evangelie

Dit is het evangelie: dat er in een vreemde verpakking een prachtig cadeau zit

Op een gewone doordeweekse ochtend stuit Elsa bij toeval op een lichtelijk verwarde man. Ze besluit ‘m een kans te geven en hoort z’n ‘evangelie’ aan… 

Het was op een woensdagochtend dat ik te vroeg naar de plaatselijke bibliotheek fietste. Met in mijn oren de soundtrack van een zoete film nam ik deel aan de choreografie van de nieuwe dag met haar fietsers en bussen, zebrapaden en stoplichten. Voor de deur van de bieb had zich nog een aantal vroege vogels verzameld. Een van de wachtenden was een man; fluoriserende werkjas, zonnebril op zijn kale hoofd. Hij voerde een luid gesprek. Door de muziek in mijn oren duurde het even voordat ik besefte dat dat met niemand anders specifiek was. Het was een monoloog in losse flarden, die geen luisterend oor nodig had om voort te duren. En toch wilde ik de man horen.

Ik heb toch verwachtingen

Het is dankzij Jezus dat ik verwachtingen heb van een man als deze. Een man waar wenkbrauwen zich om fronsen of juist opgetrokken worden, beide op hun eigen manier afkeurend. Jezus zocht het gezelschap van diegenen die afgekeurd werden. Het is ook dankzij denkers als Richard Kearney (lees mijn vorige blog) dat ik alert word als iets mij vreemd is. Dat er juist dan een kans is dat God zich openbaart, al blijft het een gok.

Dus ik ontplugde mijn oren, keerde mijn zittende lijf richting de orerende man, plaatste mijn ellebogen op mijn knieën en mijn handen onder mijn hoofd. En alsof ik aan de voeten van de Rabbi zelf zat, opende ik mij voor wat deze man te zeggen had.

Een slijptol uit z’n tas

Het duurde niet lang voor ik moest concluderen dat er geen samenhang te ontdekken was in zijn woorden. Het ene moment reciteerde hij bijbelteksten (‘Verzamel geen schatten in de hemel’), het andere moment clichématige oneliners uit zelfhulpboeken (‘Geloof in niemand anders dan in jezelf’).
Hij vervloekte de regering, zakkenvullers, hulpverleners en zong – niet onverdienstelijk – liedjes uit de schlager-scene. Ik schrok toen hij een slijptol uit zijn tas haalde, de accu erin plaatste en hem aanzette.
Eén keer eerder heb ik met een verwarde man in een dokterswachtkamer gezeten. Toen hij zich voorover boog zag ik het met keukenpapier omwikkelde mes dat hij tussen zijn broekrand had gestopt. Net als toen maakte ik gek genoeg ook nu geen aanstalten om een plekje verderop te zoeken. In plaats daarvan stak ik al mijn energie in het koortsachtig nagaan van mogelijke doemscenario’s. De man ontkoppelde gelukkig al snel de accu, en het werkgereedschap verdween weer in de tas. Tot grote opluchting van mijzelf en mijn eveneens wachtende buurvrouw.

Net een tikje verwijderd van briljantie

Het irriteerde me dat ik vrij weinig met deze man kon. Dat er geen contact te maken was, terwijl ik hem mijn volledige aandacht gaf. Dat hij in een ander universum leek te verblijven. Het irriteerde me vooral dat ik hem nét niet leek te begrijpen. Het deed me denken aan de positie van de aarde in het heelal, die zich in een perfecte hoek verhoudt tot de zon. Een miniem aantal graden naar links en we bevriezen, een miniem aantal graden naar rechts en we verbranden. Zo leek deze man in zijn wezen net een tíkje verwijderd te zijn van briljantie en nét niet in staat om met zijn woordkunst een volgbaar verhaal te maken. Ik begon af te haken en blikken van verstandhouding uit te wisselen met de rest van zijn publiek. Maar toen wist hij me met één zin toch volledig te grijpen:

Iedereen had bij mijn geboorte geluk. But you don’t wanna hear that.

Verrek. Hij heeft gelijk.

Het evangelie ademt dwarsigheid

Ik wíl niet horen dat deze onnavolgbare, waarschijnlijk gediagnosticeerde, ongeleide man met zijn geboorte een geschenk was. Een persoon om liefde van te ontvangen en aan te geven. Daarmee een geschenk en een bron van geluk voor al het andere dat leeft. Dat hij met zijn luidruchtige binnentreden in mijn werkelijkheid mij wellicht iets te geven heeft, een herinnering aan waarheid die zo snel vervliegt: dat juist middenin dat wat lelijk is de grootste schoonheid kan schuilen. Dat wijsheid te vinden is in wat voor ‘de rest’, ‘de wereld’ of ‘het systeem’ dwaasheid is. Dat het grootste cadeau dat ik te ontvangen heb komt in een verpakking die ik niet begrijp, die mij bevreemdt. Die mij bovenal keihard aan het werk zet om er tóch voor open te staan.

Het evangelie ademt dwarsigheid en staat haaks op wat ik zou verwelkomen als goed nieuws. En juist daarin zou de eeuwige wijsheid van God kunnen schuilen die weet wat ons écht van onze sokken zou blazen. Die weet wat de kracht heeft ons leven écht een andere wending te geven: een cadeau uit onverwachte of verachte hoek, of wijsheid uit onverwachte of verachte mond. Zoals die van mijn fluoriserende profeet voor de deur van de Zwolse bieb op een woensdagochtend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *