Zere spieren, een rammelende maag en heel alleen: pelgrim Rudolf wil naar huis

Zo euforisch als Rudolf begon aan zijn pelgrimstocht naar Santiago de Compostella (Camino), zo moedeloos voelt hij zich na vier dagen lopen. Zijn conditie valt tegen, net als de ontmoetingen met andere pelgrims. Hij wil naar huis. 

Locatie: Uterga, (na Alto del Pérdon)

Na een busreis van achttien uur trek ik vanuit het sfeervolle St. Jean Pied de Port door de Pyreneeën naar Spanje. Op sommige plekken van de route ligt nog sneeuw langs de kant en overal stromen kleine beekjes vrolijk gorgelend met me mee. Het is lente, en er is genoeg water om ook een heel aantal paden te overstromen en in modder te veranderen. Sommige bomen beginnen al bloesem te dragen. Af en toe vliegen er vrolijke gele vlinders een stukje met me mee. Monter stap ik door. Het avontuur is begonnen!

Alles in m’n lichaam doet zeer… 

Het is pittig klimmen en dalen. Net zoals de route gaat ook mijn gevoel omhoog en omlaag. Op de vierde dag wandelen zak ik ’s middags moe neer op een steen langs de kant van de weg. Alles in mijn lichaam doet zeer. Mijn conditie valt me bar tegen. En wat is die backpack zwaar…

Alle winkels en cafés waar ik langskom zijn dicht. Het Camino-seizoen begint namelijk pas in april. Dat nog niet alles open zou zijn, wist ik wel, maar dat ik na vier uur lopen nog niets gevonden heb en alles dicht aantref… Ik knabbel op de laatste stukjes van mijn chocoladereep-voor-noodgevallen. Het miezert zachtjes.

Uterga Camino

Tegelijkertijd met mij zijn er zo’n twintig andere pelgrims gestart. Iedereen loopt zijn eigen tempo en afstanden. Veel Spanjaarden en Zuid-Koreanen. Beide nationaliteiten spreken nauwelijks Engels, en mijn Spaans is niet goed genoeg om een fatsoenlijk gesprek te voeren. Ik mis een goed gesprek en vraag me geschrokken af of dat de hele Camino zo gaat blijven. Ik voel me alleen en mis mijn familie en vrienden.

Ik sluit mijn ogen om de tranen die omhoog komen tegen te houden. Wat doe ik hier? Hoe kan ik hier weg? Ik wil naar huis. ‘God’, zeg ik, ‘Waarom ben ik hieraan begonnen? Ik weet het niet meer. En waarom dans ik hier niet vol geluk over de paden? Het is toch geweldig dat ik hier kan zijn en dit kan doen! Waar slaat dit rotgevoel op?’

Hoe intiem om iemands hartslag te horen

Het is te koud om lang stil te zitten en ik hijs mijn rugzak weer op mijn rug en loop door over het modderpad. Terwijl ik loop komen de woorden listening to the heartbeat of God naar boven. Luisteren naar de hartslag van God. Ooit kwam ik die in een Keltisch boek tegen en sindsdien zijn ze me altijd bijgebleven.

Doorsjokkend denk terug aan die keren dat mijn hoofd op iemands borst lag en ik haar hartslag kon horen. Hoe intiem ik dat altijd vond. Hoe geborgen het voelde in iemands armen op de momenten dat ik dat nodig had. Een kloppend hart vol warmte en veiligheid.

Dan realiseer ik me wat Hij me vertelt. Dat dat precies de plek is waar ik ben. Dat, in het midden van dit alles, ik in Gods armen ben en dat het daar oké is. Ik mag stil zijn en luisteren naar een hart dat (ook) voor mij klopt. Dat is genoeg. Ik sta stil en realiseer me dat als dat alles is wat ik op deze Camino doe, dat al heel veel waard is.

Dat gevoel verandert niets aan het feit dat mijn spieren zeer doen of dat mijn maag rammelt. Of dat ik aan het eind van de dag op een vreemde plek ga aankomen waar ik nog niemand ken. Dat ik geen idee heb of ik die avond alleen of samen met andere pelgrims zit te eten. Het verandert voorlopig helemaal niets, en toch… Verandert het alles. Bij mij van binnen. Als ik geen backpack op mijn rug gehad had, had je me zeker een paar stappen zien huppelen.

Alto del Perdón (heuvel van de verlossing)

Twee dagen later…

Terwijl ik dit twee dagen later schrijf denk ik terug aan vanmorgen. Hoe ik door mooie groene heuvels in een stralend zonnetje liep. Intens gelukkig. Ik denk aan de lunch met twee Australiërs. Tranen van het lachen stroomden over onze wangen toen we elkaar de hilarische dingen vertelden die we meegemaakt hadden.

Wat een mooie eerste week, ook al was het soms moeilijk. Iedereen komt zichzelf regelmatig tegen op een pelgrimstocht, en dat is helemaal niet prettig, maar wel goed.

Tijd voor een cerveza met een paar andere peregrinos.  Twee natuurlijk, want op één biertje kan je niet lopen. En dat is wat ik morgen weer ga doen. Naar Santiago!


Rudolf (34) vertelt in het normale leven verhalen: face-to-face, aan grote en kleine mensen. Voor Lazarus schrijft hij live over zijn pelgrimstocht door Spanje naar Santiago de Compostella.

Zijn vorige blog lees je hier.

Eén reactie op “Zere spieren, een rammelende maag en heel alleen: pelgrim Rudolf wil naar huis”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *