Jorn verkeert nog steeds in het ‘christelijke wereldje’ en vraagt zich af of hij dit wel kan rijmen.

Nu Jorn naar God zoekt buiten de christelijke subcultuur, voelt hij zich hypocriet als hij dan toch weer op het podium staat en aanbidding leidt: ‘Hoe kan ik dit rijmen? Waarom doe ik dit nog in vredesnaam?’. Tijdens een boswandeling bedenkt hij dat hij zich toch thuis kan voelen ‘in het midden van beide werelden’.

Midden in de christelijke wereld

‘Ben je nu niet hypocriet bezig?’ Dat is een vraag die ik mezelf vaak stelde. Tijdens het resetten van mijn manier van geloven stond ik nog steeds elke maand op het podium bij een (jeugd)dienst of bruiloft. Maar ik was toch juist op zoek naar God buiten alle ‘christelijkheid’? Hoe kon ik dit dan rijmen? Waarom deed ik dit nog in vredesnaam?

“De realiteit is dat ik regelmatig midden in de christelijke wereld sta.”

In mijn vorige blog noemde ik het belang van het ontmoeten van anderen met een soortgelijk verhaal. Leven in kwetsbaarheid. Deze blog meer aandacht voor de spanning die ik ervaar, daar ‘in het midden’. Ik kies ervoor om mezelf niet af te zonderen of te leven buiten de kerk of zonder andere christenen. De realiteit is dat ik regelmatig midden in de christelijke wereld sta.

Wanneer ik geloof dat God ván en vóór alle mensen is, dan moet ik ook leren omgaan met verschillende manieren waarop God wordt benaderd. Betekent ook dat ik me zowel binnen als buiten de kerk op m’n gemak mag voelen. Leren leven zonder muren.

Aanbiddingsmuziek

Tijdens het spelen en zingen van het refrein van Our God, in een aula met een felle, warme spotlight op mijn glimmende hoofd, dacht ik: Waar ben ik mee bezig? Ben jij dit nog wel? Geloof ik nog wel op zo’n ‘grootse’ manier zoals in deze liedjes bezongen wordt?

“Is het nog wel goed om ‘aanbiddingsleider’ te zijn?”

Een weekje later liep ik door het bos en dacht ik terug aan de jongerendienst. Het spelen en zingen ging goed, het was een mooie avond, maar het ‘rijmde’ nog niet in m’n hoofd. Vroeger klopte het wel. Ik zie mezelf nog staan in aanbidding met handen hoog in de lucht. Door aanbiddingsmuziek ervoer ik God en leerde ik van Hem. Hij sprak door de teksten en  veel pagina’s uit mijn Bijbel hebben sporen van opgedroogde tranen.

Tegenwoordig is mijn voornaamste manier van aanbidding niet (alleen) meer de grote aanbiddingsmuziek met veel zekerheden, maar ook vooral stil zijn en wandelen met God. Ik heb niet meer elke keer als ik op het podium sta een giga-godservaring. Is het dan nog wel goed om ‘aanbiddingsleider’ te zijn?

Tijdens mijn wandeling in het bos ontdekte ik een aantal handvatten over geloven ‘in het midden’.

Ruimte om God te ontmoeten

Ik probeer terug te gaan naar de kern. Het doel van de aanbiddingsmuziek is een ontmoeting met God. Mijn hart verlangt ernaar om God te ontmoeten. Ik wil samen met de mensen in de zaal God ontmoeten en versteld staan van wie Hij is. Dat is prachtig voorrecht om te mogen doen in een (kerk)dienst.

Mijn eigen ontmoetingen met God vinden niet meer alleen plaats op het podium, maar mijn hart ligt nog steeds volkomen bij het creëren van ruimte voor deze ontmoetingen. Ruimte waar mensen op hun eigen manier God kunnen ontmoeten en Zijn liefde kunnen ervaren. Dat doel wil ik dienen – welke manier of ‘taal’ daar ook bij hoort.

“God laat zichzelf steeds weer kennen in onze (veranderende) context.”

Mensen spreken in verschillende talen met en over God. God is dienstbaar en laat zichzelf kennen in de taal die mensen over Hem spreken. In onze persoonlijke reis met God beginnen we een bepaalde taal met Hem en over Hem te spreken. Gaandeweg verandert dit beeld en deze taal ook – God laat zichzelf steeds weer kennen in onze (veranderende) context.

Verschillende talen

De taal die ik spreek met God is op dit moment vooral in stilte, in de natuur en soms met muziek. Anderen hebben juist een ontmoeting met God tijdens het Bijbellezen, samenzijn of in het zingen van aanbiddingsmuziek in een kerkdienst. Dit is simpelweg een andere taal die je kunt spreken met (en over) God. Het werkt niet als ik ‘mijn taal’ die ik met God spreek, opdring aan anderen. Het is juist mooi om samen de veelkleurigheid van God te vieren.

Er zijn verschillende manieren om God te omschrijven. Er is ook niets nieuws onder de zon. Paulus deed ook aan contextualiseren. Hij schrijft aan de gemeente in Korinthe dat hij voor de Joden als een Jood is geworden en voor de Grieken een Griek. Hij spreekt verschillende talen over God. Paulus spreekt zelfs in Athene over de ‘onbekende god’ om daarmee Gods goede nieuws aannemelijk te maken voor de luisteraars in die specifieke context. Dit contextualiseren dient altijd het hogere doel, namelijk: een ontmoeting met God op de plek waar de mensen op dat moment zijn.

In het midden ontmoeten

Deze ontdekking maakt dat ik kan genieten van de ‘tussenpositie’ die ik mag hebben. In het midden van de veelkleurigheid van geloven gebeurt veel en mag ik simpelweg dienen en liefhebben. In het midden ontmoeten de twee kanten elkaar. De verschillen mogen naast elkaar bestaan en ik leer om iedereen te zien als ‘broer en zus’, ongeacht geloofsovertuiging, achtergrond en kerkelijke stroming.

Op dit moment mag ik nog steeds muziek maken of spreken in verschillende kerkdiensten. Dit vind ik een geweldig voorrecht om te mogen doen. God laat zich steeds weer kennen en dat vind ik prachtig. Soms voel ik me helemaal thuis binnen de christelijke context waarin ik muziek maak, soms jeukt het een beetje, maar dat is oké.

Hij is niet ver van een ieder van ons. Paulus weer. Onze verschillen doen er niet zo toe voor God. De laatste tijd leer ik God kennen als een niet-te-vatten mysterie, maar ik raak wel overweldigd door Hem. Er zijn momenten dat ik overrompeld word door schoonheid, leven, liefde en hoop. God verrast en nodigt uit tot liefde.

Sleeping at Last

Bij deze blog een cover van een liedje van Sleeping at Last,  want ik had het zelf niet beter kunnen schrijven. Ryan O’Neal schrijft de mooist teksten, en ze passen goed bij ‘het leven in het midden’.

Grey is not a compromise – it is the bridge between two sides.
I would even argue that it is the color that most represents God’s eyes.

In zijn volgende blog staat Jorn stil bij verwondering. 


Jorn den Hertog: Creatieveling die zingt, schrijft, speelt en af en toe voor de klas staat. Houdt van mensen en meer, zoals Utrecht, hamburgers, poëzie, boeken. Eerder deed Jorn voor Lazarus verslagvan diverse 7keer7-avonden in het land en is hij betrokken bij de cursus Mensen van de weg.

Nu schrijft Jorn voor Lazarus een serie van zeven blogs over zijn proces van teleurstelling, afscheid, hoop, ontmoeting en verwondering dat ‘geloven’ heet. En elke week speelt hij er een (zelfgeschreven) liedje bij.

Foto: Suzanne Lok-Smallenbroek

3 reacties op “Jorn verkeert nog steeds in het ‘christelijke wereldje’ en vraagt zich af of hij dit wel kan rijmen.”

  1. Herkenbaar, wat je schrijft..
    Ook ik bevind me vaak ergens between the altar and the door. Voor mij staat dat zinnetje symbool voor hoe ik me verhoud ten opzichte van de kerk en mijn rol in die kerk. God is altijd daar waar ik ook ben.. verborgen aanwezig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *