Rob Bell: ‘Kun jij je aartsvijand vergeven?’

Voor Rob Bell zijn ‘de vreemde dingen’ in de Bijbel het leukst want ze vertellen een groter verhaal. Zoals bij het verhaal van Jona, de man Gods die wegrent van God. Op de boot vol heidenen is hij de enige die niet bidt en als klap op de vuurpijl blijken de schurken in Ninevé ook nog eens open te staan voor Gods boodschap. De onderliggende vraag in dit verhaal is: kun jij je aartsvijand vergeven en een kanaal zijn waardoor Gods reddende liefde naar hen kan stromen? 

Schurken

We lezen een stuk uit Koningen 15 en 18:

In die tijd viel koning Pul van Assyrië het land binnen (…) Koning Tiglatpileser van Assyrië viel het land binnen. Hij voerde de inwoners als ballingen mee. (…) Koning Salmanassar van Assyrië trok tegen Samaria op en belegerde de stad.

Binnenvallen, deporteren en belegeren. Met andere woorden; die Assyriërs waren schurken. Gemeen, bruut, gewelddadig, onderdrukkend. De Assyriërs hadden het talent om het leven van de Israëlieten knap zuur te maken. Jaar na jaar na jaar.

Binnenvallen: dat is wat er gebeurt als je een leger bouwt, een ander land in marcheert en het inneemt met macht, kracht en geweld.
Deporteren: je neemt de inwoners van het binnengevallen land gevangen, haalt hen onder dwang uit hun huizen, neemt hen hun banen, steden en land af en voert ze tot slot naar Verweggistan.
Belegeren: dan omsingel je met je leger een stad, die je daardoor afsnijdt van voedings- en waterbronnen. Dat heeft tot gevolg dat mensen honger lijden en sterven en hun verdediging opgeven.

Ga er naartoe, Jona

Tijdens deze periode in de geschiedenis duikt er een verhaal op van een vent die Jona heet. Jona was een Israëliet. Volgens dit opmerkelijke verhaal vertelt God aan Jona dat hij een boodschap moet brengen aan de stad Ninevé. Een grote stad in Assyrië.

Assyrië? Onze ergste vijand? Die gehate, trouweloze gasten die ons leven steeds weer tot een hel maken? Moet ik mij in het hol van de leeuw wagen – en iets goeds voor ze doen? Meent U dat nou echt?

Jona heeft hier totaal geen trek in. Dus zoekt hij de dichtstbijzijnde haven, gaat aan boord van een schip en zeilt hij de tegenovergestelde kant op.

Even terzijde: Vaak wordt dit verhaal zo verteld dat de focus in het eerste gedeelte ligt op de ongehoorzaamheid van Jona, met daarbij het opgestoken vingertje en de waarschuwing: ‘Zie je wel wat er gebeurt als we niet doen wat God van ons vraagt?’

Toch hebben de eerste luisteraars heel anders op dit verhaal gereageerd. Die mensen hadden de pest aan die Assyriërs. Zouden ze aandacht hebben besteed aan zijn ongehoorzaamheid of zouden ze begrip hebben gehad voor zijn daad?

Onwaarschijnlijk

Jona gaat dus aan boord van het schip, het gaat stormen, er volgt een discussie onder de bemanning over de oorzaak van die storm en uiteindelijk stellen ze vast dat Jona het probleem is. Ze gooien hem overboord, hij wordt opgeslokt door een vis en hij bidt in de vissenbuik, de vis spuugt hem uit, Jona gaat vervolgens naar Ninevé.

De Ninevieten blijken ongelooflijk ontvankelijk voor zijn boodschap en dan eindigt het verhaal met een mega-depri Jona die een eind aan zijn leven wil maken vanwege een plant.
Zo’n verhaal bedenk je niet.

Dit verhaal bevat ongelofelijk veel elementen. Ik kom volgende keer nog even terug op dat inslikdeel door de vis, maar ik begin met het zonderlinge van dit verhaal.

Heidenen gaan bidden

Je zou denken dat wanneer Israëlieten een verhaal vertellen over Assyriërs het duidelijk is wie in de hokjes van goed en slecht, gelijk of fout, rechtvaardig en slecht thuishoort. Maar juist de Israëliet in dit verhaal, die God zou moeten gehoorzamen, rent van God weg. Het gebruikte woord is vlieden, vluchten. Jona vlucht en komt terecht op een boot met een stelletje heidenen dat bidt.

Terwijl de zeelieden bidden dat de storm ophoudt, bidt Jona helemaal niet. Jona ligt te snurken. De heidense zeelieden vragen zichzelf af waar deze storm aan te wijten is en ontdekken dan dat het probleem Jona heet, wat Jona al lang en breed wist.

Als Jona dan uiteindelijk na veel verzet toch in Ninevé aankomt, staan deze Assyriërs ook nog eens open voor Gods boodschap. Zelfs zo wagenwijd open dat de koning beveelt: ‘…Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed.’

Bijzondere details

In die tijd droeg je een boetekleed als je het uitschreeuwde naar God, als je je scherp bewust was van je zonden, als je smeekte om Gods genade. De koning beveelt een ieder om berouw te tonen en een boetekleed te dragen, inclusief de beesten.

‘Merk de vreemde dingen op, want meestal is er een reden voor.’

Een tamelijk surrealistisch detail, op z’n minst gezegd. Een van de vele hints dat de schrijver iets groters in gedachten had. Even terzijde: als je de Bijbel leest, omarm dan de vreemde stukken. Dieren die boetekleden dragen, dat is vreemd. Merk de vreemde dingen op, want meestal is er een reden voor.

In de moderne wereld zijn we vertrouwd met dualisme: je hebt goede en slechte mensen, je kunt goede of foute dingen doen, er zijn mensen die gered moeten worden en er zijn mensen die daarvoor zorgen. In dit verhaal worden al deze categorieën door elkaar gehusseld. De zogenaamd rechtvaardige Israëliet is opstandig en lui en door de bank genomen is-ie een klootzak, terwijl de zogenaamd slechte, verdorven heidenen ontvankelijk zijn en open staan voor Gods boodschap.

Boodschap van dit verhaal

Aan het einde ziet Jona de gigantische verandering van de Ninevieten. Ook zijn hart maakt een verandering door: hij schrikt zo dat hij dood wil. Hij zegt tegen God: ‘Ik wist immers, dat U een genadige en barmhartige God bent, toegevend en rijk aan liefde, U hebt altijd berouw over onheil.’ En hij voegt eraan toe: ‘U kunt mijn levensadem van mij wegnemen, Heer: de dood is mij liever dan het leven.’

Wat een bizar verhaal.
In dit verhaal voldoet geen van de personages aan de verwachtingen. Dat roept vragen op. Bijvoorbeeld de vraag waarom dit verhaal de tand des tijds doorstond. Waarom vonden mensen het belangrijk om dit verhaal te bewaren en door te vertellen? Wat vertelt dit verhaal ons over de mensheid van toen en over God?

Er zijn meerdere antwoorden.

Vraag 1: kun jij je aartsvijand vergeven?

Ten eerste gaat dit verhaal over een man, maar het gaat ook over een volk. Jona wil niet naar Ninevé gaan, omdat de Assyriërs de Israëlieten verschrikkelijk slecht hadden behandeld. Het verhaal beantwoordt de vraag: Kan Jona de Assyriërs vergeven? Maar de echte vraag is: kan Israël de Assyriërs vergeven?

Vraag 2: kun jij een kanaal van Gods liefde zijn

Aan het einde is Jona woedend. Als je iemand die jou iets heeft aangedaan niet hebt vergeven en er gebeurt iets goeds bij hem of haar, dan leidt dat tot stoom uit je neus en oren. Dit brengt ons bij een groter thema uit de Bijbel: volgens het verhaal dat zich ontplooide totdat Jona aan boord gaat, had Israël een roeping om een licht te zijn voor de wereld te zijn en deze wereld de reddende liefde van God te laten zien. Dit geldt al sinds Genesis 12 om precies te zijn. Een roeping waar ze niet haar hebben geleefd.

Er is dus een onderliggende vraag in dat verhaal van Jona: Kun jij je aartsvijand vergeven en een kanaal zijn waardoor Gods reddende liefde naar hen kan stromen? Dat is een vraag voor Jona, en het is een vraag voor Israël.

Dit is waarom het boek Jona niet met een slotsom eindigt, of met een oordeel of details over wat Jona daarna gaat doen. Het boek eindigt met een vraag, een vraag van God voor Jona: ‘Zou Ik dan niet begaan zijn met die grote stad?’

Dat is de vraag voor het Jona-personage in het verhaal, maar op een veel betekenisvoller niveau is het de vraag die de schrijver aan het publiek stelt. Een publiek dat goede persoonlijke redenen had om de vraag met ‘nee’ te beantwoorden.

En hoe zit het dan met het visgedeelte? Daar hebben we het een volgende keer over.


Bekijk meer van Rob Bell

2 reacties op “Rob Bell: ‘Kun jij je aartsvijand vergeven?’”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *