lazarus - gerko tempelman

Ga ik mijn kind alle Bijbelverhalen vertellen?

Gerko weet het niet zo goed. Wanneer gaat hij zijn kind voorlezen uit de Bijbel? Gaat hij zijn kind er überhaupt wel verhalen uit voorlezen? De vragen confronteren hem met zijn eigen twijfel…  

Mijn zoontje is zes maanden. En hij kan steeds meer. Dat is fijn, want daar wordt vader-zijn een stuk leuker van. Hij reageert steeds meer op wat ik zeg en hij begint te kruipen en te eten. En ik sta aan de zijlijn en moedig ‘m aan: goed zo jongen! Toe maar, bijna! Grote vent!

Kortom: ik lieg tegen m’n zoon. Hij is veel, maar geen grote vent. Hij is zelfs allesbehalve een grote vent. Maar ik zeg het wel. Later zal ik vermoedelijk tegen hem zeggen dat hij al héél hard kan rennen en dat hij al helemaal zelf kan lezen! Onzin natuurlijk. Het is het begin van een patroon dat ik vermoedelijk nog heel wat jaartjes ga volhouden.

En binnenkort lees ik hem misschien weleens een verhaal voor uit de Bijbel.

Help. Ik lieg tegen mijn kind.

Geloven in sprookjes

Eigenlijk liegen wij mensen elkaar voortdurend voor. Op Moederdag liegen we allemaal dat onze moeder de liefste van de wereld is. En we liegen tegen onze partners tussen de lakens. Als een bruidegom zegt dat zijn bruid de mooiste vrouw ter wereld is, fronst niemand z’n wenkbrauwen. Althans, meestal niet.

De denker Jacques Lacan zou zeggen: dat is om vat te krijgen op de verwarrende wereld om ons heen. Kinderen hebben dat nodig. Juist als ze zelf ervaren dat ze lang niet zo hard kunnen rennen als alle andere mensen, willen ze graag horen dat ze het wel kunnen. Maar grote mensen hebben dat net zo goed nodig. We hebben er social media voor uitgevonden.

Het menselijk leven bevindt zich tussen dat wat je bent en dat wat je zou willen zijn.

Het menselijk leven bevindt zich tussen dat wat je bent en dat wat je zou willen zijn. Het is bij veel mensen niet moeilijk te achterhalen wat ze zouden willen zijn. Bekijk hun online profielen en je weet het. We denken na over iedere post op social media. Elk stukje online informatie hoort bij een zorgvuldig gecreëerd beeld dat we van onszelf maken. Zelfbedachte sprookjes. Halve waarheden.

Sprookjes zijn niet onschuldig

Geloven in sprookjes, zou Lacan zeggen, hoort bij het mensenleven. Hij noemt dat het imaginaire domein. Zonder die sprookjes zouden we alle grip op onze verwarrende wereld kwijt zijn. Maar sprookjes zijn niet helemaal onschuldig. Ze communiceren op de achtergrond iets mee over wat we belangrijk vinden. Lacan noemt dat het symbolische niveau.

Als wij onze dochters in prinsessenjurken hijsen en onze zoontjes Batman leren nadoen, dan communiceert dat iets over wat wij belangrijk vinden. Het hoogste ideaalbeeld voor een meisje is een prinses en voor een jongen een superheld. We communiceren er heteroseksualiteit mee, het verlangen beter te zijn dan de rest en dat het goed is om het kwaad te bestrijden.

Als er gemorreld wordt aan onze symbolische kijk op de wereld, dan leidt dat onvermijdelijk tot controverse. Een homoseksuele Disney-held, zoenende mannen op posters, de zwartepietendiscussie en kritische noten over de islam. Logisch, je vertelt je zoon ook niet dat hoe hij rent lachwekkend is of je dochter dat ze wat betreft lezen nog een hoop te leren heeft.

De confrontatie met de realiteit is te pijnlijk

Er is nog een derde niveau, zegt Lacan: de realiteit.

En die realiteit kom je vroeg of laat tegen. De realiteit kan je aanvliegen en overvallen. Of het kan een knagend gevoel zijn in je binnenste dat nooit weggaat. ‘Ik ben helemaal niet zo gelukkig als mensen denken’. Of: ‘Als ik eerlijk ben, ben ik super onzeker over mijn uiterlijk’

Een kind weet heus wel dat ‘ie niet hard kan rennen. Of nog lang niet kan lezen. Maar het duwt dat besef liever weg. Net als jij en ik. We beseffen misschien best dat we niet volmaakt zijn, maar liever werpen we een schijnwerkelijkheid op. De confrontatie met de realiteit is pijnlijk.

Kan ik mijn kind de Bijbel wel voorlezen?

Ik ben zelf opgegroeid met Bijbelverhalen. Ik denk dat mijn ouders ze al aan me voorlazen toen ik zo oud was als mijn zoontje nu. Ergens ben ik daar blij mee, want ik vind het belangrijk de verhalen te kennen. Net als Griekse mythologie – ook heel belangrijk. Maar ga ik doen wat mijn ouders deden? Ga ik mijn kind al deze verhalen vertellen? Ik twijfel.

Waar ben ik bang voor? Dat mijn zoon de verhalen letterlijk zal nemen? Goed mogelijk, want als ik ze hem vertel, zal dat in eerste instantie gebeuren. Aan de andere kant: is dat erg? Ik vertel hem meer dingen die feitelijk niet zo zijn. Zoals dat hij al heel groot is. Ook zal ik hem ooit de Grote Vriendelijke Reus voorlezen – ook een verhaal dat niet echt gebeurd is.

Misschien ben ik banger voor het symbolische niveau. Wat communiceren die Bijbelverhalen over hoe hij de wereld zou moeten zien? Noach met z’n boot: God redt hem wel, maar de rest van de wereld niet, want ze luisterden niet naar God? Ingewikkeld symbolisch niveau. Of: Jezus aan een kruis: een mensenoffer voor mensenzonden. Wat communiceer ik daar allemaal mee?

Ik ontkom er niet aan mijn kind sprookjes te vertellen

Mijn probleem is natuurlijk dat ik zelf vaak niet weet hoe ik de Bijbel het beste kan lezen. Is de Bijbel een sprookjesboek? Nee, dat vind ik te kort door de bocht. Is het een boek met een belangrijke moraal? Soms wel, maar zeker niet altijd (Noach!). Ik weet het gewoon niet zo goed.

Misschien zou Lacan zeggen dat mijn kind voor mij de realiteit is die ik liever zelf niet onder ogen kom. Ik ontkom er niet aan hem sprookjes te vertellen. Dingen te zeggen die niet echt zo zijn. Maar ik ontkom er vooral niet aan dat ik het zelf allemaal niet weet.

Nog niet zo lang geleden dacht ik dat ik best een aardige jongen was, maar wekenlang nachtbraken haalt het slechtste in je naar boven. Ik dacht dat ik best goed was met kinderen en ze structuur en duidelijkheid zou kunnen geven. In de realiteit ben ik vertwijfeld en onzeker. Vroeger dacht ik dat ik wel heldere ideeën had over Bijbelverhalen, geloven en twijfelen. Nu ik er met kinderogen naar kijk, valt dat vies tegen.

Kortom: het sprookje dat ik mijzelf over mijzelf vertel blijkt de grootste leugen.


Gerko Tempelman is filosoof en theoloog. Hij geeft les aan de Vrije Academie. Deze herfst komt zijn eerste boek uit: Ongeneeslijk religieus. Voor meer info: www.ongeneeslijkreligieus.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *