‘Als je Genesis letterlijk leest, beroof je het boek van z’n zeggingskracht’

Als je Genesis letterlijk neemt, beroof je het eerste Bijbelboek van zijn zeggingskracht, vindt Rob Bell. Genesis is namelijk een gedicht, geen wetenschappelijke tekst.

We hebben inmiddels al een aantal verhalen uit de Bijbel achter ons. We hebben naar de context en de geschiedenis en de wereld gekeken waarin die verhalen toentertijd verteld werden. Zo zochten we naar het verhaal dat zich net onder de oppervlakte ontvouwde. Volgende keer ontdekken we het karakter van dat opengaan en hoe dat de ontwikkeling van het menselijk geweten, van het gezag, de inspiratie en de uitdrukking Gods woord weerspiegelt. Maar daarvoor eerst een andere vraag van een lezer:

Je praat vaak over de schepping met een toon alsof het een gedicht betreft. Kun je hier wat meer over zeggen?

Tuurlijk. De Bijbel begint met een gedicht. Het is een prachtig, lyrisch gedicht met een refrein en een ritme (want ja, God heeft een geweldig gevoel voor een goeie beat). En het bouwt op naar een enorm crescendo – en dat is best interessant – met mensen.

De Bijbel is literatuur

Elke keer als je in de Bijbel leest, is het interessant om in je achterhoofd te houden dat het literatuur is. Vorm, genre en stijl zijn cruciaal om te begrijpen wat je leest. Zo is er een verzameling gedichten in de Hebreeuwse schriften die Hooglied heet. Hooglied is een chiasme: dat betekent dat bepaalde refreinen (zeg maar het refrein in een lied) alsmaar worden herhaald. Als je dan probeert les te geven of vers na vers uit deze gedichten te preken dan blijf je jezelf uiteindelijk herhalen omdat je steeds opnieuw bij die refreinen uitkomt. Als je zoekt naar een logisch, lineair betoog ga je dat niet vinden. Als je zoekt naar een glimp, thema’s, beelden en scènes die los met elkaar verbonden zijn, maar die samen een bijzonder beeld van de liefde geven, dan vind je veel om over te praten.

Maar waarom begint Genesis met een gedicht? Omdat sommige waarheden alleen in dichtvorm kunnen worden gevangen.

Niemand was er aan het begin van de wereld
Niemand zag The Big Bang.
Niemand nam er foto’s van.

Dus hoe schrijf je, zonder wetenschap en alle gegevens en analyses en hypotheses die daarbij om de hoek kijken, over iets waar eigenlijk geen woorden voor zijn en dat niemand heeft zien gebeuren?

Dan schrijf je een gedicht.

En als je probeert om het verhaal van de Exodus te vertellen, en dat betekent dat je over Abraham als de vader van een nieuwe soort mensen moet vertellen, dan moet je het ook hebben over de afbraak in de samenleving die leidde tot de noodzaak van een nieuw soort mensen, en dus moet je het verhaal vanaf het begin beginnen.

Als je daar echter niet bij was, hoe leg je het dan uit? Met een knalgoed gedicht dat de heersende vertellingen uit die tijd op een ondermijnende manier op hun kop zet met een nieuwe visie op het goddelijke dat niet geworteld is in afbraak en slachting, maar in liefde, creativiteit en vreugde.

Gedicht als wetenschappelijk boek

Waarom is dit belangrijk? Omdat er bepaalde visies op dit gedicht zijn die dit als een wetenschappelijk boek behandelen. Deze kijk is ernstig misleidend: de zeven dagen in het gedicht zijn ook echt zeven dagen van vierentwintig uur, letterlijke etmalen.
Maar op die manier beroof je het gedicht van zijn zeggingskracht. Dit is de reden waarom zoveel mensen die geleerd hebben om deze gedeelten woord-voor-woord letterlijk te nemen, de Bijbel niet meer zien zitten. Als je de Schriften in hokjes dwingt die de Schriften zelf niet naleven, dan trek je de levenskracht eruit. En in dat proces vorm je dan absurd vreemde argumenten (zoals dat van het etmaal) en daarmee onthul je een plethora (Hebben we hier te maken met een plethora, mensen?): een overdosis aan tegenstrijdigheden in het hele proces, zoals: ‘We meten een etmaal aan de hand van de wenteling van de aarde om de zon, die pas vier dagen later op het scheppingstoneel verschijnt met de maan aan haar zij.’

Geschapen vanuit overstelpende liefde

Over de zon gesproken, de zon (en de zonnegod) werd in de Mesopotamische culturen aanbeden omdat het zo duidelijk een energiebron voor het menselijk leven is. Dus als dit gedicht noemt dat de zon geschapen wordt, dan zijn dat briljant revolutionaire regels. De eerste hoorders die bekend waren met de zonnegod, hebben hun adem even ingehouden. ‘Wacht… Wat? De god in dit gedicht schiep de zon?’

Vergeet verder niet dat de scheppingsmythes die in die tijd populair waren (zoals het Gilgamesj-epos, enz.) allemaal een vergelijkbare vertelling hadden: de goden waren in oorlog en vanuit de bloedbaden en verwoesting die hun strijd veroorzaakte, ontstond het leven zoals we dat nu kennen. En dan komt dit gedicht op het toneel en stelt dat we hier niet zijn vanwege vernietiging en bloedvergieten. Nee, we zijn hier door goddelijke, vruchtbare creativiteit die de wereld van energie voorziet en haar heeft geschapen vanuit overstelpende liefde en vreugde.

Op z’n minst een tamelijk vooruitstrevende gedachte, om het mild uit te drukken. Dit gedicht wierp dus de volgende prikkelende vraag op: Zijn we hier omdat er geweld bestond tussen de goden of omdat er sprake was van goddelijke vreugde en creativiteit? Welke energie zit hierachter? (En dat is eigenlijk nog steeds dé vraag, toch?)

Tot slot een kort verhaal: een vriend van mij was in Jeruzalem en sprak met een van de meest vooraanstaande rabbi’s ter wereld. Mijn vriend is christen en vertelde dat zijn geloofsgenootschap in Amerika een debat hield over het wel of niet letterlijk nemen van het eerste hoofdstuk uit de Bijbel als 6 maal 24 uur. De rabbi luisterde – een man die uiteraard Genesis, samen met de rest van de Tenach, uit zijn hoofd had geleerd – en nam een pauze voor hij reageerde: ‘Daar heb ik nog nooit over nagedacht.’

Dit blog werd eerder gepubliceerd in september 2016. 

2 reacties op “‘Als je Genesis letterlijk leest, beroof je het boek van z’n zeggingskracht’”

  1. Ik ben het met u eens dat we Genesis niet als een wetenschappelijk boek moeten zien. Het gevaar om het een gedicht te noemen is echter dat we niets uit dit boek nog als waar zullen zien en het in zijn geheel als fictie zullen wegzetten. Dat lijkt me ook niet de bedoeling te zijn van uw uiteenzetting.

  2. Wat heeft die Rob Bell weer een heerlijk luchtige en intelligente benadering van deze zware materie. Niet alleen de pasgeschapen Adam en pasgeboren baby snakken naar zuurstof.

    Wat geldt voor de oerknal, de evolutie, de schepping en de zondeval, geldt ook voor kwesties als de roeping van Abraham, de uittocht uit Egypte en de verovering van Kanaän: we weten het niet, we nemen hypotheses aan, en de bevindingen wijzen vrij zelden op de historische aannemelijkheid van deze verhalen. Naarmate ik mijn geloof in de feitelijke accuratesse van Genesis c.s. langzaam voelde verkruimelen, werd het geloof echter juist reëler.

    We weten bijvoorbeeld dat achter teksten (en zeker achter beeldbepalende, eeuwenoude teksten) altijd o.a. een agenda en ontstaansproces schuilgaan, en dat archeologische bevindingen evenmin liegen als de literatuurwetenschap en de psychologie (die de realiteit juist onbevreesd in het gezicht kijken). Of je in wonderen gelooft, is trouwens weer een volstrekt andere vraag: die banjeren tenminste plompverloren de Bijbel in zonder geloofwaardig te doen.

    Niets is zo waar als literaire fictie.

    Literatuur legt de vinger namelijk heel precies op het ongrijpbare leven dat zich tussen de regels afspeelt.

    Een raak gedicht, zoals een psalm, kan je dan ook duizendmaal meer stimuleren dan een dichtgetimmerd antwoord op de grote vragen die je vroeg of laat onder ogen moet zien.

    Ik geloof dus graag in een God die ons serieus genoeg neemt om niet met makkelijke antwoorden te komen op echte vragen, maar het toppunt van menselijke scheppingskracht gebruikt om ons te inspireren.

    Tot op de dag van vandaag geven mensen gehoor aan die kracht van de verbeelding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *