Reinier Sonneveld: ‘We zijn hier om te dansen’

In deze nieuwe serie #nieuw-oud-geloof stoft Reinier Sonneveld oude theologische begrippen af en laat ze weer glimmen. In deel 1 gaat het over een dansende God die mensen heeft gemaakt om (schrik niet) hetzelfde te doen.

Je bent hier om te dansen

Hoe beweeg jij je door dit leven heen? Veel inspirational quotes spreken elkaar tegen. Zo lees ik regelmatig iets als deze: Go with the flow . Force nothing. Let it happen… trusting that whichever way it goes. It’s for the best. Ja, ik weet het. Zucht en steun. Maar goed, veel mensen hebben er wat aan, zullen we maar zeggen.

Betere varianten staan bovendien centraal in diepzinnige religies. Toch krijg ik minstens zo vaak het tegenovergestelde advies, iets als: Only dead fish go with the flow.

Okay… Wat is het nu? Met de stroom mee of juist er tegenin? Accepteren zoals het gaat of juist dwars rage aganst the dying of the light? Toen ik daar zo over mijmerde, dacht ik: het is natuurlijk allebei. En dat ziet eruit als een dans. Je opdracht in het leven is om te dansen.

Ik ben geen beste danser, ik voel me bekeken en klap dicht.

Maar ik ben geen beste danser. Thuis met mijn vrouw en zoontje vind ik het plezierig, maar daarbuiten voel ik me bekeken en klap ik dicht. Als tiener probeerde ik het nog te vergoelijken met dure theorieën. Veel theorieën van diverse filosofen, zo vermoed ik sindsdien, zijn ontstaan om hun eigen sociale onhandigheid te rechtvaardigen.

Toch ga ik nu een heel essay over dansen schrijven. Ik meen namelijk serieus dat God dansachtig is en dat wij mensen onze bestemming bereiken als we dansachtig worden. Jij bent diep van binnen (ja echt) een danser en je bent hier om (schrik niet) te dansen.

Lord of the dance

Met die gedachte ben ik niet bepaald de eerste. Het kwartje viel bij mij toen ik dit liedje van The Dubliners hoorde – en als je weinig tijd hebt, lees dit door en je weet wel zo ongeveer wat ik in dit essay wil zeggen:

Lord Of The Dance
I danced in the morning when the world was young
Danced in the moon and the stars and the sun
I came down from heaven and I danced on the earth
At Bethlehem I had my birth

Dance, dance, wherever you may be
I am the lord of the dance, said he
And I lead you all, wherever you may be
And I lead you all in the dance, said he

I danced for the scribes and the Pharisees
They wouldn’t dance, they wouldn’t follow me
I danced for the fishermen James and John
They came with me so the dance went on

I danced on the Sabbath and I cured the lame
The holy people said it was a shame
They ripped, they stripped, they hung me high
Left me there on the cross to die

I danced on a Friday when the world turned black
It’s hard to dance with the devil on your back
They buried my body, they thought I was gone
But I am the dance, and the dance goes on

They cut me down and I leapt up high
I am the life that will never, never die
I’ll live in you if you’ll live in me
I am the Lord of the dance, said he

The Dubliners – Lord Of The Dance

Deze song is in 1967 gepubliceerd – welk ander jaar kan het ook zijn – en gebaseerd op een waarschijnlijk Middeleeuwse hymne, Tomorrow Shall Be My Dancing Day. Samen met de heren van Mensenkinderen heb ik een vertaling geschreven, je zult het wel een keertje op een cd of Youtube vinden.

Dansachtig

God als danser dus. Dit is natuurlijk een speelse, misschien verrassende metafoor. Op zich al een prima reden om het een tijdje te proberen, maar er zijn ook diepere motieven om te menen dat de diepste werkelijkheid, dat-waar-alles-begint-en-eindigt, dat wat we God noemen, inderdaad dansachtig is?

Uitnodigen, verleiden, aangeven, meebewegen, reageren, improviseren.

Gods dansachtigheid begint inderdaad bij hoe veel mensen hem ervaren. Nu zul je dit woord zelf niet zo snel terughoren, maar wel de dansbewegingen: veel mensen ervaren dat God zelden of nooit dwingt en overrompelt, of andersom, juist passief blijft of verkrampt, maar dat hij kan uitnodigen, verleiden, aangeven, meebewegen, reageren, improviseren –allemaal bewegingen die bij dansen horen.

Je bestemming vinden

Denk aan hoe veel christenen praten over ‘het plan van Gods met mijn leven’. Dit is dan een soort ideaal dat we proberen te ontdekken en waarnaar we vervolgens proberen te leven. Begrijpelijk, want het idee is dat je dán pas voldaan leeft. Seculier is dat later vertaald in termen als: je bestemming vinden, je passie ontdekken, de ware vinden enzovoorts.

Christenen gebruiken diverse aanwijzingen om dat plan met hun leven te vinden, zoals bijvoorbeeld de adviezen van medegelovigen, een bepaalde rust ergens mee hebben, een verlangen hebben, het geweten dat spreekt, een gedachte die opkomt bij het bidden, een Bijbeltekst die (soms onverwacht) wordt gelezen.

Ik ken geen christen die op zijn 15de hetzelfde plan-met-zijn-leven aannam als op zijn 25ste.

Het gaat me er nu niet om of dit werkelijk van God is of niet. Christenen zelf worstelen daar al genoeg mee, gezien de vele preken en discussies over Gods stem verstaan. Mijn punt betreft het karakter van dit proces. Dit blijkt nogal heen-en-weer te zijn. Ik ken geen christen die op zijn of haar 15de hetzelfde plan-met-zijn-leven aannam als op zijn of haar 25ste.

Meestal blijven de ideeën over Gods plan, vaak tot eigen frustratie, vrij vaag en oningevuld en zijn de aanwijzingen dubbelzinnig. Bovendien is het typisch hoe we als christenen tegenvallers interpreteren: die kun je enerzijds als tegenwerking van de Satan zien en dus als aanmoediging om door te gaan op die weg, maar evenzeer als signaal dat God een deur dichtdoet en je dus juist een andere weg moet inslaan.

God heeft geen partituur voor ons leven klaarliggen dat we klakkeloos kunnen uitvoeren.

Heen en weer

Ik bedoel dit niet belachelijk te maken, integendeel: dit dubbelzinnige, zoekende, heen-en-weer karakter van hoe we met God omgaan, is precies het punt. Er zijn in de praktijk -en trouwens ook in de Bijbel- weinig suggesties dat God een partituur voor ons leven heeft klaarliggen, een gedetailleerd plan die we alleen maar hoeven te ontdekken en vervolgens klakkeloos uit te voeren. Evenmin ervaren christenen dat God passief blijft en zich helemaal niet voor ons interesseert.

Het is niet go-with-the-flow, maar ook niet go-against-the-flow. Het is iets ertussenin. Interactief. Improvisatie-achtig. Dansachtig.

Het is dus alsof God harmonieus is maar tegelijk in zichzelf en met ons beweegt – alsof God één is en tegelijk meer dan dat. Inderdaad, zeggen de meeste christenen, het is niet zozeer een solodans of een partnerdans, maar het lijkt het meest op een rondedans – en wel tussen drie personen.

Drie-eenheden

Nu zal bij de meeste lezers wel het woord Drie-eenheid opkomen – inclusief enige vermoeidheid. Dit begrip heeft inderdaad geen beste reputatie. Maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat Drie-eenheid een uitstekend woord is om God te omschrijven, dus bear with me, geef me een paar minuten om het uit te leggen.

Trimurti

Mijn interesse begon toen ik, in een zoekende fase, andere religies begon te bestuderen. Het viel me op dat in tientallen mythologieën de hoogste wezens uiteindelijk tot drie worden herleid. In het Taoïsme zijn er de Drie Reinen, in het Boeddhisme heb je Trikaya, de drie lichamen van Boeddha. En in het hindoeïsme vind je Trimurti, de drie hoofdgoden.

In eerste instantie werd het christendom hiermee voor mij zwakker. Als er overal drie-eenheden zijn, is dat geloof daarin niet uniek meer en maakt het ‘dus’ minder uit of je erin gelooft. Maar na een tijdje werd het juist het startpunt van mijn geloof in een Drie-eenheid: blijkbaar gebeurt het telkens, over heel de wereld, dat als mensen iets goddelijks ervaren, ze de diepe intuïtie ontwikkelen dat dit uiteindelijk drie-achtig is.

Drie uitingsvormen

Maar hoe dan? Laat ik het bij de christelijke ervaring houden. In zekere zin is elke godservaring uniek en als je het zo bekijkt zijn er miljarden-miljarden goden. Toch herkennen christenen in die veelheid een diepe eenheid. Al die ervaringen zien ze als op een of andere manier te herleiden tot een enkele diepste grond, dat-waarachter-niets-meer-te-zeggen-valt. Dit is zo overtuigend gebleken, dat uiteindelijk de meeste polytheïstische religies zijn verdwenen en de monotheïstische zijn blijven groeien.

God om ons, God met ons, God in ons.

Tegelijk ervaren christenen binnen al deze ervaringen, die elk uniek zijn en toch weer bij elkaar lijken te horen, drie-achtigheid. Een groep van de godservaringen die we hebben betreffen de kosmos. Een andere groep betreft andere mensen. Een derde groep speelt zich af in onze geest zelf. Deze groepen ervaringen schrijven we dan toe aan drie personen. Het woord persoon is overigens afgeleid van het Latijnse persona dat masker betekent.

In moderne taal gaat de Drie-eenheid dus over een enkele God die drie basale uitingsvormen heeft. We noemen deze uitingsvormen Vader (die we vooral in de natuur ervaren), Zoon (in medemensen en bovenal in Jezus) en de heilige Geest (in onze eigen geest). Dat is de Drie-eenheid: God om ons, God met ons, God in ons.

Metafoor Drie-eenheid

Laat ik het met een paar plaatjes uitleggen. Een aardige hedendaagse metafoor zou dit filmpje kunnen zijn. Zelfgemaakt, yeah!

Toelichting video: Het idee is dat godservaringen vele vormen en kleuren kunnen aannemen, maar als je inzoomt herken je drie grondvormen en basiskleuren. Dat is een metafoor voor hoe het idee van de Drie-eenheid is ontstaan.

We voelen ons gezien: telkens als we iets van God ervaren is het alsof een bewust, liefdevol iemand zich om ons bekommert. Dat is een ervaring met miljoenen kleuren en schakeringen. Maar als je op dezelfde afbeelding inzoomt, herken je drie basiskleuren: die van een Vader, een Zoon en een heilige Geest.

Drie basiskleuren

Weet je nog hoe het bij oudere beeldschermen was: alle pixels waren samengesteld uit de drie primaire kleuren, rood-groen-blauw, afgekort RGB. Als je kleurendruk onder een vergrootglas legt, zie je hetzelfde: alle miljoenen kleuren zijn opgebouwd uit drie oerkleuren. Evenzo zijn godservaringen te herleiden tot een Vader, een Zoon en een heilige Geest.

Het kleurige plaatje hiernaast zou een aardig hedendaags beeld voor de Drie-eenheid kunnen zijn. In de kern is het puur wit, God zelf, in zijn diepste wezen, datgene wat alles draagt en doortrekt. Naarmate hij naar buiten gaat -en wij hem op de een of andere manier ontmoeten en iets van hem merken- wordt hij drie-achtig.

In al die miljarden-miljarden ervaringen die christenen door de eeuwen hadden met God herkenden ze bepaalde patronen, waardoor ze hem allerlei eigenschappen gingen toekennen en een van die patronen was zijn drie-achtigheid.

Nicky Cruz

Misschien is het voor sommige lezers wat vervreemdend dat ik nog geen enkele Bijbeltekst heb genoemd, bijvoorbeeld als een soort bewijsteksten. Ik denk dat de Bijbel de hoogtepunten van onze gedeelde godservaringen beschrijft. Ik ken in elk geval geen beter voorstel. Dit betekent ook dat de Drie-eenheid en de God als danser begint bij de ervaring en niet bij de leer.

Een interessant voorbeeld daarbij is Nicky Cruz, die sommige lezers misschien kennen van de megaseller Kruis in de asfaltjungle, het verhaal over hoe hij als New Yorkse gangster werd bekeerd. Zijn geloof begon heel intuïtief en anekdotisch, maar later in zijn leven heeft hij een stevig boek over de Drie-eenheid geschreven, The Magnificent Three. Het enige dogmatische werk dat je ooit zult lezen waarin letterlijk messen worden getrokken.

Mijn punt is dat hij eerst God nog ervoer als the thing that sustains me, that feeds me, that keeps me steady when I am shaky.

The thing heeft nog niet eens een naam, maar is al wel drie-achtig! Pas later vindt hij daar de woorden voor, de ‘officiële’ christelijke dogmatische termen, door inderdaad de Bijbel te lezen en allerlei christelijke denkers te spreken. Maar het begon dus bij een ervaring die drie-achtige trekken had.

Wanneer hij de sterrenhemel zag, benoemde hij dat als ‘van de Vader’.

Anders kijken

Vervolgens gebeurde het omgekeerde proces: die nieuwe begrippen die hij had geleerd, werden een bril waardoor Cruz zijn herinneringen en zijn actuele ervaringen ging begrijpen. Wanneer hij de sterrenhemel zag, ging hij dat bijvoorbeeld benoemen als iets van de Vader. Als hij iets herkende uit de verhalen over Jezus in hoe hedendaagse mensen zich opstelden, kreeg dat de term van de Zoon. En wat er in zijn binnenste gebeurde, dat werd van de Geest. Dat proces, het anders leren kijken, daar gaat het me nu om.

God als drie-achtige danser kan een bril worden waarmee je het leven bekijkt en hoe je eigen herinneringen en nieuwe ervaringen gaat interpreteren. Ik zou het zelf niet verzonnen hebben, maar ik hoorde dus dat liedje Lord of the Dance en ontdekte dat het terugging op een heel oude theologische begrippen. Daarna ging ik dat toepassen op hoe ik mijn leven zie.

Perichorese

Ik heb het nu vooral over perichorese, een woord dat de 4de eeuwse denker Gregorius van Nazianze introduceerde en waarin je nog wel ons woord choreografie in terug hoort. Het betekent zoiets als rondedans en het is eeuwenlang een vrij gebruikelijke metafoor voor God geweest. Toch as het woord eeuwenlang uit zicht, tot het in de vorige eeuw weer werd herontdekt door figuren als Jürgen Moltmann, maar ook Tim Keller, Gregory Boyd en Richard Rohr doen er veel mee, allemaal uit heel verschillende tradities, wat veel zegt over de kracht van de term.

Als God een danser is, dan verwacht je overal gedans.

De kwestie is dit: als rondedans inderdaad een adequate term is om God te beschrijven, de diepste werkelijkheid, dan ligt het voor de hand dat de minder-diepe-werkelijkheid, dat-wat-het-diepste-draagt, ons heelal dus, daar ook trekken van heeft.

Als God een danser is, dan verwacht je overal gedans en dan klop je het meest als je meedanst. Hoe dan bijvoorbeeld? Een van de opties is om evolutie heel anders te gaan benaderen. Er is steeds meer bewijs dat het diepste mechanisme in de evolutie niet competitie, maar coöperatie is. Het gevecht in de natuur kun je daarom zien als onderdeel van een grotere dans.

Zijn mensen  concurrenten van elkaar, individuen die uiteindelijk alleen hun eigen belangen kunnen dienen?

Aanvullen en versterken

Veel dichterbij komt natuurlijk hoe je menselijke relaties ziet. Zijn wij uiteindelijk concurrenten van elkaar, individuen die uiteindelijk alleen hun eigen belangen kunnen dienen, en hooguit opportunistische samenwerkingen kunnen aangaan, tot we weer uit elkaar vallen? Is het leven een ‘nulsomspel’, waarbij de winst van de een per definitie het verlies van de ander is? Of, is het mogelijk elkaar op een diep niveau aan te vullen en te versterken?

Eventuele afstoting van de ander hoef je dan niet te interpreteren als een verlies voor jou, maar als een fase in een dans. Bijvoorbeeld zoals het in een tango gebeurt: het vraagt om een reactie van jouw kant, waardoor er uiteindelijk wel degelijk iets mooiers kan ontstaan. Iets wat jullie ieder afzonderlijk niet voor elkaar hadden gekregen. Ik zou het bijna win-win willen noemen, maar die term is nog veel te individualistisch gedacht: er zijn twee winnen die uiteindelijk los van elkaar zijn en niet een hoger, gedeeld doel.

Aloude idee

Zo heeft dit aloude idee van God als perichorese mij in elk geval concreet geholpen om een aantal ingewikkelde sociale contacten met wat meer vertrouwen te benaderen, wat speelser te reageren en zelfs enigszins boven mezelf uit te stijgen.

Want, om het samen te vatten: als de diepste werkelijkheid dadnsachtig is, dan is de rest van de werkelijkheid ook wezenlijk dansachtig en bereiken we onze bestemming het meest als wij ook dansachtig worden.

Meer lezen:

* Richard Rohr, De goddelijke dans
* Fred Sanders, The Deep Things of God
* Nicky Cruz, The Magnificent Three


Reinier Sonneveld (1978) is theoloog en schrijver van diverse boeken, columns en essays. Ook spreekt hij regelmatig op festivals, congressen en in kerken en heeft hij verschillende korte films, musicals en events op zijn naam staan. Reinier is nauw betrokken bij Lazarus.

 

Foto boven artikel: Maxpixel.net

3 reacties op “Reinier Sonneveld: ‘We zijn hier om te dansen’”

  1. laten we dansen, mijn liefste, dansen aan de zee…….
    Dans als uitdrukking van de relatie God en mens. Mooi! en komt dicht bij mijn ervaring, k had er nog niet deze woorden voor, dank je

  2. Het lied ‘Lord of the dance’ is ook (vrij) vertaald door Ben Sleumer en staat in het (nieuwe) Liedboek, lied 839

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *