eenhoorn

Waarom we toch eens over eenhoorns moeten praten

Tot zijn ergernis zijn ze overal om hem heen: eenhoorns. En het erge is dat hij ontdekte dat het christendom er ook nog een beetje schuldig aan is. Daarom maakt Alain met dit stuk even korte metten met de eenhoornhype. 

Ik zie ze al jarenlang overal om me heen, en het houdt maar niet op. Witte paarden met lieve oogjes en regenboogkleurige hoofd- en/of staartharen. Tussen hun ogen een uitstekende hoorn, en waar je maar kijkt zijn er glitters. Het zijn de eenhoorns die in zee drijven, in videoclips en tekenfilms rondspringen, op T-shirts en handdoeken rugzakken prijken.

Mythologische symboliek die van alles zou kunnen zeggen over de tijdgeest – maar wat dan eigenlijk?

Helaas…

Om je hoop direct de grond in te boren: eenhoorns hebben nooit bestaan. Tenminste, niet in de vorm van witte paarden of hinden met één hoorn op hun voorhoofd. Dat sommigen dat toch willen denken, komt doordat de mensen in een héél oude beschaving hun dieren van de zijkant afbeeldden. Dan zie je dus maar een van de twee hoorns. Mysterie opgelost. In latere eeuwen kreeg je Griekse schrijvers die vanuit hun schrijfkamer dachten alle dieren van de wereld te kunnen omschrijven – op basis van horen zeggen. Ja, dan verwar je zo af en toe een Indische neushoorn met een dartelend sprookjesdier. Kan gebeuren.

Ouderwets Bijbelgetrouwe lezers van dit prachtige weblog zullen zich echter herinneren dat de Statenvertaling wel degelijk over eenhoorns spreekt:

En Hij doet ze huppelen als een kalf, den Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.

Voortschrijdend inzicht in de Hebreeuwse taal levert echter op dat de moderne vertalingen er toch maar een wilde stier van maken. Helaas! Een creatieve poging van een rabbi om ze toch nog in de Bijbel te lezen is nog wel vermakelijk om hier te noemen (lees de hele Twitterdraad):

De Middeleeuwen

Maar goed, zo zaten we dus met een reeks christelijke Bijbelvertalingen die allemaal een variant van het woord ‘eenhoorn’ kenden. De mythe werd zo een Bijbelse mythe waar gelovigen in de Middeleeuwen iets mee moesten. En dat deden ze ook. De enige manier om een eenhoorn te vangen, zo vertelden ze elkaar, was door een maagd in het bos te zetten. Een maagd is voor een eenhoorn simpelweg onweerstaanbaar, en al snel zal het dier zijn hoofd op haar schoot leggen. De eenhoorn zal zo weerloos zijn, dat je hem met behulp van die maagd zo het kasteel in kunt lokken.

Met dat verhaal kun je twee kanten op. Je kunt een eenhoorn een symbool van maagdelijkheid, van reinheid en van kuisheid maken. Dat deden de theologen dus: het enige waar een eenhoorn voor zou zwichten, was de puurheid van een ‘maghet reine’. Zo staat die maagd symbool voor de maagd Maria. De eenhoorn die zijn hoofd in haar schoot legt staat dan weer symbool voor de vleeswording van Jezus – een verwekking die alleen mogelijk was bij een onbeslapen jonkvrouw. Dit lichtelijk vergezochte symbool werd na de Reformatie ook maar door de katholieken afgezworen.

Fabels voor escapisme

Waarom kent de eenhoorn dan juist nu weer een opleving? Daarvoor heb ik drie mogelijke verklaringen.

1. Omdat het een erotisch symbool is

In diezelfde Middeleeuwen ontstond er natuurlijk ook een stroming die precies het tegenovergestelde dacht als de vrome theologen. De eenhoorn was een fallisch symbool! Aan de hoorn werden al gauw lustopwekkende krachten toegekend. En als je uit de hoorn dronk werd je beschermd tegen elke vorm van gif. De hoorn bracht allerlei plezier en geluk. Zelfs de Deense troon (1671) zou van eenhoorns zijn gefabriceerd. Dit langlopende grapje heeft heel veel neushoorns en narwals het leven gekost, want waar bijgeloof is, is levendige handel. En bij gebrek aan echte eenhoorns moet je toch iets anders stropen.

Aan de ene kant hét symbool van de christelijke kuisheid, aan de andere kant een suggestief erotisch getint icoon. Wie denken we dat er wint? Natuurlijk: de erotiek. Elk zichzelf respecterend Instagrammeisje zet zichzelf ’s zomers op de foto in helderblauw water met een opblaasbare eenhoorn tussen haar benen. De eenhoorn is, jawel, teruggeclaimd door een cultuur die haar eigen seksualiteit uitbundig meent te moeten heroveren op de o zo onderdrukkende kerkelijke seksstress.

In Jezus’ vleeswording of Griekse mythen geloven we niet langer, maar in lust nog des te meer.

2. Omdat we kind willen blijven

Maar daar is lang niet alles mee gezegd. De meeste eenhoorn-fans die ik tegenkom dragen de eenhoorn niet bewust als fallussymbool. Zij dragen de eenhoorn juist om lekker jong te blijven. Lekker te blijven dromen. Lekker weer, net als in je kindertijd, weg te kunnen kwezelen bij glitters en toverdieren en regenboogstaarten. De vorige grote eenhoorn-hype vond plaats in de jaren ’80-’90, las ik ergens. Dat zou prima kloppen met dit beeld: als je op je achtste graag naar eenhoorns keek, mag je nu op je dertigste heerlijk terug naar die periode. Never grow up!

Toen ik mijn dertigste levensjaar in ging, schreef ik hier op Lazarus over volwassen worden. Over een maatschappij waarin commercie, machthebbers en onderdrukkers niet willen dat jij kritisch bent. Iedereen die een slecht geweten heeft, wil dat jij speelt en droomt – zolang je maar niet nadenkt. En daarvoor zijn eenhoorns heerlijke tools. Ze schetsen een aanstootgevend zoet plaatje van een werkelijkheid die er nooit is geweest en nooit zal zijn. Als ik die op mijn trui draag, draag ik de cynische boodschap uit dat ik het allang heb opgegeven met deze wereld. Het wordt hier toch nooit meer wat, dus omring ik me maar met symbolen uit mijn kindertijd. Glitterend en glimlachend sporen ze me aan om niet recht voor me uit, niet direct om me heen, maar alleen naar boven of naar achteren te kijken.

Juist de generatie die theologen afserveert als sprookjesvertellers en de Bijbel pragmatisch verruilde voor de IKEA-gids, vult haar huis, leven en wereld met het sprookjesbeest pur sang. De eenhoorn staat voor valse heimwee.

3. Omdat we allemaal uniek willen zijn

De eenhoorn (in het Engels allitereert ‘unicorn’ zo lekker met ‘unique’) representeert in ons hedendaags spraakgebruik ook een unicum. De partner (of het huis) van jouw dromen is jouw ‘unicorn’. De popcultuur en winkels die ons de eenhoorn aansmeren, willen ons de grote waarde van het uniek-zijn verkopen. Daar zijn we vatbaar voor, nu we niet meer in zuilen leven en nu onze identiteit op het gebied van religie, nationaliteit en gender steeds vager wordt.

Vraag: wie ben ik nog?
Antwoord: jij bent hartstikke uniek!

Vraag: wat moet ik doen?
Antwoord: koop een eenhoorn-ijsje-koffie-latte-T-shirt-trui-badpak-auto-zwemband om jouw uniciteit te vieren en benadrukken! Plaats dan een selfie met #lekkergek zodat al je vrienden morgen hetzelfde doen!

Want we zijn nog gewoon groepsdieren, net als vroeger. Met de behoefte aan fabels voor ons escapisme. Met de behoefte om precies hetzelfde te zijn als onze groepsgenoten. Alleen stopt de kerk nu geen kruisje meer om je nek, maar vertellen de winkels en socialites je elk seizoen welk symbool je nu weer moet hebben om collectief hartstikke uniek te zijn.

Tot slot…

Zo. Kijk nu de schepper (of de evolutie, of allebei, kras door wat niet van toepassing is) eens recht in de ogen aan en zeg dat je graag had gezien dat eenhoorns bestonden. Hela hola. We hebben vissen met lampjes aan hengels, spinnen met lachende gezichtjes, de Jezus Christushagedis die over water loopt, de neushoornvogels en de mandril, maar zeur jij gerust om een wit paard dat regenboogglitters schijt. Koop plastic rotzooi waarop die eenhoorn wordt afgebeeld en laat die *oeps* zo de diepe zee in drijven of slingeren in de natuur zodat eerdergenoemde beesten met natuur en al binnen een eeuw vergaan.

Hoe lang nog?

Op naar een betere hype, terug naar rijkere symboliek.

Eén reactie op “Waarom we toch eens over eenhoorns moeten praten”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *