Naastenliefde is voor volwassen al lastig. Hoe leer je het dan toch aan je kind?

Wie wordt er nooit kwaad als iemand voordringt bij de kassa? Toch leren we onze kinderen het liefst vooral veel naastenliefde aan. Moeilijke opdracht? Pedagoog Jantine Huisman onderzoekt wat je van kinderen kunt kunt verwachten en geeft tips.

Altijd vriendelijk blijven

Het komt regelmatig voor dat een bepaald kind niet wordt uitgenodigd voor de verjaardagsfeestjes in de klas. Veel christelijke ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen niemand buitensluiten en juist ook omgaan met klasgenootjes die wat minder populair zijn. En vooral altijd vriendelijk blijven! Is dit naastenliefde? Kunnen we dit al van kinderen verwachten?

Laten we beginnen om te kijken hoe er in de Bijbel over naastenliefde gesproken wordt. Naastenliefde is een zeer belangrijk onderwerp in het Nieuwe Testament, volgens sommigen zelfs hét belangrijkste onderwerp. De opdracht tot naastenliefde komt verschillende malen naar voren, waaronder in de welbekende tekst uit Matteüs 22:37-39.

Heb de ​Heer, uw God, lief met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 

Naastenliefde gaat dus om het liefhebben van de ander, maar dan wel net zoveel als je van jezelf houdt. In andere woorden: acht jezelf niet beter, belangrijker en hoger dan anderen. Het gaat om verdraagzaamheid, respect, en barmhartigheid.

De andere wang

Een tekst die voor mij heel mooi omschrijft wat naastenliefde inhoudt, is Lucas 6:27-38. Daar lees je dat naastenliefde inhoudt dat je óók de mensen die jou niet liefhebben lief hebt. Of dat je een aanvaller de andere wang toekeert, dat je geeft zonder iets terug te verwachten, dat je niet oordeelt en dat je iedereen vergeeft voor dat wat ze gedaan hebben.

‘Naastenliefde heeft haar basis in het geloof’

Dit is gevende liefde: je doet iets voor een ander zonder dat je hiervoor iets terug verwacht. Naastenliefde heeft ook een basis in het geloof, want door heel concreet je naaste lief te hebben en te helpen, toon je ook je liefde voor de onzichtbare God. Dit maakt deze deugd net even ander dan bijvoorbeeld de algemene Nederlandse waarde van respect voor anderen.

‘Wie wordt er nou nooit kwaad als iemand voordringt bij de kassa?’

Naastenliefde is ontzettend moeilijk

De opdracht tot naastenliefde is een opdracht die zelfs al voor veel volwassenen erg lastig is. Het is soms ontzettend moeilijk om iemand welwillend tegemoet te komen, als je weet dat deze geen respect voor je heeft. Daarnaast is het vrijwel onmogelijk om maar altijd vriendelijk en liefdevol te zijn. Ik bedoel: wie wordt er nou nooit kwaad tijdens het autorijden, of als er bijvoorbeeld iemand voordringt bij de kassa. Het vragen om naastenliefde van je kinderen is dan ook iets wat alleen in hele lichte mate kan.

Natuurlijk kun je wel beginnen met het bijbrengen van de basis van naastenliefde aan je kinderen. Bijvoorbeeld door eens te kijken naar de praktische werken van barmhartigheid: het voeden van de mensen die honger hebben, het kleden van de naakten. Of het aansporen op vriendelijkheid naar iedereen.

‘Herinner je kinderen aan het feit dat ze soms ook zelf wel eens chagrijnig zijn.’

Leer je kinderen om mensen met respect te behandelen, om anderen niet te pesten. Vraag ze om altijd te proberen het goede in mensen te zien. Leg bijvoorbeeld uit dat iemand die gemeen doet,  wel een heel slechte dag kan hebben. Of herinner je kinderen aan het feit dat ze soms ook zelf wel eens chagrijnig zijn.

Niet te veel verwachten

Er zijn genoeg organisaties die naastenliefde tastbaar maken, bijvoorbeeld door aan te geven waarvoor  kinderen geld sparen in de klas. Zoals een koe of geit, of dekens voor vluchtelingen. Kinderen krijgen daarna vaak ook foto’s toegestuurd van het dier of de producten waarvoor ze gespaard hebben.

‘Verwacht niet teveel van je kinderen’

Of het vullen van een schoenendoos met speelgoed en gebruiksvoorwerpen voor de actie schoenendoos. Vraag je kind hier ook een stuk speelgoed van zichzelf in te stoppen. Zo leren kinderen om iets voor een ander te doen, zonder hiervoor iets terug te verwachten, de basis van naastenliefde.

Verwacht zelf alleen niet teveel van je kinderen op dit vlak. Zeker kleuters zullen de wereld zwart-wit bekijken: mensen zijn stom, of mensen zijn leuk. Een grijstint zit er vaak nog niet tussen. Bovendien zien kleuters zichzelf als het centrum van de wereld. Ze kunnen wel regels opvolgen, maar zodra het ouderlijke toezicht weg is, worden de regels ook niet meer gevolgd. Dit heet ook wel externe motivatie. In deze periode is het dus met name de praktische kant van naastenliefde die uitvoerbaar is. Samen anderen helpen, samen vriendelijk zijn voor een ander enzovoort.

In gesprek met oudere kinderen

Hoe ouder kinderen worden, hoe genuanceerder ze naar de wereld kijken. Dit betekent dat zij mensen niet meer alleen als stom of lief beschouwen. Meestal begint deze periode bij kinderen rond een jaar of acht. Zij krijgen dan meer inzicht in sociale relaties en gaan interesse in cultuurverschillen en leefomgeving tonen. Echter, in deze periode hechten kinderen ook een steeds grotere waarde aan rechtvaardigheid. Daarom zien zij het je vijanden liefhebben als een zeer moeilijke taak.

Het beste is om hierover in gesprek te gaan. Vertel bijvoorbeeld wat jij zelf moeilijk vindt aan het liefhebben van je vijanden en hoe je dit aanpakt in lastige situaties. Zo kun je jouw kind begeleiden in dit proces.

Een tip kan ook nog zijn om samen het verhaal van de barmhartige Samaritaan te lezen, of een stukje uit de kinderbijbel over de bovengenoemde tekst uit Lucas of Matteüs. In de Samenleesbijbel vind je verschillende kleine opdrachten en vragen, waardoor je kind ook actief aan de slag kan met deze Bijbeltekst.

En bedenk: wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat dan ook een ander niet.
Zoals niet-vrienden uitnodigen voor een verjaardag.


Jantine Huisman is godsdienstwetenschapper, pedagoog en kerkelijk werker Jeugd en Jonge gezinnen. Ze vraagt zich af hoe je geloofsopvoeding aanpakt en combineert in haar zoektocht haar praktijkervaring met de theorie uit de boeken. Voor Lazarus schrijft Jantine blogs over opvoeding.

Eén reactie op “Naastenliefde is voor volwassen al lastig. Hoe leer je het dan toch aan je kind?”

  1. Tegenwoordig maak je het (in sommige) Kerken mee dat -zo lijkt het- ouders hun kroos niet meer tot de orde ‘willen’ roepen. Er is een hoop onrust in de Kerk merkbaar. Tijdens een dienst hoor je op de achtergrond een hoop gestommel/praten en continue het gebleeeer van baby’s. Wat is er toch aan de hand, waar is die stilte en orde toch gebleven vandaag de dag ? Dat dit in het openbare leven al aan de gang is, is al erg genoeg, maar nu schijnt het ook al doorgeslagen te zijn naar de Kerk, waarom ? Pesten is van alle dag dit komt zowel bij kinderen als bij ouders voor. Daarbij zijn kinderen in de omgang ook vaak eerlijker als volwassenen. Als je met iemand problemen hebt, kan dit hele nare gevolgen hebben. Zeker als je er b.w.v. dagelijks mee geconfronteerd kan worden. Dan is en blijft het ontzettend moeilijk om die persoon(en) te vergeven, lief te hebben, en te bidden. Het is en blijft een lastig verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *