geloofstaal zwijgen

Kunnen we niet beter zwijgen over God?

Tijdens haar puberteit probeerde Gertine een andere geloofstaal te spreken dan die uit haar kindertijd. Het werkte niet. Pas toen ze de oude woorden over God écht aan de kant gezet en kon er een nieuwe taal groeien…

De theoloog Karl Rahner zei ooit: laten we nu eerst maar eens vijftig jaar zwijgen over God. Er wordt zoveel over God gepraat, maar meestal hebben we geen idee waarover we het hebben.

En ja. Als er één ding is waarover mensen niet uitgepraat raken, is het wel God. Over of Hij bestaat, en zo ja, hoe dan. Niemand heeft ooit God gezien, God is een mysterie – en tegelijkertijd zijn er heel veel mensen die precies lijken te weten wie God is en hoe Hij of Zij werkt. Boeken, bibliotheken vol – allemaal over God. Geleerde theologen en gewone gelovigen – allemaal maken ze beelden, ideeën en verhalen. Voor de één is God een liefdevolle vader, de ander vindt Hem een wrede tiran; de één weet precies wat God voor haar in petto heeft, de ander denkt dat God niets met de wereld te maken wil hebben.

Welke woorden gebruik jij?

Praten over God begint al als je kind bent. Als je gelovig wordt opgevoed vertellen ouders, juffen en meesters, en mensen in de kerk je over God. En als je niet gelovig wordt opgevoed, dan hoor je waarschijnlijk ook weleens over God. Door een oude opa, een (cynisch) familielid, of je ouders die al lang geleden afscheid namen van de kerk.

Als kind leerde ik deze twee dingen over God: dat God ontzagwekkend is en tegelijkertijd een select groepje mensen kiest met wie Hij wil omgaan. Zo ontstond er een geloofstaal die op een bijzondere manier twee ogenschijnlijk tegenstrijdige elementen in balans hield: over God werd enerzijds vol ontzag gesproken (God is verheven, wij mensen kunnen hem niet begrijpen, God gaat zijn eigen gang) en anderzijds wisten sommige mensen precies te vertellen hoe God in elkaar zat en wat Hij wel of niet deed (dat hoort wél bij God, en dat niet).

Nieuwe woorden bleken te zwak

In mijn puberteit probeerde ik dat te veranderen. God leek me veel complexer en veel liefdevoller dan dat ik uit de woorden van gelovigen uit mijn kerk kon opmaken. Ik begon me meer te richten op woorden als liefde en vergeving, in plaats van oordeel en zonde. Maar toen begon het pas echt moeilijk te worden.

Want hoe begin je in vredesnaam een andere taal te spreken over God? Die oude woorden zaten behoorlijk vast verankerd in mijn brein. Het lukte me niet goed om een nieuw Godsbeeld over het andere heen te schrijven. Mijn nieuwe woorden hielden geen stand toen er kritische vragen werden gesteld, toen ik bijbelwetenschap en bijbelexegese en godsdienstfilosofie begon te studeren. De oude woorden wilde ik niet meer, maar de nieuwe woorden waren te zwak. Ik verloor God uit het oog, ik verloor de woorden die altijd met me mee waren gegaan. Ze ontglipten me. Met nieuwe woorden probeerde ik God dichterbij te krijgen, maar het lukte niet. Na al die jaren vol woorden over God, was het stil.

Een nieuwe, levende taal

Die stilte was helend. In die stilte werden de oude woorden over God écht aan de kant gezet en kon er een nieuwe taal groeien. Een echte, levende taal. Geen wanhopige overschrijving van een tiener, maar een taal die een nieuwe wereld opende. Een taal die door heel veel mensen allang gesproken bleek te worden, maar die ik nu pas verstond. Als een peuter die haar eerste woordjes begint te brabbelen, begon ik weer te praten over God. Maar dan anders.

Het was niet meer zwart-wit, niet meer goed of fout, niet meer God die dáár was, als een aanwijsbaar en bewijsbaar object, geen onfeilbare Bijbel. Het was God-in-mij, genuanceerd, open voor iedereen, niet-veroordelend, een leven-gevende stroom. Het was bijna letterlijk alsof die nieuwe woorden mij ook nieuwe ogen gaven. Ik zag de hele wereld anders. Ik wist nu dat mijn woorden ontoereikend waren, maar het maakte me niet meer bang. Het gaf me vrijheid.

Sterven en weer opstaan

De franciscaan Richard Rohr vergelijkt de verandering in spreken over God met de theorie over paradigmaverschuivingen van Thomas Kuhn. Zo’n paradigmaverschuiving in de wetenschap wordt noodzakelijk als de structuur van het voorgaande paradigma vol gaten en noodreparaties zit. En de verschuiving vindt niet plaats op basis van logica of bewijs, maar naar aanleiding van een nieuw, onafwendbaar inzicht. Richard Rohr zegt dat net als in de wetenschap in religie de koerswijziging zo ingrijpend kan zijn, dat het oude paradigma letterlijk uit moet sterven voordat een nieuw paradigma breed kan worden aanvaard. (Zie zijn boek De goddelijke dans.)

Ik herken dat wel. Als ik terugkijk op mijn eigen periode van geloofsverandering, dan zie ik dat die oude woorden in mij moesten sterven, voor er iets nieuws kon groeien. Die stilte was nodig. Sterven en weer opstaan. Het lijkt wel een regel in het Koninkrijk van God! En is dat ook niet wat Paulus bedoelde met dat ‘uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden’ (Efeziërs 4:23)?

Zo’n paradigmaverschuiving is niet bepaald gemakkelijk. Veel mensen zijn net als ik opgegroeid met een Godsbeeld dat ze niet kunnen rijmen met de werkelijkheid. Veel mensen nemen boos, verdrietig en teleurgesteld afscheid van de kerk, zonder te ontdekken dat het ook anders kan, dat mensen altijd onvolledig en onvolmaakt over God spreken en niet in naam van God jou kunnen veroordelen. Zij verlaten het oude religieparadigma zonder een nieuwe te vinden. Andere mensen voelen wel dat er iets niet helemaal goed zit, maar het lukt hen niet om over te gaan op die andere taal, en dus blijven ze. En weer anderen blijven zich altijd echt thuis voelen. Verschillende paradigma’s leven zo naast elkaar verder.

Samen geloofstaal spreken

Vijftig jaar zwijgen over God, zoals Karl Rahner voorstelde, kan helend zijn. Maar er is iets wat nog beter is dan zwijgen. Dat is samen zoeken, luisteren, vertellen, delen, je hart openen – zonder veroordelen, uitsluiten en weglachen.

Afgelopen week was ik bij een gespreksgroep in een Anglicaanse kerk in mijn nieuwe woonplaats in Cambridge. Een diverse groep mensen, sommigen gestudeerd aan een van de beste universiteiten ter wereld, anderen gewoon hier geboren en getogen, anderen afkomstig uit het buitenland. Tijdens die avond besefte ik opeens: hoe verschillend ook, we spreken dezelfde geloofstaal. En op de een of andere manier gaf me dat heel veel vertrouwen. De nieuwe woorden die ik heb ontdekt, zijn niet door mij bedacht. Het zijn de woorden van een eeuwenoude gemeenschap, en je kunt ze overal ter wereld vinden.


Gertine Blom is theoloog. Ze woont in Cambridge met haar man Eelco. Op haar blog schrijft ze over haar pogingen om vrij, vroom en vrolijk te leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *