nemen van tijd

We kunnen het wel, dacht ik. Alleen lijkt het alsof er altijd eerst iets ergs moet gebeuren, voordat we weer een klein beetje beseffen wat werkelijk belangrijk is. Begrijp me goed: dit is geen pleidooi voor laat komen of voor een totaal chaotisch leven. Ook geen pleidooi om anderen over je heen te laten lopen, maar een pleidooi voor het nemen van tijd. Ook of juíst als dat niet gepland is.

Tijd voor de dingen die goed, mooi en waar zijn. En tijd voor de moeilijke dingen. Voor het breken, het huilen, het rouwen en voor het planten, zonder dat je weet of de oogst ooit opkomt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *