regula fidei moeders

Waarom we ‘onze’ Vader bidden en niet ‘mijn’ Vader

Reinier Sonneveld stoft in deze serie oude theologische begrippen af en laat ze weer glimmen. Na ‘perichorese’ is het nu de beurt aan ‘regula fidei’, de regel van het geloof. Oftewel: het zijn de moeders die het geloof overdragen…

Als je gelooft, wie of wat heeft jou leren geloven? Er zijn nogal wat gelovigen op aarde: ongeveer twee derde van de mensen op aarde rekent zich tot de monotheïsten en ongeveer de helft daarvan, een derde van de mensheid dus, kent zichzelf als christen.

Een belangrijke vraag is dus: waar hebben al die miljarden mensen hun geloof vandaan…?

Een droom over een bebaarde man aan een kruis

Ik sprak een tijdje geleden een Koerdische vrouw die was opgegroeid in een klein dorpje in het oosten van Turkije, afgesloten van alle moderne media en zelfs elektriciteit: er was nog nooit een Westerling geweest. Ze droomde op een nacht van een bebaarde man die werd gekruisigd. Ze was ontdaan en de beelden bleven wekenlang in haar hoofd rondzingen. Toen vond ze, zomaar ergens in de buurt rondslingerend op een pad, een boekje. Dat was nog nooit gebeurd: er waren daar überhaupt nauwelijks boeken. Nieuwsgierig begon ze het, hoewel ze vrijwel analfabeet was, te lezen.

Het ging over die man met die baard uit haar droom. Na een paar weken wist ze dat ze deze man wilde volgen. Alleen wat nu? Ze kende geen enkele andere volgeling. Ze vluchtte naar een grotere stad in de buurt en zocht naar kruissymbolen. Ze hintte subtiel op haar verhaal. En toen eindelijk: herkenning in de ogen, een medegelovige! Ze werd geïntroduceerd in de ondergrondse kerk daar, bestaande uit een paar gezinnen, en liet zich na enkele weken dopen.

Belangrijkste kansel staat naast de wieg 

Werkt het zo? Komen mensen op deze manier tot geloof? Zelden. Als ik naar mezelf kijk, heb ik waarschijnlijk het meest geleerd van de liedjes van Elly en Rikkert: 

elly en rikkert

Het hart op de tong, wink wink. Hoe kreeg ik verder het geloof mee? Door de soms spontane gebeden aan tafel. De gravures van Doré in een aftandse Statenvertaling op zolder. De verhalen uit de Kleuterbijbel van Evert Kuijt. De geïmproviseerde, intuïtieve uitleg van mijn moeder.

Ja, dát zijn de belangrijkste bijbeluitleggers: moeders. Wereldwijd zijn het de moeders die het geloof overdragen aan de kinderen. Een kind is gepest en ze troost het. God is bij je … Weet je, Jezus werd ook gepest … Een profeet is juist in zijn eigen dorp niet geliefd, dat zei hij eens … En toen hij werd opgepakt, renden al zijn vrienden weg …

Daar op dat moment ontstaat – als ik zelf terugkijk en in mijn omgeving rondvraag – geloof. Vast niet exegetisch correct, klopt hermeneutisch wellicht geen steek van, de theologen trekken zich de haren uit het hoofd. Maar ze snappen nu wel beter waarom de kerk ‘moeder’ wordt genoemd. De belangrijkste kansel is het stoeltje naast de wieg.

God spreekt tweede persoon meervoud

Dat verhaal over die Koerdische vrouw past beter bij hoe we er ‘officieel’ over denken, althans, in protestants-evangelische kring. Die droom – een duidelijk aanwijsbare werking van de heilige Geest, die moeilijk op een andere manier valt te verklaren, of je moet wel heel dwangmatig alles in het natuurlijke willen opsluiten. Dat Nieuwe Testamentje – gewoon door de Bijbel te lezen, in je up, ontdek je Jezus. ‘Sola scriptura’ heet het dan sinds de Reformatie, ‘de Schrift alleen’, díe doet het.

Maar er schort van alles aan dit ‘officiële’ model. Zo werkt het namelijk maar heel zelden.

Het probleem is vooral: het is veel te individualistisch. Ik snap wel dat als God iets wil in een afgelegen Koerdisch dorpje waar niemand christen is, dat het daar zo spontaan en een-op-een kan gebeuren, maar vrijwel niemand woont in zo’n situatie. We leven vrijwel allemaal op plekken waar het geloof als het ware ‘in de lucht’ hangt, waar er al van alles rondzingt, in de woorden, in de ideeën, in de beelden, in de geesten, en daar pikken we dan wat van op – of niet.

Hét thema van de Bijbel is hoe God met mensen bezig is en in vrijwel alle verhalen is dat niet een-op-een, maar in groepen. God spreekt bijna altijd in tweede persoon meervoud. Jullie – zelden jij. Jezus zei niet: ‘Waar één van jullie is, ben ik’, maar ‘Waar twee of drie in mijn naam bij elkaar komen, daar ben ik.’ We bidden het ‘onze’ Vader, niet ‘mijn’ Vader. Natuurlijk, hij is niet te groot voor een mensenhart, ook daar past hij wel, maar waar mensen bij elkaar zijn, gebeurt blijkbaar iets bijzonders. God is eerder tussen mensen dan in mensen.

In een groep ontstaat gezamenlijke wijsheid

Dat lijkt op wat tegenwoordig ‘wisdom of the crowd heet, crowdsourcing, Web 2.0 (voor de techsnobs onder ons: ja, ik weet dat we tegenwoordig bij Web 27.0 of zo zitten). Het standaardvoorbeeld hierbij is hoe in 1906 op een markt in Plymouth de voorbijgangers het gewicht van een os mochten raden. Niemand raadde het goed, maar toen een statisticus (die zich kennelijk verveelde) de 800 gokken uitvlooide, ontdekte hij dat het gemiddelde van al die antwoorden het meest dichtbij kwam, op een paar kilo nauwkeurig. In een groep gebeurt een soort dynamiek waarin de extremen meestal worden gedempt en er een gezamenlijke wijsheid ontstaat, die de individuele kennis overstijgt en die als het ware ‘in de lucht’ hangt.

Dit wisten we natuurlijk allang. Elke heerser, ja, elk kind, weet dat je verder komt door gewoon even te overleggen, bij voorkeur met een wat ouder iemand. Zo zou je ook het oude gebod ‘eer je vader en je moeder’ kunnen vertalen: wees een beetje Web 2.0, lieve mensuh.

Het ligt namelijk voor de hand dat als God met mensen bezig is, dat hij zich dan ook in die groepsdynamiek begeeft. Als wij meer groepen dan individu zijn, beweegt hij meer in groepen dan in individuen. Hij is dan vooral werkzaam in die ‘wisdom of the crowd’. Hij was al lang Web 2.0. En de Bijbel crowdsourcing. Ik bedoel, dat is niet bepaald een boek van een enkele mediagoeroe die zijn meeslepende visie op het leven deelt en daar dan de royalty’s voor vangt. De Bijbel lijkt meer op Wikipedia. Ook daar wordt voortdurend nog aan gewerkt en bijgesteld door meestal anonieme auteurs, de grenzen daarvan zijn vaag en breiden voortdurend uit, ook daarin staan foutjes die later pas weer hersteld worden, enzovoorts.

We lezen met een enorme bagage

Wacht, wat zeg ik nu? Wordt er nog aan de Bijbel gewerkt? Zijn de grenzen ervan vaag en breiden die nog uit? Staan er foutjes in?

Yup. En daarmee zeg ik nog niet eens zo veel over het precieze boek zelf. Je kunt de striktste fundamentalist zijn, zelfs een ‘inerrantist’ die gelooft dat elke komma in de Bijbel op de juiste plek staat, en het op dit punt nog met mij eens zijn. Er zijn namelijk geen ‘losse’ bijbels. Er is altijd een grote wolk van ideeën en woorden en verhalen om de Bijbel heen die grotendeels bepalen hoe we lezen. Zelfs die Koerdische vrouw, die nooit een christen had ontmoet of gesproken en zelfs het woord ‘Jezus’ niet kende, had al veel over God gehoord in de dorpsmoskee en gedroomd over een kruisiging. Ze had al een ‘leeswijzer’, een soort samenvatting meegekregen, waarmee ze deze nieuwe informatie ordende.

Er is dan ook weinig waar ik zo chagrijnig van kan worden als iemand over een Bijbeltekst zegt: ‘Maar dat staat er toch gewoon?’ Als ik een arrogante bui heb, pak ik dan het Grieks of Hebreeuws erbij, lees dat gedragen voor, met het commentaar: ‘Dát staat er gewoon.’

Er is nooit een ‘pure’ tekst. Zelfs het letterlijke Grieks en Hebreeuws lezen we met een enorme hoeveelheid bagage – weinig mensen hebben zoveel christelijke bagage als die het oude Grieks en Hebreeuws kunnen lezen. Bijna iedereen gebruikt een vertaling en die vertaling vertaal je ook weer, als je het zelf leest, als anderen erover vertellen, als je erover praat, en dat wordt ook weer vertaald, enzovoorts. Je hebt altijd al voorstellingen bij woorden, ideeën bij wat belangrijk is, en daarmee orden je de nieuwe informatie die je leest. In het slechtste geval lees je niets nieuws en prop je alles in de categorieën die je al bezat. Meestal pas je je eigen ideeën wat aan, breid je die wat uit, kleur je wat in. Maar wat nooit gebeurt is dat de Bijbel zich in je brein straalt en zonder enige interpretatie zich in je kerft.

Dit is allemaal traditie

Die wolk, dat wat ‘in de lucht hangt’, is de traditie. Dat klinkt natuurlijk stoffig, maar het idee is fundamenteel hetzelfde als iets hips als crowdsourcing. Dus ook dit:

Een stel tegeltjes in de keuken met Bijbelse voorstellingen, waarvan je misschien nauwelijks begrijpt wat het voorstelt. Zo’n elpee van Elly & Rikkert, ‘Het hart op de tong’, die regelmatig door de kamer klinkt. Een kindertekening die in je klas hangt:

En de meeste traditie is dan ‘low culture’, maar er is ook chique traditie, zoals veel schilderijen van Van Gogh:

En in de praktijk is de meeste traditie nu misschien wel in Whatsapp-groepen en op Youtube, zoals een filmpje als deze:

Een tekst is geen klei, maar kneedt ook zelf

Dus ja, de Bijbel is als Wikipedia: er wordt nog steeds aan de Bijbel ‘geschreven’, de grenzen zijn inderdaad vaag en breiden uit, en er staan foutjes ‘in’. Zelfs als je meent dat de Bijbel ‘op zich’ foutloos is (de meeste christelijke denkers vinden dit afgoderij, want op aarde is niets volmaakt, maar toch, stel …) dan nog weet je dat het nooit foutloos wordt gelezen en gebruikt. De Bijbel ‘op zich’ bestaat niet. Er is altijd de ‘crowd’ bij, en als die anderen er niet letterlijk bij zijn, dan zitten ze wel in je hoofd.

Dat ‘Sola Scriptura’ kán dus ook helemaal niet. Dat ‘sola’ is een fictie. Er is altijd zoiets als traditie die eromheen cirkelt en waar het geloof begint en eindigt. De moeder naast de wieg die een liedje van Elly en Rikkert zingt. En zij heeft dat liedje weer van haar moeder en Elly en Rikkert hadden het weer van … En zo verder terug. Mondeling, zo wordt het geloof overgedragen, in groepjes. Bijna geen enkele christen komt tot geloof door individueel de Bijbel te lezen. Wereldwijd zijn er miljarden bijbels, maar die zijn vooral opgehoopt in het Westen in de twintigste eeuw. Buiten het Westen in de twintigste eeuw zijn het vooral de verhalen waarmee het geloof meereist en dan vooral de verhalen van de moeders. ‘Waar twee of drie bij elkaar zijn, dáár ben ik.’

Dat betekent tegelijk ook weer niet dat het allemaal willekeur is. Het postmodernisme is een parodie op de ‘wisdom of the crowd’, alsof alles even belangrijk en even waar of onwaar is. Je kunt in de kerkgeschiedenis wel degelijk een bepaalde lijn zien in de ideeën, bepaalde beelden zijn breder gedragen dan andere, sommige verhalen worden keer op keer verteld, andere zelden.

Natuurlijk speelt hier macht mee, maar niet alles is politiek, zoals het postmodernisme meent. Er is ook gewoon zoiets als het oprecht zoeken naar waarheid. Je kunt van de Bijbel veel maken, maar niet alles. De Bijbel is niet puur klei die je kunt kneden naar believen, maar heeft een bepaalde eigenheid die ‘terugduwt’. Een tekst is nooit helemaal passief, maar doet zelf ook iets.

Hoe interpreteer je je geloof

Een bruikbare term hiervoor is ‘regula fidei’, Rooms-katholiek kerklatijn voor ‘regel van het geloof’. Het staat voor het geheel aan ideeën die leidend zijn voor hoe je je geloof interpreteert. De visie van de Reformatie was dus dat ‘alleen de Schrift’ dit is, maar het oudere idee was veel breder. Het gaat om een hele wolk aan kerkelijke en pauselijke uitspraken, Bijbelteksten, verhalen over Jezus, en ik zou het gerust uitbreiden met de liedjes van Elly en Rikkert en die kindertekening in je schoolklas.

Dit is een gigantische wolk, maar er zit, zoals gezegd, wel degelijk een hiërarchie in. Alles doet mee, maar sommige ideeën zijn meer leidend dan andere. Op basis van die kindertekening zullen niet veel mensen hun leven omgooien, maar een oud belijdenisgeschrift of concilie is al belangrijker, Bijbelteksten nog meer, en Jezus zien we als het centrum. Hij is de ultieme informatie over God, het ‘woord van God’ anders gezegd. Als er iets over God wordt beweerd, zullen christenen uiteindelijk geneigd zijn dat te vergelijken met wat ze hebben geleerd over Jezus – al of niet via een kindertekening of een liedje van Elly & Rikkert.

Zo zie ik dat ‘Sola scriptura’: de Bijbel is niet het fundament waarop je je wereldbeeld verder bouwt (alleen Jezus is het fundament van het gebouw van je leven, staat letterlijk in diezelfde Bijbel), maar de Bijbel is een onmisbaar onderdeel van het proces van christelijke traditievorming. Bijbelteksten hebben, en onderling ook weer in zeer verschillende mate, een zware stem in het eeuwenlange gesprek dat wij voeren over wie of wat God is. Ze hebben misschien wel vetorecht. In elk geval hoort bij de ‘regula fidei’ het besef dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat jij zelf de beste lezing van de geschiedenis van God kent: het ligt veel meer voor de hand dat een gemeenschap die kent.

Iedereen is nodig

Een volwassen mens ontkomt hier niet aan: er zijn niet alleen geen ‘losse’ bijbels, niets is er ‘op zich’. Ieder mens leeft in tradities. Naast elke wieg heeft een moeder gezongen. Er bestaan geen ‘pure’ teksten of ‘zuivere’ onderzoeken. Geloven is dan je bewust en expliciet binden aan een specifieke traditie. Je weet dat je meer geleefd wordt dan leeft – dan kun je maar beter kiezen wie of wat jou leeft. Als je sowieso een kuddedier bent, en dat is de homo sapiens, dan kun je maar beter je kudde kiezen.

Dat is ook wel zo nuchter. Wie denkt dat hij of zij alleen de zin van het leven kan ontdekken, of preciezer: met zijn bijbeltje wel God kan ontdekken, die kan nog wel werken aan zijn of haar nederigheid … Alsof jouw eigen kleine hoofdje groot genoeg is voor God. Alsof je het wel in je up kunt uitdokteren. Wie werkelijk onder de indruk is van God en zich daarin wil oefenen, beseft dat iedereen nodig is: als God werkelijk groot is, dan is elke stem van elke ziel nodig in het grote gesprek dat we voeren om meer van hem te ontdekken.

Lees ook het eerste deel uit deze serie: ‘We zijn hier om te dansen’ over perichorese.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *