kruisiging jezus meeslepend

Waarom de kruisiging het meest meeslepende verhaal ooit is

Reinier Sonneveld stoft oude theologische begrippen af en laat ze weer glimmen. Nu deel 4, over ‘recapitulatie’, oftewel: Jezus als een nogal gevaarlijke nekoperatie… En daar heeft de kruisiging alles mee te maken. 

Stel dat je de kern van je geloof zou moeten formuleren en daar dan een plaatje bij zou moeten tekenen, wat zie je dan voor je? Wie veel van z’n geloofsopvoeding in evangelische kringen heeft gehad, zal vast aan een plaatje als dit moeten denken:

 

Ik doe een beetje flauw: dit is de knulligste vormgeving die ik kon vinden. Hieronder dus maar wat hipper gedaan – hoewel nog wel met hetzelfde praktische probleem voor iemand die werkelijk die brug over wil…

Het idee is dus dat er zonde is, die zorgt voor een kloof tussen God en mens, en Jezus is dan een brug naar God toe. Helder, visueel klopt het – behalve dus dat bovenste gedeelte van het kruis dat in de weg staat…

En ik het nog steeds niet snap.

Zeker, ik ben dit soort afbeeldingen meer gaan waarderen. Als ik even mijn hoog-culturele snobisme parkeer, snap ik prima dat dit de moderne glas-in-lood-ramen zijn, de ‘boeken der leken’. En het beeld van Jezus als brug voorkomt enkele misverstanden die aan sommige interpretaties kleven, waarbij God in de praktijk toch lijkt op een maffiabaas die van zijn onderdanen pizzo (beschermingsgeld) eist en als dat niet betaald kan worden, is de dood van zijn eigen zoon plotseling een afdoende genoegdoening…

Huh?! Wat?!

En dus blijft de vraag, hoe logisch het ook is in de plaatjes: hoe is dan een kruisiging de grote oplossing? Hoe redt Jezus dan ons?

Jezus als Anne Hathaway op de rode loper

Het zal niet verrassen dat christenen in andere culturen andere plaatjes gebruiken. Laat ik er drie wat langer citeren, van Athanasius uit de 4e eeuw, de held van de Oosters-Orthodoxe kerken:

Wanneer een grote koning een stad is binnengetrokken en in een van de huizen daar zijn intrek heeft genomen, dan wordt die stad grote eer toegekend en geen vijand of rover valt nog aan… Zo gebeurde het ook bij de Koning van de mensen. Nadat hij ons gebied binnen was gekomen en in een lichaam als het onze zijn intrek had genomen, is vervolgens iedere aanval van de vijanden van de mensen opgehouden.

Ha, interessant. Jezus is dan dus zoiets als Anne Hathaway die in 2014 op de rode loper bij de Oscars verscheen in een jurk van Viktor & Rolf. Dat Nederlandse modemerk was tot dan toe vrij onbekend in Hollywoodkringen en kreeg soms scherpe kritiek, maar toen een grote ster het plotseling droeg, werd het als het ware ‘besmet’ met haar roem en waardering en vanaf toen ging het bergopwaarts.

Goed, volgende beeld, straks komt de innerlijke logica van al deze metaforen:

Wanneer een vorm die op een stuk hout is getekend door de rot onzichtbaar is geworden, dan moet degene die daarop was afgebeeld komen, zodat zijn beeltenis in hetzelfde materiaal opnieuw kan worden gegrift. Zo kwam ook [Jezus] ons gebied binnen, het Beeld van de Vader, om de mensen te vernieuwen.

Ja, minstens zo interessant. Ook diep ingebed in de Bijbelse metaforen, die immers mensen al ‘het beeld van God’ noemen, waardoor er een nieuw origineel moet komen om die oude misdrukken te herstellen. Enfin…

Om een vergelijking te gebruiken: stro wordt wel op een natuurlijke manier verteerd, maar verbrandt niet als iemand het vuur van het stro vandaan houdt… Als iemand het stro met veel asbest omgeeft, waarvan men immers zegt dat het tegen vuur immuun is, vreest het stro het vuur niet meer… Zo heeft het lichaam het Woord van God aangedaan en vreest het niet langer meer de dood.

Jezus ‘besmet’ de rest van de mensheid

Jezus als… asbest? Bestond dat toen wel? Ja, zo blijkt. Maar toch. Je voelt hier hoe contextgevoelig metaforen zijn, omdat wij asbest vooral associëren met iets negatiefs – longkanker.

Hoe verschillend deze drie metaforen ook zijn, ze delen een diep onderliggende logica, namelijk dat Jezus als het ware de rest van de mensheid ‘besmet’, en dan dus de goede kant op, met genezing. Hij leefde een leven dat volkomen verbonden was met God en op de een of andere manier is dat nu voor alle andere mensen beschikbaar. Zoals als die ene koning in dat ene huis de hele stad beveiligt, de ene ster dat hele merk opwaardeert, en dat ene stuk asbest alle stro beschermt.

Jezus is een pars pro toto, een deel dat staat voor het geheel (hier hoor je de ‘participatie’ terug uit het vorige essay). Hij sleurt als het ware de mensheid mee in zijn, nee niet val – in zijn klim.

Vroeger was dit logischer dan tegenwoordig. We voelden ons veel meer deel van een groter geheel, van een familie, een volk, een geschiedenis. Als een vertegenwoordiger van je volk iets stoms deed, dan voelde je dat persoonlijk, en als diegene iets moois deed evenzeer. Dat komt door de schaamte- of eercultuur, die wij zelf deels verloren zijn, maar die momenteel weer terugkeert via de social media en immigrantenculturen. De eer dan wel schande van wie aan jou verbonden is, ‘besmet’ jou en omgekeerd kun jij met je gedrag andermans eer beïnvloeden.

Deze eercultuur zie ik diep verankerd in de (Neo-)Platoonse filosofie, die tot diep in de Middeleeuwen het christelijke denken beïnvloedde. Het idee is, kort gezegd, dat abstracte begrippen zoals ‘goedheid’ of ‘mensheid’ reëel zijn, zelfs reëler dan hun concrete gestalten, zoals een goede daad of een persoon. Later ontwikkelden enkele monniken het idee dat alleen de ervaarbare gebeurtenissen echt zijn en de abstracties daarvan puur onze eigen groeperingen en woorden (het zogeheten nominalisme).

Jezus als een ‘representatieve meting’

Deze innovatie van die oude monniken nemen we tegenwoordig klakkeloos over. Het maakt dat we onszelf meer als individu ervaren, als verzameling losse wezens, en daarmee wordt het lastiger de betekenis van de enkele persoon Jezus voor een hele mensheid te zien.

Toch kennen wij wel degelijk die pars pro toto. Sterker nog, ons denken gaat voortdurend van klein-naar-groot, de hele dag door plegen we ‘inductie’. Als een pompmedewerker van Shell ons opvallend behandelt, lomp dan wel genereus, ‘besmet’ dat ons beeld van Shell en gaan we een beetje anders over dat bedrijf denken. Als iemand van een of andere etniciteit ons opvalt, beïnvloedt dat onze associaties bij dat volk. Als wie-dan-ook ons hoe-dan-ook behandelt, doet dat iets met onze ideeën over die persoon.

Bij politie en justitie geldt evenzeer de pars pro toto: een enkele daad ‘besmet’ jouw hele persoon en jouw hele lijf moet de gevangenis in. Of denk aan politiek, op elk niveau. Het zijn vertegenwoordigers van het volk die daar zitten en die op een of andere manier voor ons tellen, voor ons denken, voor ons handelen. Evenals alle ambtenaren, ambassadeurs, staatshoofden, onderhandelaars, diplomaten, eigenlijk alle leiders, alle hoofden – houd dat woord even vast.

Ook heel andere gebieden kunnen niet zonder. De wetenschap kan nooit de hele werkelijkheid onderzoeken, maar moet het doen met een deelselectie (500 onderzochte mensen, 13 metingen in het lab) die het representatief verklaart voor de rest. Dat is nogal een lel van een ‘besmetting’, maar we hebben er goede redenen voor.

We voelen de pars pro toto nog het meest bij sport. Toen in 2010 het Nederlandse elftal in de WK-finale stond, zeiden we: Nederland staat in de finale. En toen Nigel de Jong met dat gestrekte been tegen die borstkas aan knalde – je ziet het nog zo voor je – toen schaamden we ons plaatsvervangend, het voelde bijna alsof wij iets stoms hadden gedaan. En toen verloren we ook nog – zo zeg je dat: wij verloren. Niet elf luitjes ver weg – wij allemaal.

Hier moet een ander kopje

Dat is een raar kopje. Maar het is min of meer de betekenis van het woord ‘recapitulatie’, waar ik het nu over wil hebben.

Het is geïntroduceerd door Ireneüs, een christelijke denker uit de 2e eeuw, de eerste echt grote jongen na Paulus. Ik ben fan van hem, onder andere omdat je bij hem voelt dat hij dicht op de huid van de bijbelse tijd zit, ja zelfs van Jezus: hij heeft Polycarpus nog ontmoet, een leerling van Johannes, een van de voornaamste studenten van Jezus.

De term ‘recapitulatie’ (in het latijn recapitulare) was in zijn tijd een gangbaar retorisch begrip. Je hoort er caput is, hoofd: het is heel letterlijk ‘herhoofden’. (Als je de onderliggende metafoor helemaal wilt uitbuiten, wordt het nogal horror: er is dan dus een onthoofde romp waar een nieuw hoofd op wordt gemonteerd. Dit heb ik nog geen klassieke schrijver zien doen.) In de retorica paste je het toe als je na een heel betoog een samenvatting gaf. De boel bij elkaar vegen en van een nieuw ‘kopje’ voorzien. Je kunt het ook in het Nederlands nog wel zo gebruiken, als je aan het einde wat duur ‘recapitulerend…’ zegt en dan je eigenlijke punt maakt.

Ireneüs is de eerste om alles wat Jezus doet onder dit ene begrip te scharen. Jezus ‘herhoofdt’. Jezus ‘vat opnieuw samen’. Jezus veegt de boel bij elkaar en wordt het eigenlijke punt van de menselijke geschiedenis. Jezus is het grote Kortom.

De Bijbel geeft hier allerlei indicaties voor. Ireneüs heeft het vrij letterlijk uit een tekst: ‘om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus’. Er staat vaak dat wij ‘in’ Christus zijn – zoals de hele tekst ‘in’ de samenvatting is. En Jezus noemt zichzelf opvallend genoeg standaard ‘de mensenzoon’. Nogal wonderlijk om zo afstandelijk, in de derde persoon enkelvoud, over jezelf te praten. Alsof je ‘de mens’ vertegenwoordigt – en ja, dat is precies het idee. Hij is de ‘nieuwe Adam’, zoals het heet, die zoals de eerste Adam de hele mensheid in een val meesleurde, nu de hele mensheid mee omhoog meesleept.

Als we worden herhoofd

Ireneüs gelooft dus dat de mensheid bij elkaar genomen geen prettige conclusie oplevert en God daarom een andere ‘samenvatting’ introduceert, een nieuw kopje: hij stelt Jezus aan als de nieuwe conclusie. Dat zal helderheid geven, richting, betekenis.

Er is nog een andere plek waar de Bijbel het letterlijk over ‘herhoofden’ heeft, namelijk als het Oude Testament wordt ‘samengevat’ in het gebod God met alles lief te hebben en je naaste als je zelf. Die samenvatting, zo stelt Ireneüs met een verwijzing naar deze tekst, die conclusie van de hele voorgaande Bijbel, is Jezus. Hij leefde de perfecte liefde voor God en de mensen. Hij was totale liefde.

En hoe dat ene dan het geheel ‘besmet’? Waarom is hij de samenvatting? Waarom ‘telt’ Jezus wel voor de rest en zoveel anderen niet?

Misschien zoals het met alle teksten gaat: omdat de schrijver het zegt, de Schrijver in dit geval. God heeft Jezus aangesteld als degene die de samenvatting moest leveren. Alsof hij de FIFA is die het Nederlandse elftal aanwijst om in de finale te spelen en ons land te vertegenwoordigen. Alsof een onderzoeksleider een bepaalde test selecteert om hét bewijs te leveren voor een bepaalde stelling: als dit-of-dit gebeurt, zit de werkelijkheid zus-en-zo in elkaar. Alsof de rechter de ene daad representatief verklaarde voor de hele persoon.

In zekere zin is elk leven een test: of het lukt om werkelijk verbonden met God te leven, en telkens mislukt het, maar bij Jezus is er voor het eerst positief resultaat. Het is blijkbaar mogelijk, een doorbraak, het kan wél!

Jezus als de eerste penicilline

Hoe dit dan ons ‘redt’? Laat ik weer een beeld gebruiken, de laatste – zo denk ik nu eenmaal.

In 1928 waaide per ongeluk een schimmelspoor het lab van Alexander Fleming binnen, recht in een petrischaaltje. De bacteriën erin stierven en langzamerhand werd een substract hiervan, penicilline, een medicijn dat wereldwijd miljoenen levens redde. De mogelijkheid lag al lang te wachten, besloten in de schepping misschien zelfs, maar Fleming ontsloot die en het werd bruikbaar.

In zekere zin kwam Jezus aangewaaid en merkten we dat het kwaad in zijn buurt verdween. De mogelijkheid om ultiem verbonden te blijven aan God lag al lang te wachten, maar was nog nooit gerealiseerd – tot nu. Miljoenen mensen konden het wereldwijd gaan gebruiken. En als ze er zelf niet in slaagden, kon God dat doen. In de laatste dagen zal hij iedereen aan zich verbinden, ‘alles in allen’ worden zoals er staat, en al het kwaad verdwijnt.

De kruisiging is dan de ultieme test. Alsof een onderzoeker de allerergste bacterie in het petrischaaltje erbij doet, een ziekenhuisbacterie wellicht, resistent voor alle mogelijke middelen. Als zijn nieuwe medicijn dát aankan, dan is er echt een doorbraak. Dat betekent dan de opstanding: het medicijn Jezus kan zelfs de zwaarste aanval doorstaan en daarmee is er een medicijn voor alle bacteriën die ons kunnen overvallen.

Christus Victor, zeggen we dan vanouds, Jezus heeft gewonnen. En niet dat ik het nu helemaal snap en nog minder dat het daarmee klaar is, maar een plaatje voor Jezus helpt mij wel. Het conceptuele, visuele, rationele, het zijn allemaal kanten van me die ook meedoen in hoe ik geloof, en met Ireneüs en Athanasius en hun kompanen ben ik weer iets verder.

Meer essays lezen van Reinier over theologische begrippen? Dan kan hier. Op Lazarus publiceerde hij al vaker over de kruisiging. Bijvoorbeeld hier en hier.  

kruisiging vergeten evangelieEn Reiniers nieuwste boek gaat over de kruisiging: Het vergeten evangelie- het geheim van Jezus verandert alles. Meer info over dit boek vind je hier.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *