Peter Pan syndroom

Man, word geen Peter Pan, we hebben je nodig

Het wordt voor mannen steeds makkelijker niet op te groeien, geen verantwoordelijkheid te nemen, en kind te blijven: het Peter Pan-syndroom. Reinier Sonneveld maakt zich grote zorgen.

Jongens en mannen hebben het niet makkelijk in ons land. Het is al vaak gezegd en sinds een paar jaar maak ook ik me er flinke zorgen om, al was het maar omdat ik vader ben geworden van een zoon en ik hoop dat hij eerlijke kansen krijgt.

Nu barst hij van de privileges: mijn vrouw en ik hebben een prima IQ, een van de belangrijkste privileges die een mens kan meekrijgen, wij zijn hoogopgeleid, hebben een goed huwelijk, wonen in een welvarend land, in de meest technologische eeuw. Daarmee heb je statistisch gezien wel de belangrijkste factoren te pakken die succes in het leven bepalen.

Man-zijn, dat helpt niet

Maar het feit dat hij man is, werkt niet mee. Zeker, er zijn een paar mannen aan de top en daar verblijven vooralsnog minder vrouwen, maar dat is een zeer kleine groep. Ik zie niet in hoe een paar mannelijke, zeg, Shell-directeuren, het succes van alle mannen definieert. En zeker, er is een loonkloof tussen mannen en vrouwen, maar die verdwijnt vrijwel als het onderzoek nauwkeuriger wordt en bijvoorbeeld fulltime en parttime werk wordt meegerekend.

Daar staat nogal wat tegenover. Mannen zijn lager opgeleid en doen het slechter op school. Ze leven ongezonder en sterven eerder dan vrouwen. Ze worstelen met grotere taboes rondom eigen ervaringen met misbruik. Ze zijn vaker werkeloos, dakloos en slachtoffer van geweld. Mannen worden voor dezelfde misdaad harder bestraft dan vrouwen. En ja, er is een ‘glazen plafond’ voor vrouwen, maar ook een ‘glazen vloer’: er zitten bovenin relatief veel mannen, maar onderin eveneens. De gevangenissen en tbs-klinieken zitten vol mannen. En ik hoor niemand erover klagen dat vrouwen vrijwel nergens militaire dienstplicht hoeven te doorlopen en dramatisch ondervertegenwoordigd zijn onder vuilnisophalers.

Dus ja, ik maak me zorgen over ons zoontje. Hij heeft een prachtig leven, heus, maar als hij een meisje was geweest, had hij meer kansen gehad. Zelfs als je niet aan die statistiek wilt, erken dan op z’n minst dat alle mensen hun issues hebben en dat we die serieus moeten nemen. En zoals het niet fair is alle problemen van vrouwen weg te wuiven en aan henzelf over te laten om op te lossen, is dat het evenmin bij mannen.

Hoed je voor de kind-mannen

Waar ik me het meest druk om maak, is het zogeheten syndroom van Peter Pan. Oftewel, de man die altijd kind blijft, geen verantwoordelijkheid neemt, van relatie naar relatie slalomt, en het liefst wrokkig op z’n zolderkamertje zit te gamen. Je kent ze ongetwijfeld. Geenstijl zit er vol mee, evenals je kerk, je opleiding, je familie. Graaf even in je geheugen, je herkent ze meteen.

De kind-mannen zijn er nog niet zo lang. Dat komt omdat we vergeleken met vroeger allemaal prinsjes en prinsesjes zijn geworden. Het leven was voor de meeste mensen in het Westen tot medio de twintigste eeuw keihard, zoals het daarbuiten nog steeds vaak is. In zo’n brute wereld komt een kind-man nergens. Na een paar maanden spelen ligt hij in de goot. Als hij zelf al kinderen heeft gekregen, liggen die ernaast. Het leven geeft je bij elke kind-mannelijke neiging een flinke pets in je gezicht, je bent acuut weer wakker en je doet weer volwassen.

Eeuwig kuiken

Die pets is grotendeels verdwenen. Vroeger waren er papa en mama die je beschermden tegen de petsen. Dat is hun rol, maar papa’s en mama’s doen er tegenwoordig nog een schepje bovenop. Als de juf (de meesters zijn vrijwel verdwenen en jongetjes missen identificatiefiguren) je straf geeft of een laag cijfer, grijpen de ouders verontwaardigd de telefoon. Kinderen spelen veel minder vaak buiten en als ze buitenspelen, dan veel minder ver weg en zelfstandig. En sowieso maken we veel minder ergs mee dan vroeger, al was het maar omdat er weinig oorlogen meer zijn en er in de meeste families geen jonge kinderen meer sterven.

Wat allemaal goede genade is, begrijp me goed. Maar dan gaat het verder. Mocht je al op je achttiende uitvliegen – jongens gaan gemiddeld pas op hun 23e het huis uit, twee jaar later dan de meiden – dan neemt ‘vadertje staat’ de rol van papa en mama over. Ben je werkeloos, dan krijg je een uitkering. Word je ziek, dan is er de verzekering. Wil je vrije seks, dan heb je geen risico meer op onvoorzien nageslacht. We blijven in zekere zin eeuwig thuis wonen. De staat springt ertussen als het leven een pets uitdeelt. Alles is een nest – uitvliegen bestaat niet meer. En dus kunnen we eeuwig kuiken blijven.

Waar kunnen mannen nog in uitblinken?

Zeker, vrouwen ook, maar mannen lopen hier gemiddeld een groter risico. Let op dat woordje ‘gemiddeld’. Ik generaliseer hier, doe algemene uitspraken over mannen en vrouwen. Daarmee erken ik onmiddellijk dat er ‘mannelijke’ vrouwen en ‘vrouwelijke’ mannen zijn en dat er ook mensen zijn die zich niet in een van die categorieën herkennen. En toch kun je algemene uitspraken doen: de wetenschap doet niet anders.

Het punt is dat mannen vaker opbloeien van risico’s, gemiddeld meer dan vrouwen. Ze krijgen er energie van. Ze worden wakker als er wat te verliezen en wat te winnen valt. Als ze kunnen shinen, toegelachen en beapplauddisseerd kunnen worden. Iedereen heeft dat ergens, zeker, maar weer geldt: mannen gemiddeld meer. Ze willen niet in de goot belanden, natuurlijk niet, maar wel in de goot kunnen belanden. En in een samenleving waar de gevaren langzamerhand worden weggemasseerd, voelen mannen daarmee hun energie wegglippen. Waar kunnen ze nog voor vechten? Waar kunnen ze nog in uitblinken? Waar is nog de competitie?

Mannen zijn een hunk of een sukkel

Een van de opties in zo’n samenleving is een Peter Pan te worden. Je trekt je maar terug. Als je niet in het echte leven kunt winnen, dan maar in gedachten. Als niemand je toejuicht in het echte leven, dan maar virtueel. Als je nergens een gevecht voelt, dan ga je je schouders ophalen en op de bank hangen.

Daarbij komt dat het voor een man tegenwoordig geen pretje is mediaconsument te zijn. Weer, ja, vrouwen hebben daarin hun eigen kwesties, maar laat ik de mannelijke kant noemen. Bekijk een reclame en wij mannen zijn ofwel de hunk ofwel de sukkel. Ons lichaam wordt geobjectiveerd, of we zijn een loser. En, daar komt de Peter Pan weer, als we ons geen hunk voelen – en vrijwel niemand voelt zich zo – dan zijn we blijkbaar die loser.

Over mannen mag je meer ‘losgaan’ dan over vrouwen. Een voorbeeldje, uit het progressieve blad Nieuwheilig. Paar prima artikelen in hoor, o.a. van ‘onze’ Rikko en Mounir Samuel. Maar dan op die laatste pagina. Echt, je gelooft je ogen niet. En dat is dan gemaakt door en voor het wellevende, hoogopgeleide, welopgevoede deel van onze natie:

Voor veel conservatieve mannen, of het nou moslims zijn of christenen, heeft de onderwerping van de vrouwelijke seksualiteit de hoogste prioriteit.

Dat staat er serieus. Er was geen enkele uitgever, redacteur, eindredacteur, hoofdredacteur, drukker die even de auteur belde en zij: joehoe, wat is dit voor agressieve, seksistische, nergens toe dienende onzin? Een aardige test is het eens om te draaien en een net zo bizarre uitspraak te doen over, zeg, progressieve vrouwen: ‘De meeste vrouwen uit Amsterdam zijn frigide’. Ik verzin maar wat willekeurigs, het gaat me om de omdraaiing: het is net zulke onzin, maar iedereen weet dat dit nooit in zo’n blad was gekomen.

Wat doe je als man in zo’n mediaklimaat, als zelfs de bloem der natie zich vrij voelt je uit te schelden? Nou ja, een van de opties is dus een Peter Pan te worden. Als blijkbaar iedereen roept dat je een seksbeluste sukkelaar bent, dan zal dat blijkbaar wel zo zijn … Het enige wat je dan nog rest is alles maar als een spelletje te zien en een beetje te feesten.

Ook David transformeert in een Peter Pan

Waar dat op uitloopt, zie je in de Bijbel bij David. David begint als vroegwijs jongetje: hij leidt zelfstandig de kudden als hij nog kind is. Bepaald geen Peter Pan. Maar dan wordt hij koning en zijn leven wordt, nou ja, zoals ieders leven tegenwoordig in het Westen. Hij krijgt een luxe die iedereen tegenwoordig normaal vindt. Alleen had hij twintig slaven als wasmachine en dertig slavinnen als stofzuiger. Het effect is hetzelfde: zijn verantwoordelijkheden vloeiden weg.

En dan gebeurt, natuurlijk, de affaire met Batseba. Typische Peter Pan-actie. Hij ziet een naakte vrouw en slaat aan het ‘veroveren’. Hij voelt weer even de adrenaline stromen. Er valt weer iets te winnen en te verliezen. Of nou ja, het is nogal virtueel allemaal. Hij is koning. Ze moet wel. Bijna alsof hij wat klikt met een muis, zullen we maar zeggen. En veelzeggend: net op dat moment is een echte oorlog ver weg gaande en David doet niet mee. Hij vermijdt zijn werkelijke verantwoordelijkheden, verveelt zich thuis en gaat virtueel ‘scoren’.

En dus wordt zijn leven een puinhoop: hij neemt nergens meer zijn verantwoordelijkheid in. Dat blijkt vooral als een zoon van hem een dochter verkracht. David laat het allemaal maar uit de handen glippen. Het dreint en kreunt als een kind. En zijn hele familie ligt uit elkaar. Wie zijn boeltje niet bij elkaar pakt, ziet alles uit elkaar vallen.

Verdwijnen in risicoloze nepgevechten

David is de geschiedenis van een man die in luxe baadt, kind wordt en vergaat. Het verhaal van miljoenen Westerse mannen. Je voelt geen grote gevechten meer, dus verdwijn je maar in risicoloze nepgevechtjes.

Typisch is natuurlijk, ik noemde het al, het gamen. Helemaal prima als het erbij komt. Maar voor miljoenen mannen is gamen hun leven. Risicoloze nepgevechtjes, maar je voelt je weer even vent. Of je kijkt op een schermpje naar de hedendaagse Batseba’s. Het voelt alsof je even iets wint. Het is een risicoloos nepgevechtje.

Of je wordt een mopperaar. Allerlei kleine misstanden – meestal van ‘links’ – aanwijzen en je heel boos maken. Elke avond even Geenstijl checken. Heerlijk. Net alsof je echt met iets bezig bent. Alsof je leven heus wel een beetje zin heeft.

De wereld is in lange tijd niet zo gevaarlijk geweest

De andere optie is natuurlijk een echt gevecht aangaan. Want die zijn er zat. Natuurlijk, de media doen hun best het over niks te hebben, en, zeg, het verschil tussen het woord ‘blank’ en ‘wit’ tot iets héél groots op te blazen, maar intussen werd onlangs de beruchte Doemdagklok naar 2 voor 12 gezet. Een team wetenschappers overweegt regelmatig hoe dichtbij we totale destructie zijn. Het is 65 jaar geleden dat het zo gevaarlijk was: slechts een keer eerder, in 1953, toen net de waterstofbom was uitgevonden, vonden ze het zo doodeng.

Dus, mannen aller landen, kom achter die rotte console vandaan. Je kunt fijn postapocalyptische games spelen, maar intussen dreigt de echte apocalyps. En daar kun jij een niet-virtuele held zijn, serieus. Daar is – o glorie – geen game over. Hoe heerlijk is dat. Je kunt écht naar de gallemiezen gaan. Wat een leven.

Het lijkt alsof alles geruststellend is ingesmeerd en dichtgewatteerd, maar de wereld is in lange tijd niet zo gevaarlijk geweest. Er valt echt wat te verliezen – wat dacht je van: alles. Er valt weer echt wat te winnen – alles. Deze wereld staat op de rand van totale destructie. Dat is in elk geval wat de experts beweren, hoe dat uiteraard ook wordt weggegrinnikt. Want het is doodeng. Maar we leven daarmee tegelijk in een tijd dat een mensenleven er meer dan ooit toe doet. We hebben alle handen, allemaal, nodig om de totale pleuris te voorkomen.

Vecht het vel van je handen

En mocht je niet geloven dat de apocalyps voor de deur staat, overweeg dan gewoon wat er nu al gaande is: de miljarden die in armoede leven, de miljarden die veel te jong sterven, de miljarden die ongezonde ideeën aanhangen, al of niet religieus, de miljarden die alleen maar rotzooi lezen en kijken.

Of kijk naar je eigen leven. Er is zo weinig voor nodig om je eigen situatie tot een hel te maken, je vriendenkring, je werk, je liefdesrelatie, je familie. Er is niets voor nodig, letterlijk. Zie het leven van David. Wordt de apocalyps niet wereldwijd – mensen zijn er dagelijks mee bezig Armageddon op hun huis los te laten. Wees een tijdje Peter Pan en de bommen vallen vanzelf op je leven.

Er valt zoveel te winnen en zoveel te verliezen. Man, please, sluit je aan en vecht het vel van je handen, verzin oplossingen tot je erbij neervalt – geef alles. We hebben je meer dan ooit nodig.

Beeld: Emily Wills via Pixabay

3 reacties op “Man, word geen Peter Pan, we hebben je nodig”

  1. De schrijver moet niet zo zielig doen. Typisch vrouwelijk, problemen bedenken als ze er niet zijn. Dat is dan misschien zijn probleem 🙂

  2. De op z’n minst deels juiste, beschrijving van David’s levensgang en drijfveren gaat het in mijn optiek net als met zijn zoon Salomo. Beide op het schild geheven, maar op grond waarvan? Hoe de wijsheidsboeken van de hand van deze koningen te verstaan en er hoop en levenslessen uit te trekken? Misschien maar beter vergeten wie ze geschreven heeft.

  3. Goed stuk en (eerlijk gezegd) herkenbaar! Doet me ergens een beetje denken aan het gedachtengoed van Jordan Peterson. Een zelfde soort probleemstelling, een andere analyse en ‘oplossing’. Die oplossing m.b.t. de doemdagklok is een interessante, maar wel abstract. Ik vraag me af of dat voldoende motiveert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *