Les van de barmhartige Samaritaan: heb lief aan wie je een hekel hebt

Iedereen kent het verhaal van de barmhartige Samaritaan uit Lukas 10. Maar niet iedereen doorziet hoe briljant slim – en provocerend – Jezus hier bezig is. Rob Bell laat zien dat de kern van dit verhaal gaat over het liefhebben van diegenen waar je juist een hekel aan hebt.

Eerst de vraag begrijpen, dan het antwoord

Vandaag gaan we aan de slag met een bekend verhaal uit de Bijbel. Wat dacht je van het verhaal over de goede Samaritaan? Want iedereen kent dat verhaal. Het gaat over hoe belangrijk het is om mensen in nood te helpen, toch? Dat zou je ervan kunnen maken. En dat kan ook nuttig zijn. Maar dan zou je wel de essentie van het verhaal missen. De meeste mensen missen de clou van dit verhaal uit Lukas 10.

Jezus vertelt dit verhaal in antwoord op een vraag. Hoe meer je de vraag snapt, hoe beter je kan zien hoe briljant en provocerend dat verhaal precies is. De vraag wordt gesteld door een wetgeleerde, die wil weten: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?

‘Let er maar eens op: wat Jezus ook zegt, deze man heeft altijd zijn antwoord klaar.’

De wetgeleerde

Een paar gedachten over de vraag die deze wetgeleerde stelt:

Ten eerste, die wetgeleerde wil het antwoord niet weten. Hij heeft z’n mening al klaar. Dat was wat Schrift-geleerden deden in de eerste eeuw: meningen hebben over de Schriften, waarover ze uren konden praten. Of beter gezegd — debatteren. Dit is allemaal niets nieuws voor deze man, hij behoort tot de elite, al jaren lid van de religieuze gevestigde orde. En let er maar eens op: wat Jezus ook zegt, deze man heeft altijd zijn antwoord klaar.

Ten tweede, als de wetgeleerde vraagt naar het eeuwige leven, vraagt hij niet naar het leven na de dood. Wat er gebeurt na je sterven was niet iets waarover mensen veel praatten in Jezus’ dagen, en het was ook helemaal niet iets waarover Jezus vaak onderwees. In die wereld van de eerste eeuw, die Jezus bewoonde, lag de focus op dit leven, deze tijd, het hier en nu. Niet leven na de dood, maar het leven voor de dood. Dus als je de kans kreeg om in gesprek te gaan met een groot spiritueel leraar of rabbi, dan was een van de eerste vragen die je hem stelde: Hoe krijg ik hier en nu het beste leven, hoe leef ik ten volle, hoe haal ik er het meeste uit?

Eeuwig leven was een uitdrukking die mensen gebruikten om de kwaliteit van het leven mee aan te duiden, het soort leven dat volgt uit leven in harmonie en vrede en verbondenheid met God.

Jezus stelt een wedervraag

Jezus reageert natuurlijk als een rechtgeaard joodse rabbi, en vraagt de man wat de Thora hierover leert. Hij antwoordt op deze manier, want in de joodse wereld van de eerste eeuw waarin Jezus leefde en rondging, ging men er vanuit dat het antwoord op hoe je het beste, mooiste leven ten volle kon leven te vinden was in de Thora. Dit zijn de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Schriften. Genesis, Exodus. Hoe leer je daarin om te leven?

De wetgeleerde was helemaal niet verrast door de vraag die Jezus stelde in reactie op zijn vraag. Goed, laten we hier even stoppen en zien dat Jezus reageert met een vraag op zijn vraag. Dit was dus helemaal niet ongebruikelijk voor die tijd. Jezus stelde tal van vragen in de evangeliën, en hij beantwoordde de meeste met… een vraag.

De wetgeleerde is niet verbaasd, want het leven draaide om de Thora en dus is Jezus’ antwoord-dat-eigenlijk-een-vraag-is de reactie die hij van Jezus verwachtte. De wetgeleerde citeert vervolgens Deuteronomium en Leviticus, over hoe God liefhebben en je naaste liefhebben de belangrijkste dingen zijn die je kan doen — dat zijn de manieren waarop je dit bepaalde leven binnengaat dat ze eeuwig leven noemen.

Het gesprek begin pas…

Dan zegt Jezus tegen hem: Oké, dat is cool.
Nou, niet helemaal nee. Maar het komt in de buurt. Jezus antwoordt: U hebt juist geantwoord; doe dat en u zult leven.

Is dit dan het einde van het gesprek? Waarover kan je het nu verder nog hebben?
De wetgeleerde stelt een vraag, Jezus beantwoordt hem door zelf een vraag te stellen over zijn vraag, hij beantwoordt die vraag over zijn vraag, Jezus vertelt hem dat hij gelijk heeft. Einde gesprek.
Alleen, dat is niet zo.

(Tussen twee haakjes, we zijn nog niet eens aangeland bij het gedeelte over de goede Samaritaan en je kan gewoon ruiken dat er iets zit aan te komen, of niet…?)

Nog meer haakjes, gewoon, omdat het kan: (Als mensen zeggen dat de Bijbel saai is, weet ik gewoon dat ze dat zeggen omdat ze de Bijbel niet echt gelezen hebben. Want als je het echt leest, en de verhalen binnengaat, en de diepte en de achtergrond en de context en de toespelingen en de overdrijving, dan zal je allesbehalve verveeld zijn…)

Maar het gesprek is nog niet voorbij, want de tekst luidt: Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: En wie is mijn naaste?

Wie is mijn naaste?

Oooohhh. Dat is interessant! Deze kerel had de hele tijd al een verborgen agenda! Het is doorgestoken kaart. Al dat gedoe van vraag en antwoord en je naaste liefhebben blablabla was allemaal een val! De wetgeleerde heeft een geschil met Jezus, hij is het oneens met Jezus en zijn gevraag was een manier om tot de kern van het conflict te komen. Dat heeft iets te maken met wie je naaste is. Alsof hij zegt:

Yeah, yeah, yeah, we kunnen de hele dag wel ons aan de Thora houden en het eens zijn dat je naaste liefhebben de manier is om deel te krijgen aan het eeuwige leven, maar we weten allebei wel dat jij en ik, Jezus, het niet eens zijn over wie zelfs maar je naaste is…

En op dát punt begint Jezus met een verhaal over een zekere man die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen en daarna halfdood werd achtergelaten langs de weg. Een priester komt voorbij en gaat aan de overkant voorbij.

“Jezus maakt hier een grapje, want er is geen overkant.”

Laten we hier even stoppen. Dit is namelijk grappig. De weg tussen die twee steden was een pad, van een paar voet breed, zo’n meter of anderhalf, twee. Met een steile rots. Jezus maakt hier een grapje, want er is geen overkant.

Drie mensen met een dilemma

Dan komt er een leviet aan, en die doet hetzelfde. De priester en de leviet zijn de slechteriken, toch?
Nee, hoor. De man aan de kant van de weg was mishandeld. Dat betekent dat hij onder het bloed zat. En volgens de Thora werd je, als je in aanraking was geweest met het bloed van ander, beschouwd als onrein. En als je een priester bent, of een leviet, dan kan je alleen je volk dienen, trouw blijven aan je God en je bijdrage leveren aan je gemeenschap door ceremonieel rein te blijven. Dus toen ze die man tegenkwamen, moesten ze elk een besluit nemen:

Help ik deze ene man, waardoor ik zelf onrein word, wat inhoudt dat ik voor een bepaalde periode geen dienst kan doen?

Volg je het nog? Als je het verhaal vertelt alsof zij de slechteriken zijn, dan mis je de essentie. En we komen bijna bij de clou.

“Samaritanen waren de IS-Taliban-pedofielen-die-puppy’s-schopten van die dagen.”

Dan komt er een derde kerel langs. Ik wil nog weer even stoppen en erop wijzen dat het voor de hand zou liggen dat die derde persoon een wetgeleerde zou zijn, die vervolgens de gewonde man helpt. Dan zou Jezus z’n punt gemaakt hebben tegenover de wetgeleerde over hoe je naaste iemand is die in nood is, die op je pad komt. En dat is hoe veel mensen dit verhaal vertellen. Maar dan mis je dus compleet de kern.

Een goede Samaritaan bestaat niet

Het is niet een wetgeleerde die daar voorbijkomt, het is een… Houd je vast: Samaritaan. En schriftgeleerden en wetgeleerden haatten Samaritanen. Dit is de laatste personage die de wetgeleerde had verwacht in dit verhaal. Samaritanen waren de IS-Taliban-pedofielen-die-puppy’s-schopten van die dagen. Deze haat duurde al generaties lang, en was diepgeworteld. Maar in dit verhaal dat Jezus vertelt, helpt de Samaritaan de man.

Het was zo’n beetje onmogelijk voor die wetgeleerde om dit verhaal aan te horen.

Een goede Samaritaan? Als mensen in onze tijd de uitdrukking goede Samaritaan gebruiken, doen ze dat zonder walging of ironie of nog sterker ongeloof. Het is nu geen schijnbare tegenstelling. Dat was het toen wel. Een goede Samaritaan was een onmogelijkheid. Het kwam domweg niet voor in hun brein. Jezus eindigt zijn verhaal, waarin een Samaritaan de held is, en vraagt aan de wetgeleerde:

Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?

Boem!

Bizar briljant en slim

Zie je hoe bizar briljant en slim en ondermijnend Jezus bezig is? Zeg me dat je het ook ziet – want dit hele gedoe begon ermee dat die wetgeleerde Jezus een strikvraag stelde. En wat doet Jezus dan? Hij vertelt een verhaal dat ergens in het wilde weg lijkt af te dwalen, dan komt er een vreselijk personage het verhaal binnen, die de held blijkt te zijn, en dan draait Jezus de rollen om en vraagt de wetgeleerde

‘Hij kan het woord Samaritaan zelfs niet uitspreken’

Wie was de naaste?
Het antwoord is ‘De Samaritaan’, toch? Ja, dat klopt. Maar hoe antwoordt de wetgeleerde? De man die medelijden met hem heeft getoond.

Oh man. Die wetgeleerde kan het woord Samaritaan niet eens zeggen. Zo diep zit zijn haat. Hij kan het woord zelfs niet uitspreken.

Mensen die je mijdt

Is het je weleens opgevallen hoe mensen vaak de persoon met wie ze getrouwd waren aanduiden als hun ex? Hoe zelden hoor je hen eigenlijk de naam van diegene uitspreken? Namen verbinden ons, namen hechten ons aan elkaar. Een naam creëert intimiteit. Het voelt toch vreselijk om iemands naam te vergeten?

Maar deze wetgeleerde, hij kan Jezus’ vraag zelfs niet beantwoorden door de naam te zeggen. Hij antwoordt simpelweg met de man.

Dat is je naaste. Jij wordt geroepen om die persoon lief te hebben. Dat is waar je het eeuwige leven vindt. In je naaste liefhebben, degene die je haat, degene die je veracht, degene van wie je wel wilde dat die niet bestond, degene wiens naam je niet eens kan uitspreken.

Goddelijke liefde bewijzen

Natuurlijk zijn er mensen die we mijden. Bij sommige mensen heb je grenzen nodig. Sommige mensen zijn zo giftig en gevaarlijk en kwetsend, sommige mensen hebben ons zoveel kwaad berokkend dat we afstand moeten houden. We hebben hen lief vanaf een afstandje. Dat hoort allemaal bij gezond blijven. Maar zelfs dan vergeven we, zodat haat en bitterheid ons niet levend zullen verslinden.

Zie je waarom ik begon met de essentie van het verhaal? Je kan het lezen als een verhaal over hulp bij pech onderweg, dat is prima, en misschien zelfs nuttig, maar Jezus roept ons tot iets wat nog veel groter en hoger en dieper is en alles overtreft. Jezus roept de man op om lief te hebben zoals God liefheeft. Dus iedereen. Zelfs de mensen aan wie je het meest een hekel hebt. Jezus daagt die man uit om goddelijke liefde te bewijzen aan diegenen die je het moeilijkst kan liefhebben. Daarover gaat het hier. Dat is het antwoord op de vraag. Dat is waar het eeuwige leven is.

3 reacties op “Les van de barmhartige Samaritaan: heb lief aan wie je een hekel hebt”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *