Rikko Voorberg Lazarus staat op

De markt opheffen

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

De markt opheffen – PopUpGedachte dinsdag 17 april

Toen Oost-Ghouta werd ingenomen door Assad, begon hij daar brood en water uit te laten delen aan de bevolking. Iemand filmt dat gebeuren en de video gaat viral. Want de burgers die net kapotgebombardeerd zijn door Assad en zijn coalitie moeten nu roepen dat Assad geweldig is, dat hij hun president is en meer. Pas dan krijgen ze hun water en hun brood. Degene die brood geeft, is de voorzienige. Degene die brood deelt is God of godenzoon. Zo was het toen, zo is het nog steeds.

Wij zijn er ons niet zo van bewust, omdat de meesten van ons zich geen zorgen hoeven te maken of er voldoende eten is morgen. Wij moeten ons zorgen maken over het feit dat er in de volgende generaties niet voldoende eten zal zijn voor de bevolking van deze planeet, gezien de groei van de bevolking en de uitputting van de aarde, maar dat is een heel abstract begrip. Eten koop je, denken we en we voelen ons zelfstandig. Maar wie voorziet in eten? Wie voorziet in onze gelden? Zolang het goed gaat, voelen we ons onafhankelijk. Maar als de opdrachten opdrogen, de baas dreigt met ontslag, we niet voldoende zijn verzekerd want zzp’er, of onze familie niet kan bijspringen om ons te redden, dan voelen we ons opeens heel afhankelijk.

Brood en spelen leverde de keizer en daarmee had hij het volk in zijn macht. Wie brood kan geven, regeert en het volk zal naar zijn pijpen moeten dansen. Dat is de onveiligheid van de wereld.
In onze tijd zijn het niet meer regeringen die brood geven, maar is de macht in handen gekomen van ongrijpbaarder organen waar ik het fijne niet van weet. Maar die elk jaar nieuwe inkopers aannemen, die van de boeren hun producten moeten werven. Elk jaar een nieuwe lichting, want anders krijgen ze teveel band met de boeren en dat is niet goed. Want elke lichting moet zorgen dat ze de spullen nog weer net iets goedkoper krijgen en bereid zijn om de boeren uit te knijpen. De leverancier wordt uitgezogen, als dat lukt worden er bonussen uitgedeeld aan de top. De overheid moet slechts zorgen dat die bedrijven niet vertrekken, want dat is slecht voor de economie. Grote bedrijven zijn niet slecht an sich, zoals de keizer niet slecht was als instituut in het Romeinse Rijk, alleen macht corrumpeert. Zij zijn onze goden en we hebben er zo weinig over te zeggen als gewone aard-lingen. Zij voorzien in onze nood en ons voedsel en we kunnen er iets van vinden, maar we eten ook elke dag uit hun hand. Zo ging dat toen, het gaat nu anders. Maar niet heel erg anders.

Die Bijbelse boeken doen een poging de almacht te breken van degenen uit wiens hand we eten. Het zijn niet zij die ons voorzien in voedsel, er is een macht achter deze wereld die de mensen zelf op het oog heeft en deelt met wie hij wil – en woedend wordt als iemand oneerlijk het gegeven voedsel verdeelt. Dat is een belangrijke basis van die Bijbelse ideeën. De macht van degenen op aarde is niet zo machtig als ze zelf denken. En met dat we dat gaan geloven, verkruimelt ook hun macht. Want macht word je gegeven.

Jezus van Nazareth doet zo’n broodwonder en weekt het voorstellingsvermogen van de mens los van zijn normale patroon. Brood is iets dat je moet kopen, geld wordt beheerd door degenen die het hebben, ik moet iets voor hen doen, dan geven zij me geld en kan ik eten kopen. Wie is God? De man en vrouw met geld, die kan het geven aan wie hij of zij wil. En dan is er die Jezus van Nazareth die symbolisch 3000 mannen en vrouwen te eten geeft uit het niets.
Of je dat nu gelooft of niet, of het nu kan of niet, het gaat niet om natuurkunde, het gaat om de machtsstrijd. Het breken van de macht van de machtigen en het ontdekken dat er meer is dan de vrije markt. JC breekt in de wereld in omdat in de cultuur van de vrije markt alleen de markt vrij is om te doen wat hij of zij wil. (Niet dat het woord toen bestond, maar je snapt wat ik bedoel). En met hem staat de markt met lege handen en wordt de mens langzamerhand vrij. Onafhankelijker.

Als de mensen dan naar JC toe komen en hem vragen wat het betekent om in hem te geloven, verwijzen ze naar Mozes. Hun grote leidsman die hun brood uit de hemel te eten gaf in de woestijn. Nog zo’n wonderverhaal waarmee ze onafhankelijk werden van de broodvoorziening van de slavendrijver. Ze hoefden niet langer slaaf te zijn, want het regende brood in de woestijn. Jezus voorziet ook in brood en je zou zeggen dat hij daarmee concurreert met de keizer en de machtigen. Fascinerend is echter dat hij niet zegt dat hij degene is die in brood voorziet en dat ze naar zijn pijpen moeten dansen. Hij zegt: ‘Ik ben het brood des levens: wie tot mij komt zal geen honger meer hebben en wie in mijn gelooft zal geen dorst krijgen.’ Ik breek mijn hoofd over wat dat betekent, maar hij gaat niet op de stoel zitten van de machtige keizer en zegt niet: ‘Hij gaf je brood, nu geef ík je brood. Op je knieën dus voor mij.’

Hij ís het brood. En het hele hongergebeuren is voorbij. Je kunt onafhankelijkheid creëeren door meerdere broodaanbieders te installeren op de markt. Je kunt ook het hele idee van dat brood heel hard nodig hebben opheffen. En daarmee is de markt overbodig opeens. Ik weet niet hoe dat werkt. Ik heb ook geen zinnige conclusie. Behalve dat JC niet een busje naast het busje van Assad zet in Oost Ghouta en zegt: kom tot míj in plaats van naar hem. Hij zegt: ik ben het brood dat gedeeld wordt. En roept anderen op om zich ook zo te laten delen. Opdat het systeem verkruimelt van gevers en ontvangers, van macht en onmacht. Brood worden in plaats van brood delen, daar moet ik even op kauwen vandaag.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *