Lazarus staat op - Rikko Voorberg

Het is zo onaardig

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Het is zo onaardig – PopUpGedachte woensdag 3 oktober 2018

Er staat een maansikkel aan de hemel. Zo eentje uit tekenfilms en prentenboeken. Met een zorgvuldig gearrangeerd wolkendekje in de hoek, een inktzwarte hemel, een enkele flonkerende ster en dan die maansikkel. Zo’n gezellig sikkeltje. Waarbij je het gevoel hebt dat de natuur zacht is, de wereld toegankelijk en alle monsters die mogelijk opduiken door dappere kinderen worden overwonnen, want zo gaat dat in sprookjes.

De Bijbelse teksten hebben iets minder sprookjesachtige allure. Monsters zijn er her en der, maar dappere kinderen die ze overwinnen zijn niet zo dik gezaaid. En als ze dan overwinnen, gaat dat met een hoop verdriet gepaard. De Bijbel is niet echt kindermateriaal. Het is sowieso achttien plus (behalve dan de gekuiste en geselecteerde verhaaltjes die de kinderbijbel vormen en veelal de basis zijn voor veel gelovigen – die schrikken dan toch weer een beetje van de echte tekst).

Vandaag een fragment uit dat waanzinnig intense en lange gedicht dat het boek Job heet. Hem is alles afgenomen, hij krabt zich uit verdriet met een potscherf om de jeuk van zijn schurft een beetje te verlichten en hij weet dat hij dit niet heeft verdiend. Deze ellende, die hem overkomt. En dan zegt hij iets over de eeuwige wat zowel een lofzang als een intens verwijt is.

‘Wanneer de mens God ter verantwoording wil roepen, Geeft Hij niet eens op de duizendste maal antwoord; Wie heeft den Alwijze en den Almachtige Ooit ongedeerd getrotseerd? Hem, die bergen verzet, en ze merken het niet, Ze onderstboven keert in zijn toorn; Die de aarde op haar plaats doet schudden, Haar zuilen trillen ervan; Die de zon bevel geeft, niet te stralen, En de sterren onder een zegel legt! Die de hemel uitspant, Hij alleen, En voortschrijdt over de golven der zee; Zie, Hij gaat mij voorbij, en ik zie het niet, Hij glijdt langs mij heen, ik bemerk het niet; Rooft Hij: Wie zal Hem weerhouden? Wie Hem zeggen: Wat doet Gij? Hoe zou ik Hem dan ter verantwoording roepen, Mijn woorden tegenover Hem vinden? Ik, die geen antwoord krijg, al heb ik ook recht, Maar mijn Rechter om genade moet smeken; En al gaf Hij mij antwoord, als ik riep, Dan geloof ik niet, dat Hij naar mij zou luisteren.’

De almachtige is groots. Maar zo groots dat hij ongestraft en zonder dat iemand Hem ter verantwoording roept, mij compleet en totaal kan negeren. Bam. De vrienden van Job zeggen hem dat je zo niet over God mag praten. Als er shit is, dan is dat altijd je eigen schuld. Dus zoek het in jezelf, vraag om vergeving en alles sal reg kom. Maar Job weigert zich schuldig voor te doen en wijst naar God. En aan het eind van het boek krijgen de vrienden er van God van langs, zij moeten hun mond spoelen met zeep. Job heeft zich nogal een oordeel aangemeten, maar het deed meer recht aan God dan de vrome prietpraat van de vrienden en hun simpele schema van goed en kwaad.

Job is niet de enige die een keiharde hemel tegenkomt. Waar geen woord in doordringt en waarbij na duizendmaal vragen er nóg geen antwoord komt. ‘Ik roep U aan Heer, elke dag en strek mijn handen naar u uit. Doet u aan doden wonderen, staan schimmen op om u te loven? Komt uw liefde in het graf ter sprake of uw trouw in de afgrond? (de dichter zegt: als je mij dood laat gaan, heb je niks meer aan me, he?) Daarom roep ik u om hulp, elke morgen nader ik u met mijn gebed. Waarom Heer verstoot U mij en verbergt u voor mij uw gelaat?’

Het is geen sprookje die Bijbel. Of misschien een beetje. In het sprookje wordt het ook altijd donker. Worden kinderen het bos ingestuurd waarbij ze eerst een slimme oplossing hebben met steentjes, maar als Hans alleen nog maar broodkruimels heeft om te strooien en de vogels het opeten, hebben ze niets meer en zijn ze alleen in het bos. Als Assepoester voor dood in haar glazen kist ligt, lijkt de strijd ook gestreden en is het voorbij met de pret. Doornroosje roept niet duizend keer om hulp, ze slaapt duizend jaar.
Wat hebben sprookjes en die oude teksten van de Bijbel gemeen? Dat het verrekte onaardig kan voelen in deze wereld. Dat die lieve maansikkel geen kalm reisje naar je geluk belooft. Dat diepgaan en leeg zijn en onbegrepen bij de weg van de mens horen. Onvermijdelijk. En dat het niet de vraag is of je nare dingen tegen komt, maar hoe je in godsnaam vertrouwen houdt áls je ze tegenkomt. De sprookjes proberen je hoop te geven: zie je, het kan wél goedkomen. En de Bijbel geeft identificatie. Van mensen die blijven roepen en kloppen en rechtvaardigheid willen zien en gehoord willen worden. En dat die er voor degenen die niet opgeven (dankzij zichzelf of anderen of omdat ze anders niet meer hebben) dat er voor diegenen ook altijd is hoop ís. Onaardig, maar wel eerlijk en bemoedigend om het toch nog maar weer een dag vol te houden.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart.

Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *