Hoe in vredesnaam ben ik als aardig weldenkend mens verslaafd geraakt?

Hanna heeft tot haar schaamte geconstateerd dat ze verslaafd is, aan alcohol. Hoe heeft het zover kunnen komen? En vooral: hoe komt ze uit deze tredmolen van zelfdestructie? 

Ik loop in de dierentuin. Alleen. Tijd voor een break. Even mijn enigszins zelfdestructieve ritme doorbreken, waarin alcoholverslaving een centrale rol speelt. Alcoholverslaving, een woord dat weerstand in me omhoog brengt. Hoe in vredesnaam is het zo ver gekomen dat ik als aardig weldenkend mens in zoiets verstrikt ben geraakt? Dat ik mijn impulsen zo slecht in bedwang kan houden, helemaal in stressvolle tijden?

Gekooide panter

Eenmaal in de dierentuin blijf ik staan bij het berenverblijf. Gekooide dieren draaien wat nutteloze rondjes in een natuurlijk ogende omgeving. Het resoneert bij me, want mentaal voel ik me zo vaak gevangen. Al kijkend naar de beren schiet het krachtige gedicht ‘De panter’ van de Duitse dichter Rilke me te binnen. Rilke schreef dit gedicht over de panter die in een kooi in de Parijse Jardin du Plantes werd gehouden. Het gaat bijna over mij:

Zijn blik is van het langsgaan van de stangen

zo moe geworden dat hij niets meer ziet.

Wel duizend stangen houden hem gevangen

en meer dan duizend stangen is er niet.

De zachtheid van zijn lenig sterke pas

die steeds de allerkleinste kring beschrijft,

is als een dans van kracht rondom een as

waarin een machtig willen is verstijfd.

Niet vaak meer trekt het scherm voor zijn pupillen

geluidloos op-. Dan gaat een beeld erdoor

naar binnen, glijdt door het van spanning stille

lijf naar het hart – en gaat teloor.

(vertaling: Peter Verstegen)

Mijn willen is verstijfd

Verslaving stompt me af, maakt me tot een verzameling symptomen die ogenschijnlijk maar met één oplossing bestreden kan worden. Of dat nu alcohol, porno, gamen, eten of bevestiging is. Ik ga bijna kapot van de welwillendheid, maar desondanks is m’n willen ‘verstijfd’. Het enige wat er is, is een knagend, onbestemd gevoel dat krijst om gestild te worden. Ik kan toegeven, en het stillen met een ontluistering die ik zelf maar al te snel met vrede verwar.

De dag na mijn dierentuinbezoek loop ik spontaan een kerkdienst binnen. We zingen traditionele gezangen. Opeens raakt de tekst van gezang 463 vers 4 me diep:

Heer leg uw stille dauw van rust

op onze duisternis.

Neem van ons hart de vrees,

de lust,

en maak ons innerlijk bewust

hoe schoon uw vrede is

Schone vrede: daar snak ik naar. Het kalmeren van mijn innerlijke storm, zonder compromis. Ik zoek niet langer en probeer me in dit besef te verliezen. Er is hoop, er is een leven zonder repetitieve stommiteit. Maar met een vrede zoals die in beklemmende en panische verslavingen nooit te vinden is. Het enige wat er tussen mij en deze ultieme rust instaat, is mijn drang om het met mijn eigen wilskracht te bewerkstelligen.

Stop. Ik laat los en grijp me met alle macht vast aan de ultieme bron van Vrede, zonder dat ik me daar bewust in hoef te verliezen en een stuk van mezelf opzij moet schuiven. Hier ben ik, een flinke chaos. Omvat me maar in een stille dauw van rust. Waar geen kooi me ooit gevangen kan houden, en waar ik nooit meer uit wil vallen. Adem in, adem uit. Ik ben er, ik blijf er, en dat is voor nu even genoeg.

Hanna is een pseudoniem, haar naam is op de redactie bekend. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *