gebed

Hoe monnik Luigi het ultieme geheim van het gebed leerde

Benedictijner monnik Luigi Gioia is enthousiast over bidden. Dat is niet altijd zo geweest, maar hij vertelt in zijn nieuwste boek Zeg het tegen God welke inzichten over het gebed hem hebben geholpen en hoe je kunt bidden zoals Jezus het zijn discipelen leerde… 

Bidden, wat is dat precies? Ik heb het niet over gebeden, maar over bidden; niet over dingen tegen God zeggen, maar Hem ontmoeten, of beter gezegd: ontmoet worden door Hem. Hoe ziet een oprecht gebed eruit, een gebed waarin werkelijk wordt vertrouwd op de kracht van de opstanding?

We moeten op onze hoede zijn om niet te focussen op de beste plek, de ideale omstandigheden en de perfecte manier om te bidden. Want dan zouden we een principiële regel van het christelijk gebed kunnen vergeten: het gebed is er al, het gaat al rond in je hart, waar je ook bent, wat je ook doet, hoe je je ook voelt. Op het moment dat je dat beseft, ben je aan het bidden.

Grote heiligen hebben het gebed vaak aangeduid als ademhalen, of gezegd dat het daarop moet gaan lijken: iets wat zo natuurlijk is dat het altijd deel van je is.

Ik probeer gefocust te blijven, maar word steeds bozer

Ik wil graag een persoonlijk verhaal met jullie delen:

Ik ben zeventien jaar en ik ben net tot levend geloof gekomen. Ik heb de Psalmen ontdekt en ben er helemaal weg van. Ik heb ook een fantastisch boek over bidden gelezen. Daarom probeer ik er een gewoonte van te maken om dagelijks te bidden, of elke dag ‘stille tijd’ te houden, zoals sommige mensen dat zo mooi zeggen. En … Het werkt! Ik had besloten per dag vijf minuten te gaan bidden, maar dat bleek al heel gauw niet genoeg te zijn. Het werden vijftien, twintig, vijfentwintig minuten. Ik besteed er elke dag vijf minuten meer aan en het verveelt me geen seconde. Ik vind het fantastisch, het geeft me zo veel vrede, zo veel vreugde.

Ik weet niet meer hoe het kwam, maar die eerste gelukkige dagen had ik het huis helemaal voor mezelf, dus de stilte en vrede lagen onbeperkt voor het opscheppen. Maar die luxe was van korte duur … Er zijn nog drie kinderen in ons gezin, jonger dan ik, de jongste was toen twee of drie. Ik ben stapelgek op ze, echt waar, maar die schatjes kunnen zo irritant doen.

Probeer het volgende tafereeltje voor je te zien. Ik sluit me op in mijn kamer, ga op een stoel zitten, lees een psalm, lees hem nog een keer, een bepaalde zin raakt me, ik doe mijn ogen dicht en probeer hem met mijn hart te omarmen. De andere kinderen spelen verstoppertje, een van hen is het ergens niet mee eens, ze krijgen ruzie. De kleinste begint op mijn deur te bonzen … Zo frustrerend! Ik probeer nog gefocust te blijven, maar ik word steeds bozer, steeds ongeduldiger, en op een gegeven moment schreeuw ik tegen hen dat ze hun kop moeten houden; niet één keer, maar verschillende keren, tot ik – ontmoedigd en schuldig omdat ik mijn geduld verloor – de handdoek in de ring gooi.

Ik leer een onvergetelijke les

Deze gang van zaken herhaalt zich nog twee of drie keer, en aan het eind van de week praat ik erover met een benedictijner monnik. In dat gesprek leer ik een onvergetelijke les over bidden. Als ik mijn frustratie vertel en vergeving vraag omdat ik boos ben geworden, vertelt hij het verhaal van een christen in Vietnam in een periode van vervolging. Hij was gearresteerd vanwege zijn geloof en zat verschillende jaren in een minuscule cel, die propvol zat met overvallers, moordenaars en andere criminelen.

Toen hij na tientallen jaren eindelijk werd vrijgelaten, zei hij dat het diepe gebed vanuit zijn hart in de gevangenis altijd was doorgegaan. In plaats van afleiding waren het geluid, het ongemak, het geschreeuw en alle vormen van ellende die hij daar had meegemaakt, de brandstof voor zijn gebed geworden. In plaats van een obstakel was het een instrument geworden dat hem had leren bidden.

Bij het afscheid zei deze benedictijner monnik tegen me: ‘De test of je gebed oprecht is, is leren hoe je van alles een gebed maakt.’ Dit was mijn ultieme levensles over gebed.

Geen tijd, boos, down, gestrest?

We gaan ons hierin verdiepen door onze vastomlijnde ideeën over het gebed eens onder de loep te nemen. Hoe vaak komt het op bepaalde plekken en momenten zelfs niet eens bij je op om te gaan bidden, omdat je denkt dat voor gebed de juiste gevoelens, de juiste stemming, de perfecte omstandigheden en veel vrije tijd nodig zijn? Komt de volgende litanie van hindernissen om te bidden je bekend voor? Ik heb geen tijd; ik word constant omringd door drukte, geluid, mensen; ik ben gestrest en sta onder druk; ik voel me boos, geïrriteerd, gefrustreerd en ik ben down.

Stel dat we geluid niet zouden zien als een obstakel, maar als een stimulans om te bidden? Stel dat we boosheid, jaloezie, frustratie – emoties die ons allemaal verschillende keren per dag overvallen – niet langer zouden zien als een belemmering om te bidden, maar gingen gebruiken als de houtsnippers die het vuur van ons gebed brandend houden?

Probeer dit eens: Telkens als ik boos ben, uit ik mijn woede tegen God. Ik vertel Hem waarom ik boos ben en op wie. Is dat soms geen gebed? Telkens als ik gefrustreerd of moedeloos ben, vertel ik God hoe en wat. Is dat soms geen gebed? Telkens als ik me gekwetst voel of ergens mee zit, vertel ik het aan God. Ik zeg het gewoon, tegen God. En al het goede nieuws ook. Als iemand me blij heeft gemaakt, als iets me goed af is gegaan en ik er tevreden over ben, neem ik een paar seconden om God te danken. Is dat soms geen gebed? Begin hier eens mee. Misschien bid je straks wel honderd keer per dag en als je al die snippers bij elkaar optelt, ontdek je wellicht dat je veel langer hebt gebeden dan in je beste ‘stille tijden’ ooit.

Denk nooit dat je eerst je boosheid of je frustratie kwijt moet zijn voor je kunt bidden. Hoe moeilijk het misschien ook is om te geloven, God is oprecht, intens geïnteresseerd in al je gedachten, de mooie en minder mooie; Hij is geïnteresseerd in al je gevoelens, de nobele en lompe. Allemaal!

Het ultieme geheim van gebed

De voor de hand liggende vraag is natuurlijk: hoe? Hoe transformeer je ze tot gebeden? Wanneer is woede alleen woede en wanneer wordt het een gebed? Wanneer is pijn alleen pijn? Wanneer is begeerte alleen begeerte (jazeker, ook begeerte kan een gebed worden!)? Wanneer is haat alleen haat, en wanneer wordt het een gebed?

Wacht eens even! Zei je haat? Haat die een gebed wordt? Gaat dat niet een beetje te ver? Luister maar: ‘Ik haat hen, zo fel als ik haten kan, ze zijn mijn vijand geworden’ (Psalm 139:2). Dit is niet Sauron van Mordor, dit is het boek der Psalmen, de verzameling gebeden die God zelf aan de Israëlieten leerde. Wat transformeert deze schrikwekkende zin tot een gebed?

Wel, één ding om precies te zijn, hetzelfde dat de schrilste pijnkreet die ooit op aarde geklonken heeft tot een gebed maakte: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? (Psalm 22:2). Wat maakt dat deze uitroep niet alleen een pijnkreet of zelfs godslastering is, maar een gebed? Het antwoord luidt: Mijn God, mijn God.

Dit is de alchemistische steen der wijzen, het ultieme geheim van het gebed, dat iedere mogelijke emotie, goed of slecht, nobel of lomp, omsmelt tot het goud van gebed. Vergeet focus, vergeet perfecte stilte, innerlijke rust of vrije tijd. Het ultieme geheim van het gebed ligt in dit Mijn God, mijn God. Ik zeg het tegen God, ik breng het bij Hem, ik ben altijd bij God en ik weet dat God altijd bij mij is.


Luigi Gioia gebedDit  hoofdstuk  met de titel ‘Elke houtsnipper is goed’ komt uit het boek Zeg het tegen God, een aanmoediging om te bidden, KOK, € 17,99

Meer info vind je hier.

 

Meer weten over Luigi Gioia? Lees dan dit interview in Trouw.

 

2 reacties op “Hoe monnik Luigi het ultieme geheim van het gebed leerde”

  1. Maar hoe doe ik dat dan? (Op het moment dat je een bepaalde emotie voelt dat je het ook gebruikt in gebed met God.) Ik heb dit vaak in 1 op 1 gesprekken. Stel dat ik met mijn manager in gesprek ben, en er komt een bepaalde emotie naar boven bv boosheid en ik wil met God bidden. Om het aan Hem voor te leggen waarom ik dan boos ben, hoe en wat. Of Hij mij bv wijsheid kan geven. Hoe doe ik dat dan?
    Ga ik dan mompelen? Of zeg ik het zachtjes (wat mij een rare situatie lijkt te zijn met de manager erbij).
    Groetjes

    1. Op dat moment zelf in je hoofd: “help mij God te bidden” Of een korte zin die bij jou past. In het stuk van Trouw stonden ook nog goede tips benoemd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *