Wat doe je als het huis van God niet meer als thuis voelt? Jorn besluit te vertrekken…

Theologiestudent Jorn is 20 als hij het gevoel heeft dat hij niet meer kan geloven zoals hij altijd deed. Hij neemt je de komende weken mee in het proces van teleurstelling, afscheid, hoop, ontmoeting en verwondering dat ‘geloven’ heet. En elke week speelt hij er een (zelfgeschreven) liedje bij.

‘Je hebt twee keuzes, Jorn’, dacht ik, terwijl iedereen om me heen zijn of haar vertrouwen in God uitzong. ‘Je kunt blijven, je best doen en binnen een paar weken weer vrienden hebben hier in de kerk. Of je gaat op zoek naar God buiten deze kerk – op avontuur naar een manier van geloven die op dit moment dichterbij je hart ligt.’

Aan dit moment op zondagochtend ging natuurlijk heel wat vooraf. Mijn ouders gingen uit elkaar, ik raakte teleurgesteld in kerkleiders en mijn studie theologie rammelde aan mijn godsbeeld. Ik had vragen, veel vragen. En niet het gevoel dat ik antwoorden zou vinden als ik zou doorgaan met de manier waarop ik geloofde.

Lastige keuze

Op die zondagochtend koos ik met tranen in mijn ogen voor optie 2, de optie van mijn hart. Klinkt heel spannend en nobel: op zoek gaan naar God buiten de muren van mijn kerk. Maar dit was een van de lastigste keuzes die ik ooit heb moeten maken. Het deed pijn. Deze manier van geloven, in deze kerk, met dit bepaalde godsbeeld en deze aanbiddingsmuziek had me gemaakt tot wie ik was. Moest ik dat echt loslaten? Was ‘fake it till you make it’ geen derde optie? Nee, ik moest eerlijk zijn tegen mezelf en schoorvoetend het zachte stemmetje in m’n hart volgen.

Dit was nieuw voor mij. Wat doe je als het ‘huis van God’ niet meer als ‘thuis’ voelt? Vertrekken was voor mij de enige manier om opnieuw in een open ruimte te komen waarin God zichzelf op een andere, nieuwe, frisse manier kenbaar kon maken.

Op zoek naar zekerheden

Niet dat ik God losliet op dat moment, maar ik besloot om eerlijk naar mijn bouwwerk van theologische overtuigingen te kijken. Dat was een soort zelfgetimmerde ark – waarin ik veilig was, maar ook beperkt en afgeschermd van de wereld om me heen.

Nu begon die zelfgemaakte boot lekkages te vertonen, hij viel uit elkaar. De overtuigingen die deze ark lieten drijven waren in mijn kindertijd en tienerjaren gevormd, maar nu ik ouder werd en van het ‘echte leven’ begon te proeven, werkten deze antwoorden simpelweg niet meer. Er kwamen zoveel vragen en twijfels op me af. Het was een chaotische storm in m’n hoofd en hart. Die plek die altijd zo veilig was, leek op ramkoers af te stevenen.

Als iets dreigt te zinken, ga je zo snel mogelijk op zoek naar houvast en zekerheid. In paniek was ik op zoek naar een wrakstuk, wat zekerheden waar ik nog op kon drijven. Maar steeds kwam er weer een golf die alles weg sloeg. Ik vond het vermoeiend.

“Ik ging ontdekken dat God niet in mijn zelfgebouwde arkje had gewoond, maar dat Hij de zee zelf is.”

De zee en het bootje

In die ogenschijnlijke afwezigheid van God werd ik gedwongen om mijn ark achter me te laten en te erkennen dat ik er niets van begreep. Op dat moment ervoer ik het niet zo, maar in het kapotgaan is God dichtbij. In die kwetsbaarheid mocht ik ontdekken dat God niet in mijn zelfgebouwde arkje had gewoond, maar dat Hij de zee zelf is. Dat Hij mij altijd al omringd had, maar ik toch voor een bootje koos. Hij is die grote zee waarin ik steeds weer mag opgeven, los mag laten. Pas als ik ophoud met het paniekerig bij elkaar houden van planken, kan ik ervaren dat ik kan zwemmen en zelfs kan drijven in deze zee.

God als mysterie

Mijn diepste motivatie om God te zoeken buiten mijn kerk, was het verlangen – of de hoop – dat de God over wie ik zoveel had gehoord nog veel mooier en genadiger en inclusiever en liefdevoller was dan ik tot die tijd had ervaren. Onderweg had ik God namelijk beperkt tot mijn referentiekader. Een kader waarbinnen ik Hem kon begrijpen. Mijn geloof was exclusief: ‘God houdt alleen van je als je dit en dit zegt, zus en zo gelooft, zoveel geld geeft en elke vrije seconde van je tijd dient in de kerk.’ Mooie dingen, maar daar draait geloven volgens mij niet om.

Mijn uitdaging is om een God te ontmoeten die niet te vatten is. Niet volledig kunnen vatten betekent niet dat het ‘minder waar’ zou zijn. God als mysterie is meer ‘waar’ dan de god die ik zo goed leek te begrijpen.

Het lied Nowhere to Lay my Head heb ik geschreven bij deze blog.

De tekst van dit lied vind je hier.

Volgende keer in blog 2: Jorn heeft het gevoel dat hij met lege handen staat en wordt door paniek overvallen…

Jorn den HertogJorn den Hertog: Creatieveling die zingt, schrijft, speelt en af en toe voor de klas staat. Houdt van mensen en meer, zoals Utrecht, hamburgers, poëzie, boeken. Ter afsluiting van zijn opleiding Godsdienst Pastoraal Werk schreef Jorn in 2016, in samenwerking met Lazarus, het afstudeeronderzoek ‘Dakloos – zonder kerk door met God’. Voor Lazarus deed hij ook al verslag van diverse 7keer7-avonden in het land en is hij betrokken bij de cursus Mensen van de weg.

3 reacties op “Wat doe je als het huis van God niet meer als thuis voelt? Jorn besluit te vertrekken…”

  1. ´Hij is die grote zee waarin ik steeds weer mag opgeven, los mag laten.´ Heel mooi en herkenbaar. Dank je wel voor je verhaal.

  2. Bedankt voor je mooie en herkenbare verhaal! Sinds ik God niet meer beperk tot mijn referentiekader wordt mijn geloof steeds groter en mooier. Niet te bevatten zo mooi!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *