katholiek protestants

Protestantse Steef neemt z’n katholieke vriendin mee naar huis en de grappen blijven maar komen…

Twee geloven op één kussen: Steefs ouders lieten zien dat het wel degelijk kon. Nu heeft Steef zelf een katholieke vriendin… Dat is dan toch even wennen als ze voor het eerst bij hem thuis komt. 

De eerste keer dat Suzanne bij mijn familie thuis kwam, was een heuse vuurdoop. Niet omdat mijn moeder en mijn broertje moeite hebben met het feit dat zij katholiek is en wij protestant – mijn ouders komen zelf ook uit verschillende kerkelijke achtergronden – maar vanwege hun hardnekkige gewoonte om overal grappen over te maken. Elke karaktertrek wordt bij ons thuis op de hak genomen, en dat betekent verder niets – je moet er alleen even aan wennen.

Als Suzanne en ik eind van de middag bij mijn ouderlijk huis in Bodegraven komen, stellen de eerste plaagstootjes van mijn moeder richting Suzanne (over Maria Hemelvaart) stellen nog niet zoveel voor. ’s Avonds komt echter het belangrijkste stereotype over katholieken aan bod: rituelen; de vorm die belangrijker gemaakt wordt dan de inhoud.

Pan als wierookvat

Mijn moeder en mijn broertje zijn samen in de keuken bezig met het avondeten. Suzanne merkt nog beleefd op dat het lekker ruikt, waarop mijn broertje theatraal de keuken uitstapt met de hete pan als een wierookvat tussen zijn ovenwanten geklemd. Als een volleerd priester wuift hij de stoom van de net afgegoten aardappelen de woonkamer in. Later, aan tafel, vraagt mijn moeder tot overmaat van ramp ook nog of het eten Suzanne misschien op de tong gelegd moet worden.

De volgende dag gaat Suzanne voor het eerst met ons mee naar de kerk. We zijn vroeg, ik groet wat bekenden en zij bekijkt vast het boekje. We hebben die zondag toevallig dienst volgens de lutherse liturgie en Suzanne merkt opgewekt op dat het qua opbouw veel lijkt op wat ze thuis gewend is. ‘Kyrie, gloria, credo, sanctus. Het is niet hetzelfde natuurlijk, maar ik herken tenminste wel wat wat is.’

Ook wij hebben onze maffe gebruiken

Vanaf dat moment kan ik het niet meer ‘niet zien’: de rituelen van mijn eigen protestantse kerk. Weliswaar anders dan in de katholieke kerk in Bussum waar ik met Suzanne mee naartoe geweest ben, maar onmiskenbaar rituelen. En niet alleen in de liturgie.

Elke kerk heeft natuurlijk wel zo zijn vaste vormen, dingen die ‘nu eenmaal altijd zo gaan’. Het zijn nota bene vaak die meest koddige dingen die een kerkscheuring veroorzaken of een hereniging in de weg staan. Toen gereformeerden, hervormden en lutheranen in Bodegraven spraken over het vormen van één PKN-gemeente was er discussie over of de mededelingen vóór of juist tijdens de dienst moeten worden voorgelezen, een heet hangijzer.

Je kunt mij dan ook niet meer wijsmaken dat alleen katholieken hechten aan vorm en aan uiterlijk vertoon. Ik denk daarbij aan leden van zangkoren die voorafgaand aan een lied, op het teken van de dirigent, precies tegelijkertijd moeten gaan staan en parmantig hun boekjes openslaan. Of de ingestudeerde optocht van de kinderen, met hun lantaarn op weg naar kindernevendienst.

In de protestantse kerk beroepen we ons op Bijbelkennis en stevige preken, en claimen we dat de inhoud altijd centraal staat. Maar vaak genoeg worden de eerste regels van de verkondiging overstemd door het geknisper van rolletjes pepermunt kriskras door de kerk.

Wij hebben onze maffe gebruiken, net zoals elke andere denominatie. En dat geeft niet, zolang we ons er maar bewust van zijn.

Wel heel snel aangepast

Als we terugfietsen naar huis, zegt Suzanne: ‘Ik weet niet of het nou door die lutherse liturgie kwam, maar het leek behoorlijk veel op thuis.’ Ze kijkt mij aan en knipoogt. ‘Ja,’ reageert mijn moeder meteen, ‘als je erop gaat letten hebben wij toch ook behoorlijk wat dingen ‘voor de vorm’. Vooral bij dat koor. Of bij de kindernevendienst!’

Mijn broertje danst ondertussen op de pedalen. Hij kijkt niet voor zich maar opzij naar Suzanne als hij uitdagend zegt: ‘Toch moet het leuk zijn om eens een dienst bij te wonen waar ook kinderen bij zijn.’ Hij wijkt nog net op tijd uit voor een paaltje, maar slingert daarbij vervaarlijk en valt bijna om.

‘Ik moet toegeven: bij ons in de kerk zijn de meeste mensen inderdaad oud genoeg om zelf hun fiets te kunnen besturen,’ reageert Suzanne direct. Mijn moeder lacht en ik denk: ze heeft zich wel heel snel aangepast aan de gewoonten bij ons thuis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *